Een paar uur voordat OpenAI dinsdag aankondigde dat het een beroemd wiskundig probleem had gekraakt, sprak ik over de rol van AI in de wiskunde met iemand die net als ik zijn carrière was begonnen in de wiskunde, maar al vele jaren iets anders doet.
Hij vertelde hoe bevriende wiskundigen met wanhoop naar de huidige ontwikkelingen keken. Al die problemen waarop zij jaren hadden gestudeerd en nu loste AI ze ineens moeiteloos op. Ik wierp tegen dat ik ook wiskundigen sprak die juist zeer verheugd waren over de ontwikkelingen, bijvoorbeeld omdat AI zo goed tegenvoorbeelden kan vinden. Eén tegenvoorbeeld, waarvan je makkelijk zelf kunt controleren dat het klopt, en het hele vermoeden kan voorgoed in de prullenmand.
Sommige wiskundigen vergelijken de huidige tijd voor hun vakgebied met de hoogtijdagen van de natuurkunde, toen doorbraak na doorbraak volgde. Al zijn er ook veel zorgen dat er met AI zoveel nieuwe wiskunde komt dat het moeilijk wordt om het kaf van het koren te scheiden. Welke bewijzen zijn echt iets waard?
En toen kwam OpenAI dus met een bewijs voor het Navier-Stokesprobleem, een van de zeven Millenniumprijsproblemen waarop sinds 2000 een beloning van 1 miljoen dollar staat. De prijzen zijn in het leven geroepen om de wiskunde en haar problemen meer bekendheid te geven. Wiskundige Andrew Wiles zei destijds dat hij hoopte dat het spannende van de wiskundige zoektocht mensen zou inspireren.
In 2010 was de Russische wiskundige Grigori Perelman de eerste die recht had op zo’n millenniumprijs, voor zijn bewijs van het Poincarévermoeden. Maar Perelman weigerde de prijs, verliet de wiskunde en trok zich terug uit de beschaving. En nu beweert OpenAI dus een tweede probleem te hebben opgelost. Het bewijs is nog niet gecontroleerd en het lijkt erop dat OpenAI aan de haal is gegaan met ideeën van twee (menselijke) wiskundigen. Op de een of andere manier is het allemaal niet heel inspirerend.
Nee, dan het bewijs van Andrew Wiles voor de laatste stelling van Fermat, waaraan hij zes jaar lang werkte. Nadat hij in 1993 trots zijn bewijs aan de wereld had gepresenteerd, bleek er een fout in te zitten. Toen werkte hij er nog een heel jaar aan. In 1994 was zijn heldhaftige queeste voltooid. Zijn verhaal leidde ertoe dat ik, en vele anderen met mij, voor een wiskundestudie kozen.
Het nieuwe bewijs van OpenAI heeft naar schatting 22,5 miljoen dollar aan rekenkracht gekost. Daarvan had je Andrew Wiles zo’n 225 jaar kunnen inhuren. Of, realistischer, dertig wiskundigen van het kaliber Andrew Wiles voor zeven jaar. Wat voor prachtige ideeën en bewijzen zou dat opleveren? En welke inspirerende verhalen? Maar ja, het gaat OpenAI natuurlijk niet om het vooruitbrengen van de wiskunde, maar om de publiciteit.
Hoe moet het zijn om in deze tijd een beroepswiskundige te zijn? Wiskundige Hendrik Lenstra jr. werd ooit in een interview gevraagd hoe hij zich zou voelen als hij tien jaar aan een probleem werkte en een andere wiskundige met een bewijs kwam. Zijn antwoord was: ‘Blij! Het probleem is de vijand, niet die ander.’ Maar ik vermoed dat weinig wiskundigen echt blij zijn met het bewijs van OpenAI.
Deze column verscheen op 10 september 2026 in de Volkskrant.
