Ionica Smeets

Hoogleraar wetenschapscommunicatie – Universiteit Leiden

  • In navolging van de verkiezingen voor het Woord van het Jaar en de Internationale Statistiek van het Jaar heeft Ionica de verkiezing voor het Getal van het Jaar 2018 georganiseerd met Casper Albers, Casper Hulshof, Jan Beuving en Stefanie Brackenhoff. In deze verkiezing gingen ze op zoek naar het getal dat het jaar het beste samenvatte en de leukste link had met 2018.

    De winnaar van 2018 is:

    38,2

    Graden, de hoogste temperatuur gemeten in Nederland in de zomer van 2018.

    Meer informatie op de website van het Getal van het Jaar.

  • De TU Delft reikt elk jaar de award voor ‘Alumnus of the year’ uit aan een alumnus die een inspiratie is voor anderen of een speciale contributie heeft geleverd aan technologie, innovatie, de wetenschap of ondernemerschap. De winnaar krijgt ook een plekje op de ‘Alumni Walk of Fame’ in het Mekelpark op de campus van de TU Delft.

    Ionica Smeets is verkozen tot alumnus van het jaar 2018. Dat is gedaan door een jury bestaande uit Tim van der Hagen (voorzitter van het College van Bestuur en tevens rector magnificus van de TU Delft) en Micheal Wisbrun (voorzitter Universiteitsfonds TU Delft). De universiteit waardeert haar voor de toegankelijke, effectieve en vaak komische manier waarop ze probeert de kloof tussen de wetenschap en de maatschappij probeert te overbruggen.

  • Het Leids Mediafonds wil de kwaliteitsjournalistiek helpen bevorderen om zo inwoners, instellingen en bedrijven in de Leidse regio beter te informeren over wat er speelt in de stad Leiden en directe omgeving.

    Van oudsher spelen de media als waakhond van de democratie een belangrijke rol bij deze informatievoorziening. De gemeente Leiden heeft geconstateerd dat de kwaliteit en kwantiteit van het (traditionele) lokale media-aanbod in de Leidse regio de afgelopen jaren is afgenomen: redacties van lokale media staan onder druk van bezuinigingen en kunnen daardoor te weinig tijd besteden aan onderzoeksjournalistiek en verdieping. De pers is daardoor minder goed in staat helder en kritisch te informeren over college- en raadsbesluiten, over het gemeentelijke beleid en uitvoering van projecten, maar ook over andere relevante ontwikkelingen die zich in de samenleving voordoen. De gemeente Leiden heeft daarom -na zorgvuldig onderzoek- besloten ter versterking van de onderzoeksjournalistiek een Leids Mediafonds op te richten.

    Het bestuur van het Leids Mediafonds bestaat uit vijf onafhankelijke leden die op grond van hun ervaring in de journalistiek en communicatie zijn benoemd. Van links naar rechts: Milja de Zwart, René Roodheuvel, Bob Nieman (voorzitter), Ionica Smeets (secretaris), Rick van Dijk (penningmeester).

    Ga naar de site van het Leids mediafonds

  • Mijn vader, die regelmatig in ziekenhuizen komt, belde me vorige week over de Ziekenhuis Top 100 van Algemeen Dagblad. Hij vertelde hoe het Rotterdamse Fransiscus Gasthuis in de nieuwste editie op een belabberde 56ste positie eindigt, terwijl het vorig jaar nog op 6 stond. Mijn vader verbaasde zich ook over hoe wonderbaarlijk goed Ziekenhuis Nij Smellinghe het ineens doet: vorig jaar stonden ze op 71, dit jaar met stip op 4. Hoe kan de ‘kwaliteit’ van ziekenhuizen binnen één jaar zo sterk veranderen? Zou je dan niet aan de onderzoeksmethode gaan twijfelen? En de belangrijkste vraag: wat moet je hiermee als patiënt?

    Het perfect antwoord op die vragen bleek Herm Joosten al in 2014 al geschreven te hebben in een opiniestuk met de veelzeggende titel “Voor patiënten is de AD ziekenhuis-lijst (vrijwel) zinloos.” De grote verschuivingen die mijn vader opmerkte, blijken geen uitzondering. Joosten rekende destijds uit dat ziekenhuizen in opeenvolgende jaren gemiddeld zo’n vijfentwintig plaatsen verschuiven. Als je wilt weten hoe een ziekenhuis dit jaar zal scoren, dan heb je dus vrijwel niets aan de score van vorig jaar. Joosten legt uit dat een methode die zulke wisselende resultaten oplevert, niet betrouwbaar is en merkt vilein op dat ‘de Ziekenhuis Top 100 qua validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid nog onder de Oliebollen Top 100 scoort.’ Hij adviseert patiënten die toch naar de lijst willen kijken, te zoeken naar naar ziekenhuizen die in een reeks opeenvolgende jaren goed scoren: blijkbaar bieden zij consequente kwaliteit. Als voorbeeld van zo’n betrouwbaar ziekenhuis noemt Joosten het Franciscus Gasthuis. Ai, dat was dit jaar nu juist naar een 56ste plaats gekelderd.

    Maar het is nogal onduidelijk wat die 56ste plek betekent. Ziekenhuizen kunnen in totaal honderd punten halen. De beste heeft er 90,46, het Fransiscus Gasthuis heeft er op zijn 56ste plaats nog steeds 67,04 (let ook op die twee cijfers achter de komma). Maar wat is op deze schaal een voldoende? Is dat zestig punten? Dan halen alleen nummer 71 en 72 in de lijst een nipte onvoldoende. Dat is trouwens nog zoiets geks aan de top 100: er staan helemaal geen honderd ziekenhuizen in. Waarschijnlijk klonk “Ziekenhuis Top 72 plus 12 gespecialiseerde centra die we niet kunnen vergelijken” toch nét wat minder lekker.

    Overigens heb ik een hypothese over de grote schommelingen. Stel dat een ziekenhuis heel slechte publiciteit krijgt, bijvoorbeeld doordat het flink zakt in de Ziekenhuis Top 100, dan komen er het jaar daarna minder patiënten. Waardoor het personeel meer tijd heeft voor de behandelingen die ze moeten doen. Waardoor het allemaal een stuk beter gaat. Waardoor de score het jaar erop hoger is, er meer patiënten komen en de boel weer misloopt, waardoor ze slechter scoren, enzovoorts.

    Al kan een slechte score soms zelfs juist een goed teken zijn. Stel dat een ziekenhuis een speciaal programma opzet om complicaties na een operatie op te sporen en te behandelen. Waarschijnlijk scoort het daardoor slechter op de indicator ‘aantal complicaties na een operatie’, terwijl het eigenlijk juist béter omgaat met complicaties.

    Boven alles is de vraag hoeveel zin het heeft om ziekenhuizen in één lijst van hoog naar laag te rangschikken, terwijl voor veel patiënten slechts een paar factoren écht belangrijk zijn. Ik beland liever in een middelmatig ziekenhuis met een excellente afdeling voor mijn specifieke aandoening, dan andersom.

    Deze column verscheen eerder in de Volkskrant