Zilveren Griffel en Bronzen Penseel

Rekenen voor je leven is bekroond met een Zilveren Griffel en een Bronzen Penseel. Ionica en Edward van de Vendel vielen in de prijzen wegens de positiviteit en leerzaamheid van het boek, en Floor de Goede werd gecomplimenteerd voor zijn aanvullende en unieke illustraties. De jury-rapporten leest u hieronder.

Jury-rapport Zilveren Griffel in de categorie Informatief

Rekenen voor je Leven

Alle juryleden zouden het boek Rekenen voor je leven in hun jeugd op de basisschool hebben willen lezen. De in het boek beschreven aanpak zou het plezier in rekenen enorm hebben vergroot. De titel van het boek geeft de urgentie van het rekenen aan: je hebt het nodig in het dagelijks functioneren. De leerlingen van groep zeven van basisschool De rover Hoepsika mogen rekenvragen verzinnen die met hun leven te maken hebben. Dat levert vragen op over het klimaat, de puberteit, echtscheiding en verliefdheid; maatschappelijke kwesties die allemaal tot een rekenvraag leiden. Met levendige dialogen en beeldende vergelijkingen neemt Edward van de Vendel de lezer mee in de belevingswereld van de kinderen. Hun rekenvragen vloeien voort uit hun belevenissen en zo ontstaat er een mooi spel tussen taal en rekenen. Ionica Smeets verstaat de kunst om de vragen op begrijpelijke wijze om te zetten in rekensommen en de illustraties van Floor de Goede zijn niet alleen grappig, maar helpen ook om de rekenkundige bewerking te kunnen volgen. De jury waardeert het dat de leerlingen uit verschillende culturen afkomstig zijn en dat dit benadrukt wordt in zowel de tekst als het beeld. Ook is de jury blij met de specifieke aandacht voor vrouwelijke rekenwonders. Op alle fronten is Rekenen voor je leven een positief en leerzaam boek.

Jury-rapport Bronzen Penseel in de categorie Informatieve Boeken

Floor de Goede met het Bronzen Penseel, Ionica Smeets en Edward van de Vendel met de Zilveren Griffel

Met Rekenen voor je leven geeft de veelvuldig bekroonde illustrator Floor de Goede ons een boek dat leren leuk maakt. Vlotte en krachtige tekeningen verhelderen en geven vorm aan prangende rekenvragen van kinderen uit groep 7 van de Rover Hoepsikaschool. Vragen over oneindigheid, muren, bruggen, kortingen, water en recepten, en nog veel meer. Elke vraag heeft letterlijk een eigen kleur gekregen en bestaat uit een afwisseling van gekaderde striptekeningen en losse illustraties. Hierin wordt ook de veelzijdigheid van de op het oog ‘eenvoudige’ vragen weergegeven. Levensechte voorvallen en maatschappelijke thema’s worden geïllustreerde rekensommen, die op hun beurt met kleur, precieze details en humor allerlei interpretatielagen belichten. Beeld en tekst gaan hier hand in hand. Onverwachts ‘boeiend en soms een beetje gek’ zoals het boek zelf zegt, maar altijd uit het leven gegrepen; de vragen van groep 7 krijgen ruimte, kleur en lading door de illustraties. Tekst en beeld verhelderen elkaar en zijn niet los van elkaar te zien. Ze complementeren elkaar exact op dat ongedefinieerde gebied van details in lijn, kleur, klank, diepte en vorm. Beeldvullende illustraties waarin het verhaal met kracht in duidelijke lijnen en kleurvlakken wordt neergezet, worden afgewisseld met stripachtige cartoons voor de rekenlessen. Complexe vragen krijgen vlotte tekeningen waarin ernst en humor prima samengaan. Sprankelend door vrolijkheid, origineel door allerlei vormen van beeldtaal, karakteristiek kleurgebruik in een verrijkende symbiose tussen beeld en tekst. Dit kan hét boek zijn om vragen van levensbelang nu eens anders te behandelen. De illustraties maken het verhaal; ze zorgen ervoor dat je de tekst gaat lezen en tegelijkertijd van rekenen gaat houden. Precies hoe je de illustraties in een informatief boek wilt hebben: aanvullend en uniek.

Ionica met Diederik Jekel bij Schooltv

Diederik Jekel en Ionica Smeets buigen zich bij Schooltv over wiskundige raadsels en begrippen, van exponentiële groei tot oneerlijke taartdiagrammen.

De korte clips kunnen gebruikt worden voor het onderwijs, of voor waar je maar wilt!

Als iets ‘waarschijnlijk’ is, hoeveel procent zeker is dat dan? Voor sommige mensen betekent dat 70%, voor anderen 90%. Ionica legt uit waarom deze kanswoorden zo verraderlijk kunnen zijn.

Ionica in Heidelberg: haardvuurgesprek over wetenschapsjournalistiek en -communicatie

Als begin van haar gasthoogleraarschap in Heidelberg was Ionica te gast bij een haardvuurgesprek. Hierin praat Ionica samen met Prof. Dr. Michael Boutros en Annika Elstermann over de onderwerpen wetenschapsjournalistiek en wetenschapscommunicatie. Het gesprek werd geleid door Prof. Dr. Matthias Weidemüller, vice-rector aan de Universiteit van Heidelberg.

The Gala of Science & Society – a NeFCA Report

Hieronder leest u het NeFCA verslag geschreven door Julie Schoorl over het Gala van de Wetenschap & Samenleving, wat plaatsvond op pi-dag (14 maart) 2022. Ionica was samen met Jim Jansen host van het Gala.

On pi-day, the 14th of March, the very first edition of the Gala of Science and Society took place in a sold-out Stadsgehoorzaal in Leiden, the City of Science of 2022. Hosted by University of Leiden’s science communication professor Ionica Smeets and chief editor of New Scientist Jim Jansen, this event was all about the conversation between -you might have guessed- science and society. Over 800 people were present and the audience consisted of a mix of scientists, journalists, policy makers and citizens. The invited speakers came from various (scientific) backgrounds and entertained the audience with various engaging talks. Virologist Marion Koopmans thanked everyone for being part of the largest epidemiological experiment in history, chemist and Nobel-prize winner Ben Feringa emphasized the importance of curiosity and physicist Ivo van Vulpen acknowledged complicated contradictions in theory coming from Einstein and Hawking and how this led us to connect the small with the large.

New Scientist chief editor Jim Jansen and professor Ionica Smeets hosted the evening with entertaining intermezzos and interviews. Picture by Bob Bronshoff

Apart from professors offering new scientific insights, there were various scientists invited to the stage who have been working in the field of (science) communication for a long time – representing NeFCA at this large event. Professor of Artificial Intelligence and Society Claes de Vreese from the University of Amsterdam discussed the worrisome yet simultaneously fascinating developments of AI and what (dangerous) implications this might have for society. As an example, he mentioned the deepfake videos that are now produced ever more rapidly and spread on the Internet. Such a development introduces risk, as it becomes increasingly difficult to determine what (or who) is real and what (or who) is not. This could possibly impact important societal phenomena like democratic voting polls, which is why De Vreese is very motivated to continue his research.

Professor Claes de Vreese emphasizes the thrilling opportunities and possible dangerous risks that Artificial Intelligence imposes on us as society. Picture by Bob Bronshoff

Following his talk, behavioural scientist Reint Jan Renes, lector at the Amsterdam University of Applied Sciences, appeared on stage. He focused on the attempts to change behaviour in relation to climate change. Renes made the audience aware of the apparent disconnect between the thoughts and intention to change behaviour and the realization of genuinely changing that behaviour. He prompted the audience to formulate one simple and small resolution that they should share with their environment, such as making the promise to eat less meat, in order to make that small step forward towards a better climate.

Behavioural scientist Reint Jan Renes encourages the audience to participate in the ‘’Green Shift’’ to combat climate change. Picture by Bob Bronshoff

Apart from talks related to societal issues like democracy and climate change, there were also engaging battles and quizzes to entertain the audience. Margriet van der Heijden, physicist, science journalist and professor of Science Communication at Technical University Eindhoven, was able to show the misconceptions and underrepresentation of women in science. She had created an interactive Kahoot! Quiz that revealed that the audience surprisingly underestimated the representation of women in science, while it also revealed a lack of factual knowledge about women in science in the past. This activity was quickly followed by a dynamic battle between quantum physicist Julia Cramer and cognitive neuroscientist Barbara Braams, who were representing the natural sciences and the social sciences respectively. They both had to essentially ‘sell’ their field of science to the audience by describing world-changing ideas and most inspiring studies within their field. The audience seemed to slightly favour the natural sciences, as was proven by measuring the noise (read: applause and cheering) made by de crowd. However, both contestants managed to convey their enthusiasm and stress the importance of the discoveries and ongoing research in their respective fields.

While the battle had shown that the audience was capable of making noise, professor Ionica Smeets managed to induce a striking silence during her monologue about the flaws that still linger in the field of science communication. She emphasized the need to listen to conversational partners, even if one does not agree with them, and the urgency to aim communication towards those people that are in need of information, not just the groups that are easiest to reach. The monologue was reinforced by the accompaniment of a soundscape by pianist Tom Dicke. This musical intermezzo managed to highlight both the importance as well as the exciting possibilities of science communication.

The first edition of the Gala of Science and Society, hosted in Leiden, City of Science 2022. NeFCA was one of the main partners. Picture by Bob Bronshoff

The variety of talks, the interactive elements and the enthusiasm of the two hosts resulted in a successful event. Many chats ensued, both formal and informal, between various audience members. Everyone left the Stadsgehoorzaal a little more informed and -hopefully- a little better equipped to communicate in informal and academic contexts.

Julie Schoorl

Gelijkheidsprincipe (columnistenmarathon 2022)

De Volkskrant vroeg alle columnisten een column van tweehonderd woorden te schrijven over het thema ‘democratie’. Alle columns zijn hier te vinden. Ionica haar bijdrage leest u hieronder:

Bij een voorgaande columnistenmarathon had ik een meningsverschilletje met de eindredactie. Mijn column was langer dan de voorgeschreven tweehonderd woorden – en dat mocht niet. ‘Past hij daadwerkelijk niet?’, informeerde ik bij de dienstdoende eindredacteur. Ik wist namelijk dat ik gemiddeld kortere woorden gebruik dan talloze collega’s, zeker omdat ik veelvuldig priemgetallen en cijfercombinaties opsom. Zowel ‘7’, ‘arbeidsongeschiktheidsverzekering’ als ‘meervoudigepersoonlijkheidsstoornis’ tellen als één woord. Mijn tegenargumenten werden gediskwalificeerd: ‘Alle columnisten zijn gelijk en hebben recht op tweehonderd woorden.’

Deze controlemaniak kortte mijn columnistenmarathoncolumn genadeloos in. Vervolgens verscheen die naast een column van tweehonderd woorden die anderhalf keer zo lang was als mijn verhandelingetje. Ik wenste mijn breedsprakige collega en zijn ellenlange, opgezwollen, bombastische woorden een enkele reis richting Gasselterboerveenschemond. (Ik wilde eerst Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch schrijven, maar ik moet deze column ook hardop voordragen bij de columnistenmarathon.)

Ook oneerlijk: Aaf Brandt Corstius en Sander Schimmelpenninck pakken met hun namen veel meer ruimte dan Eva Hoeke en Joost Zaat. Tijd voor represaillemaatregelen! Bij deze gelegenheidscolumn buitte ik mijn tweehonderd woorden superpietepeuterig uit met een bovengemiddelde hoeveelheid zeslettergrepige samenstellingen.

Zo gaat het ook in een democratie. Gelijkheidsprincipes zijn prachtig, maar als je iedereen dezelfde rechten geeft, betekent dat nog niet dat iedereen ook hetzelfde krijgt.

‘Wist je dat het allemaal enorm meevalt met de gevolgen van alcohol in het verkeer?’

‘Het is echt belachelijk dat je niet mag autorijden als je een paar wijntjes ophebt. Waar bemoeit de overheid zich mee? Het is mijn leven en mijn auto en ik kan zelf heus wel inschatten of ik nog goed genoeg kan rijden.

Ja ja, er zijn inderdaad ook andere mensen op de weg. Maar goed, als je niet op tijd kunt wegkomen als ik eens een klein beetje uit mijn baan rijdt, ja, dan vraag je ook wel een beetje om. Dan moet je ook maar niet gaan fietsen als je zo kwetsbaar bent. Zo iemand had net zo makkelijk zelf in een sloot kunnen rijden. Wie zegt dan dat het mijn fout is?

Wist je dat het allemaal enorm meevalt met de gevolgen van alcohol in het verkeer? Hooguit 23% van de dodelijke slachtoffers zou door alcohol in het verkeer komen. Nou, dat is een lager percentage dan van de limoncello die ik net nog had, ha. Doe mij er trouwens nog maar één.

Verreweg de meeste doden in het verkeer vallen dus zonder dat er iemand te veel alcohol op heeft. Bij 77% van de slachtoffers heeft er helemaal niemand iets gedronken. Eigenlijk is het dus veel gevaarlijker om zoals jij cola te drinken en dan te gaan rijden. Ik las laatst nog dat alcohol je scherper maakt, dat zal het zijn.

Wat zeg je? Oh, jij denkt dat dit een slechte vergelijking is omdat minder dan 23% van de bestuurders dronken achter het stuur zit? Nou, spreek voor jezelf, hahaha. Wat mompel je nu? Heeft het SWOV berekend dat een automobilist bij een bloedalcoholgehalte van 1,5 ‰ een twintig keer zo hoog risico op een ongeval heeft? Wat een grappig woord is dat: SWOV, SWOVVVV, SWOVVVVVV. Maar goed, wie zijn die lui van dat ‘nationaal wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek’? Waarom geloof jij die zomaar? Wie betaalt hen?

Trouwens, ik lees ook allerlei wetenschappelijke studies. Zo las ik laatst dat ik helemaal niet in een risicogroep val, want mensen van mijn leeftijd hebben juist minder vaak ongevallen. Daar heb je niet van terug hè? Daarbij drink ik alleen maar natuurlijke producten en die zijn hartstikke goed voor je, dat is ook bewezen. Bier komt van hop, wijn van druiven, limoncello van limoenen. Ik ben hier heel gezond bezig. Heb je wel eens opgezocht hoeveel chemische stoffen er in die cola van jou zitten? Doe eens je eigen onderzoek. In de middeleeuwen dronk iedereen bier, zelfs kinderen. En zeurde er toen iemand over ongevalsrisico? Nee hè?

Denk ook eens aan de risico’s die ik loop als ik nu *niet* naar huis rijd. Als ik hier de hele nacht blijf, dan kan er ook van alles misgaan. Deze kroeg kan afbranden, ik kan van de trap vallen, levensgevaarlijk allemaal. Dan kun je beter met een paar biertjes, of met een paar biertjes, wat wijntjes en twee limoncello op lekker naar je eigen veilige huis rijden. Je moet je niet zo gek laten maken door wat je in de mainstream media leest, joh.

Waarom bel je nou een taxi voor jezelf? Je kunt toch gezellig met me meerijden?’

Deze column verscheen op 5 november 2021 in de Volkskrant.

Herinneringen verdichten zich als iemand dood is. Er is niemand aan wie ik meer herinneringen heb dan aan mijn moeder

Mijn moeder overleed net voor kerst. Ze is 65 geworden. Te jong, maar meer dan we hadden durven hopen toen ze anderhalf jaar geleden terminaal ziek bleek. We kregen nog wat bonustijd cadeau – maanden die ondanks alles een gouden randje hadden. Want ze was er nog, ze was er nog.

Herinneringen verdichten zich zo als iemand dood is. Allerlei dingen die met de overledene te maken hebben, komen naar boven en krijgen extra betekenis. Er is niemand aan wie ik meer herinneringen heb dan aan mijn moeder. We waren zo hecht. We zagen elkaar veel en als we niet bij elkaar waren, dan waren er lange telefoongesprekken, appjes en brieven. Deze week exporteerde ik onze appjes om ze goed te bewaren, het werd een document van van 1.814 pagina’s. In mijn hele leven heb ik nooit langer dan een week géén contact gehad met mijn moeder. De eerste dag dat ze dood was, wilde ik haar al vier keer bellen om haar te vertellen over de lieve reacties die we kregen van haar vrienden.

Herinneringen aan haar buitelen door mijn hoofd en hart. Hoe mooi ze was in de musicals waarin ze begin jaren negentig speelde. Hoe belachelijk dol ze was op cadeautjes, zowel om te krijgen als om te geven. Hoe ze mijn vrienden omarmde, ook als het rare figuren waren. Hoe ze als boekhandelaar probeerde om voor elke klant het perfecte boek te vinden. De stapels boeken die thuis altijd overal lagen. Hoe ze bijna nooit twee keer hetzelfde kookte, maar steeds iets nieuws probeerde. De stedentrips die we samen maakten en hoe we samen in Berlijn stonden te dansen bij Stereo Total. Hoe ze zich altijd met alles en iedereen bemoeide en hoe vermoeiend dat soms was, maar toch vooral heel lief.

Ze bemoeide zich natuurlijk ook met haar eigen uitvaart, we planden die samen met mijn stiefvader. Mijn moeder wilde geen kist, maar een petrolblauwe lijkwade. Geen speeches in een kille aula, maar herinneringen aan haar ophalen in een Twentse borg vol kaarsjes. Na haar dood vonden we nog een lijstje met extra wensen. Zo moesten we ‘Doe het toch maar’ van Babs Gons een rol geven. Familieleden lazen dit gedicht voor bij haar uitvaart en we zetten de laatste regels op haar rouwkaart:

‘doe het toch maar

ook nadat je tot bloedens toe

op deuren hebt geklopt die dicht voor je blijven

bouw je eigen huizen

wacht niet tot ze je uitnodigen

vier je eigen feestje

doe het toch maar

klim maar uit bed op die ochtenden dat

de vermoeidheid je hoop en ledematen lamlegt

ook als je denkt dat de wereld je niet lijkt op te merken

en nog minder zit te wachten

op jou en je verhalen

vertel ze toch maar

doe het gewoon

want ergens weet je

dat dit het enige is waardoor je

in vrede met jezelf en de wereld kan leven’

Och, dacht ik, dat is precies hoe zij in het leven stond. En het is haar allerlaatste cadeautje voor iedereen die ze achterlaat. Op de momenten waarop we niet meer weten waarvoor we het doen, zullen we haar bemoedigende stem in ons hoofd horen: ‘Doe het toch maar.’

Deze column verscheen op 7 januari 2022 in de Volkskrant.

Laten we van Vivaldi’s Vier jaargetijden Zes jaargetijden maken

Toen deze week de herfst officieel begon, moest ik weer eens aan Kurt Vonnegut denken. Hij vond namelijk dat er geen vier seizoenen zijn, maar zes. Hij mopperde dat de lente vaak niet voelt als lente en dat november helemaal niet klopt voor de herfst – en dat mensen misschien wel daarom zo vaak somber zijn.

‘Hier is de waarheid over de seizoenen: de lente dat zijn mei en juni. Wat is er lente-achtiger dan mei en juni? De zomer dat zijn juli en augustus. Heel erg warm! De herfst dat zijn september en oktober. Zie je die pompoenen? Ruik je de brandende bladeren? Daarna komt het seizoen dat luiken heet. November en december zijn geen winter. Zij zijn luiken. Daarna komt de winter, januari en februari. Oh wat koud! Wat komt er daarna? Geen lente. Eerst komt ontluiken. Wat kunnen die wrede maand maart en de slechts iets minder wrede april anders zijn? Maart en april zijn geen lente, ze zijn ontluiken.’

Vonnegut hield dit pleidooi in de Amerikaanse staat New York, maar voor Nederland klopt deze indeling ook heel aardig. Tijdens de koude en natte lente van dit jaar dacht ik vaak: ‘Dit is geen lente. Dit is ontluiken.’

Hoe onze tijd is ingedeeld in jaren, maanden, weken en uren heeft natuurlijk van alles te maken met hoe de aarde om de zon draait. Ooit sprak ik iemand die probeerde om de 168 uur in een week niet meer in te delen in de traditionele zeven dagen van 24 uur. Nee, diegene maakte er zes dagen van 28 uur van, daarmee kom je ook op precies 168 uur. Met deze indeling hoefde hij maar zes keer acht uur te slapen en kreeg zo acht uur extra per week om andere dingen te doen. Het idee bleek in de praktijk toch iets minder goed te werken, met slaapperioden die steeds verschoven en regelmatig nogal onhandig overdag vielen. Onze zeven dagen van 24 uur zijn toch net iets beter afgestemd op wat de aarde doet.

Maar met die vier seizoenen weet ik dat nog zo net niet. Er blijken al systemen te zijn die het jaar indelen in zes seizoenen, zoals de Hindoekalender die een extra voor-winter en nazomer kent. Ik zie nog meer voordelen van zes seizoenen: er kunnen twee extra vioolconcerten gemaakt worden bij Vivaldi’s De vier jaargetijden. En wat te denken van de pizza quattro stagioni met de vier kwarten die staan voor de seizoenen: met artisjokken voor de lente, basilicum voor de zomer, paddestoelen voor de herfst en olijven voor de winter. Daar komen dan nog twee punten bij, doe mij maar verse spinazie voor het ontluiken en rode biet voor het luiken.

Ach, ik verwacht niet dat Nederland ooit zal overstappen op een systeem met zes seizoenen. Vonnegut hield zijn betoog al in 1978 en in de tussentijd is er niets veranderd. Maar waar leven volgens een week met zes dagen van 28 uur nogal onpraktisch blijkt, is er geen enkele reden om niet te leven alsof er zes seizoenen zijn. Ik ga vast op zoek naar een goede luikjas.

Deze column verscheen op 24 september 2021 in de Volkskrant.

Over fatsoenlijke tarieven (column)

Van onderstaande column uit 2013 is een nieuwe, geactualiseerde versie verschenen als Kakkerlakje – een klein boekje om te sturen naar alle opdrachtgevers die denken dat je voor een boekenbon/fles wijn komt en naar alle zzp’ers die je een hart onder de riem wilt steken. Te koop in de boekhandel of via https://loopvis.nl/jebenthetwaard/.

Beste congres-organisatie,

Wat leuk dat jullie me vragen voor een lezing, natuurlijk kan ik een verhaal vertellen over onverwachte toepassingen van wiskunde! Het is alleen jammer dat jullie geen budget hebben voor sprekers. Jullie boeken voor je congres een prachtig landgoed, huren een dure cateraar, maar de inhoud moet bijna gratis komen. Dat is toch merkwaardig. Ik kan als zelfstandige geen lezing komen geven voor 150 euro. Ik zal nog één keer uitleggen wat een fatsoenlijk tarief is.

Zie mij eens lekker staan op dat podium.
Zie mij eens lekker staan op dat podium.

Laten we eens kijken naar wat iemand in loondienst kost. Neem mijn oude studievriend Bert, hij verdient 3.600 euro bruto per maand. Dat is bovenmodaal, maar voor onze werkervaring en opleidingsniveau onder het gemiddelde. Voor zijn werkgever komen er bovenop dat brutoloon nog werknemersverzekeringen, sociale premies en vakantiegeld. Bij elkaar zijn de werkgeverskosten ongeveer 59.000 euro per jaar. En dan heb ik de bonus van Bert nog niet eens meegeteld.

Bert heeft ook een mooie werkplek, een telefoon, laptop plus een hele lading kantoorspullen van de zaak en hij mag diverse onkosten declareren. Moet hij naar een vergadering in Sneek? Zijn baas betaalt de reiskosten, eten onderweg en als het nodig is een hotel. Zeg dat al dit soort kosten nog eens zesduizend euro per jaar zijn. Dan komen we voor een werkgever op 65.000 euro aan kosten.

Hoeveel kost Bert daarmee per uur? Hij werkt full-time, maar lang niet al zijn uren zijn declarabel. Hij maakt regelmatig eens praatje bij de koffie-automaat of zit even voor zich uit te staren. Verder zijn er vergaderingen, cursussen, het beantwoorden van talloze emails, het oplossen van computerproblemen en al die andere dingen die naast zijn eigenlijk werk moeten gebeuren. Daarnaast gebruikt Bert zijn volle zesentwintig vakantiedagen en ligt hij wel eens met griep in bed. Zeg dat hij uiteindelijk duizend uur declarabel werk per jaar overhoudt. Dan kost Bert zijn werkgever uiteindelijk per uur 65 euro. Uit betrouwbare bron weet ik dat Bert het dubbele kost als hij eens aan een ander bedrijf wordt verhuurd.

Het lijkt me dus zeer redelijk dat ik als zelfstandige 65 euro per gewerkt uur reken. Op het eerste gezicht houd ik meer geld over dan Bert, maar ik heb veel meer onzekerheid en kosten dan hij (en leuker werk, dat dan weer wel). Mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering is duurder dan die van een werknemer en pensioen moet ik op een of andere manier zelf opbouwen. Verder gaan opdrachtgevers wel eens failliet of krijg ik een tijdje domweg geen opdrachten terwijl Berts loon elke maand binnenkomt. Kortom: 65 euro per uur is echt het minimum.

Probeer nu eens te schatten hoeveel tijd een lezing op jullie conferentie me kost. Ik moet de vorm en inhoud met jullie overleggen, de juiste voorbeelden opduiken, een presentatie maken en oefenen. Op de dag zelf kom ik naar jullie afgelegen landgoed (in totaal vijf uur reizen), ben ik een uur van tevoren aanwezig om de techniek te testen en blijf ik op verzoek van jullie nog tot na de pauze zodat ik vragen kan beantwoorden. Na afloop stuur ik jullie netjes mijn presentatie en aanvullende informatie voor de deelnemers. Alles bij elkaar kost dit me makkelijk twee complete dagen. Reken zelf maar even uit voor welk bedrag jullie me kunnen boeken.

Hopelijk tot ziens,

Ionica

ps Zoals ik al schreef is 65 euro per uur het absolute minimum. Niet schrikken als ik af en toe wat meer vraag dus.

Deze column verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant Met dank aan mijn onvolprezen boekhouder Marina Clausing die meedacht over de juiste vergelijking..