Ionica in Heidelberg: haardvuurgesprek over wetenschapsjournalistiek en -communicatie

Als begin van haar gasthoogleraarschap in Heidelberg was Ionica te gast bij een haardvuurgesprek. Hierin praat Ionica samen met Prof. Dr. Michael Boutros en Annika Elstermann over de onderwerpen wetenschapsjournalistiek en wetenschapscommunicatie. Het gesprek werd geleid door Prof. Dr. Matthias Weidemüller, vice-rector aan de Universiteit van Heidelberg.

The Gala of Science & Society – a NeFCA Report

Hieronder leest u het NeFCA verslag geschreven door Julie Schoorl over het Gala van de Wetenschap & Samenleving, wat plaatsvond op pi-dag (14 maart) 2022. Ionica was samen met Jim Jansen host van het Gala.

On pi-day, the 14th of March, the very first edition of the Gala of Science and Society took place in a sold-out Stadsgehoorzaal in Leiden, the City of Science of 2022. Hosted by University of Leiden’s science communication professor Ionica Smeets and chief editor of New Scientist Jim Jansen, this event was all about the conversation between -you might have guessed- science and society. Over 800 people were present and the audience consisted of a mix of scientists, journalists, policy makers and citizens. The invited speakers came from various (scientific) backgrounds and entertained the audience with various engaging talks. Virologist Marion Koopmans thanked everyone for being part of the largest epidemiological experiment in history, chemist and Nobel-prize winner Ben Feringa emphasized the importance of curiosity and physicist Ivo van Vulpen acknowledged complicated contradictions in theory coming from Einstein and Hawking and how this led us to connect the small with the large.

New Scientist chief editor Jim Jansen and professor Ionica Smeets hosted the evening with entertaining intermezzos and interviews. Picture by Bob Bronshoff

Apart from professors offering new scientific insights, there were various scientists invited to the stage who have been working in the field of (science) communication for a long time – representing NeFCA at this large event. Professor of Artificial Intelligence and Society Claes de Vreese from the University of Amsterdam discussed the worrisome yet simultaneously fascinating developments of AI and what (dangerous) implications this might have for society. As an example, he mentioned the deepfake videos that are now produced ever more rapidly and spread on the Internet. Such a development introduces risk, as it becomes increasingly difficult to determine what (or who) is real and what (or who) is not. This could possibly impact important societal phenomena like democratic voting polls, which is why De Vreese is very motivated to continue his research.

Professor Claes de Vreese emphasizes the thrilling opportunities and possible dangerous risks that Artificial Intelligence imposes on us as society. Picture by Bob Bronshoff

Following his talk, behavioural scientist Reint Jan Renes, lector at the Amsterdam University of Applied Sciences, appeared on stage. He focused on the attempts to change behaviour in relation to climate change. Renes made the audience aware of the apparent disconnect between the thoughts and intention to change behaviour and the realization of genuinely changing that behaviour. He prompted the audience to formulate one simple and small resolution that they should share with their environment, such as making the promise to eat less meat, in order to make that small step forward towards a better climate.

Behavioural scientist Reint Jan Renes encourages the audience to participate in the ‘’Green Shift’’ to combat climate change. Picture by Bob Bronshoff

Apart from talks related to societal issues like democracy and climate change, there were also engaging battles and quizzes to entertain the audience. Margriet van der Heijden, physicist, science journalist and professor of Science Communication at Technical University Eindhoven, was able to show the misconceptions and underrepresentation of women in science. She had created an interactive Kahoot! Quiz that revealed that the audience surprisingly underestimated the representation of women in science, while it also revealed a lack of factual knowledge about women in science in the past. This activity was quickly followed by a dynamic battle between quantum physicist Julia Cramer and cognitive neuroscientist Barbara Braams, who were representing the natural sciences and the social sciences respectively. They both had to essentially ‘sell’ their field of science to the audience by describing world-changing ideas and most inspiring studies within their field. The audience seemed to slightly favour the natural sciences, as was proven by measuring the noise (read: applause and cheering) made by de crowd. However, both contestants managed to convey their enthusiasm and stress the importance of the discoveries and ongoing research in their respective fields.

While the battle had shown that the audience was capable of making noise, professor Ionica Smeets managed to induce a striking silence during her monologue about the flaws that still linger in the field of science communication. She emphasized the need to listen to conversational partners, even if one does not agree with them, and the urgency to aim communication towards those people that are in need of information, not just the groups that are easiest to reach. The monologue was reinforced by the accompaniment of a soundscape by pianist Tom Dicke. This musical intermezzo managed to highlight both the importance as well as the exciting possibilities of science communication.

The first edition of the Gala of Science and Society, hosted in Leiden, City of Science 2022. NeFCA was one of the main partners. Picture by Bob Bronshoff

The variety of talks, the interactive elements and the enthusiasm of the two hosts resulted in a successful event. Many chats ensued, both formal and informal, between various audience members. Everyone left the Stadsgehoorzaal a little more informed and -hopefully- a little better equipped to communicate in informal and academic contexts.

Julie Schoorl

Gelijkheidsprincipe (columnistenmarathon 2022)

De Volkskrant vroeg alle columnisten een column van tweehonderd woorden te schrijven over het thema ‘democratie’. Alle columns zijn hier te vinden. Ionica haar bijdrage leest u hieronder:

Bij een voorgaande columnistenmarathon had ik een meningsverschilletje met de eindredactie. Mijn column was langer dan de voorgeschreven tweehonderd woorden – en dat mocht niet. ‘Past hij daadwerkelijk niet?’, informeerde ik bij de dienstdoende eindredacteur. Ik wist namelijk dat ik gemiddeld kortere woorden gebruik dan talloze collega’s, zeker omdat ik veelvuldig priemgetallen en cijfercombinaties opsom. Zowel ‘7’, ‘arbeidsongeschiktheidsverzekering’ als ‘meervoudigepersoonlijkheidsstoornis’ tellen als één woord. Mijn tegenargumenten werden gediskwalificeerd: ‘Alle columnisten zijn gelijk en hebben recht op tweehonderd woorden.’

Deze controlemaniak kortte mijn columnistenmarathoncolumn genadeloos in. Vervolgens verscheen die naast een column van tweehonderd woorden die anderhalf keer zo lang was als mijn verhandelingetje. Ik wenste mijn breedsprakige collega en zijn ellenlange, opgezwollen, bombastische woorden een enkele reis richting Gasselterboerveenschemond. (Ik wilde eerst Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch schrijven, maar ik moet deze column ook hardop voordragen bij de columnistenmarathon.)

Ook oneerlijk: Aaf Brandt Corstius en Sander Schimmelpenninck pakken met hun namen veel meer ruimte dan Eva Hoeke en Joost Zaat. Tijd voor represaillemaatregelen! Bij deze gelegenheidscolumn buitte ik mijn tweehonderd woorden superpietepeuterig uit met een bovengemiddelde hoeveelheid zeslettergrepige samenstellingen.

Zo gaat het ook in een democratie. Gelijkheidsprincipes zijn prachtig, maar als je iedereen dezelfde rechten geeft, betekent dat nog niet dat iedereen ook hetzelfde krijgt.

‘Wist je dat het allemaal enorm meevalt met de gevolgen van alcohol in het verkeer?’

‘Het is echt belachelijk dat je niet mag autorijden als je een paar wijntjes ophebt. Waar bemoeit de overheid zich mee? Het is mijn leven en mijn auto en ik kan zelf heus wel inschatten of ik nog goed genoeg kan rijden.

Ja ja, er zijn inderdaad ook andere mensen op de weg. Maar goed, als je niet op tijd kunt wegkomen als ik eens een klein beetje uit mijn baan rijdt, ja, dan vraag je ook wel een beetje om. Dan moet je ook maar niet gaan fietsen als je zo kwetsbaar bent. Zo iemand had net zo makkelijk zelf in een sloot kunnen rijden. Wie zegt dan dat het mijn fout is?

Wist je dat het allemaal enorm meevalt met de gevolgen van alcohol in het verkeer? Hooguit 23% van de dodelijke slachtoffers zou door alcohol in het verkeer komen. Nou, dat is een lager percentage dan van de limoncello die ik net nog had, ha. Doe mij er trouwens nog maar één.

Verreweg de meeste doden in het verkeer vallen dus zonder dat er iemand te veel alcohol op heeft. Bij 77% van de slachtoffers heeft er helemaal niemand iets gedronken. Eigenlijk is het dus veel gevaarlijker om zoals jij cola te drinken en dan te gaan rijden. Ik las laatst nog dat alcohol je scherper maakt, dat zal het zijn.

Wat zeg je? Oh, jij denkt dat dit een slechte vergelijking is omdat minder dan 23% van de bestuurders dronken achter het stuur zit? Nou, spreek voor jezelf, hahaha. Wat mompel je nu? Heeft het SWOV berekend dat een automobilist bij een bloedalcoholgehalte van 1,5 ‰ een twintig keer zo hoog risico op een ongeval heeft? Wat een grappig woord is dat: SWOV, SWOVVVV, SWOVVVVVV. Maar goed, wie zijn die lui van dat ‘nationaal wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek’? Waarom geloof jij die zomaar? Wie betaalt hen?

Trouwens, ik lees ook allerlei wetenschappelijke studies. Zo las ik laatst dat ik helemaal niet in een risicogroep val, want mensen van mijn leeftijd hebben juist minder vaak ongevallen. Daar heb je niet van terug hè? Daarbij drink ik alleen maar natuurlijke producten en die zijn hartstikke goed voor je, dat is ook bewezen. Bier komt van hop, wijn van druiven, limoncello van limoenen. Ik ben hier heel gezond bezig. Heb je wel eens opgezocht hoeveel chemische stoffen er in die cola van jou zitten? Doe eens je eigen onderzoek. In de middeleeuwen dronk iedereen bier, zelfs kinderen. En zeurde er toen iemand over ongevalsrisico? Nee hè?

Denk ook eens aan de risico’s die ik loop als ik nu *niet* naar huis rijd. Als ik hier de hele nacht blijf, dan kan er ook van alles misgaan. Deze kroeg kan afbranden, ik kan van de trap vallen, levensgevaarlijk allemaal. Dan kun je beter met een paar biertjes, of met een paar biertjes, wat wijntjes en twee limoncello op lekker naar je eigen veilige huis rijden. Je moet je niet zo gek laten maken door wat je in de mainstream media leest, joh.

Waarom bel je nou een taxi voor jezelf? Je kunt toch gezellig met me meerijden?’

Deze column verscheen op 5 november 2021 in de Volkskrant.

Herinneringen verdichten zich als iemand dood is. Er is niemand aan wie ik meer herinneringen heb dan aan mijn moeder

Mijn moeder overleed net voor kerst. Ze is 65 geworden. Te jong, maar meer dan we hadden durven hopen toen ze anderhalf jaar geleden terminaal ziek bleek. We kregen nog wat bonustijd cadeau – maanden die ondanks alles een gouden randje hadden. Want ze was er nog, ze was er nog.

Herinneringen verdichten zich zo als iemand dood is. Allerlei dingen die met de overledene te maken hebben, komen naar boven en krijgen extra betekenis. Er is niemand aan wie ik meer herinneringen heb dan aan mijn moeder. We waren zo hecht. We zagen elkaar veel en als we niet bij elkaar waren, dan waren er lange telefoongesprekken, appjes en brieven. Deze week exporteerde ik onze appjes om ze goed te bewaren, het werd een document van van 1.814 pagina’s. In mijn hele leven heb ik nooit langer dan een week géén contact gehad met mijn moeder. De eerste dag dat ze dood was, wilde ik haar al vier keer bellen om haar te vertellen over de lieve reacties die we kregen van haar vrienden.

Herinneringen aan haar buitelen door mijn hoofd en hart. Hoe mooi ze was in de musicals waarin ze begin jaren negentig speelde. Hoe belachelijk dol ze was op cadeautjes, zowel om te krijgen als om te geven. Hoe ze mijn vrienden omarmde, ook als het rare figuren waren. Hoe ze als boekhandelaar probeerde om voor elke klant het perfecte boek te vinden. De stapels boeken die thuis altijd overal lagen. Hoe ze bijna nooit twee keer hetzelfde kookte, maar steeds iets nieuws probeerde. De stedentrips die we samen maakten en hoe we samen in Berlijn stonden te dansen bij Stereo Total. Hoe ze zich altijd met alles en iedereen bemoeide en hoe vermoeiend dat soms was, maar toch vooral heel lief.

Ze bemoeide zich natuurlijk ook met haar eigen uitvaart, we planden die samen met mijn stiefvader. Mijn moeder wilde geen kist, maar een petrolblauwe lijkwade. Geen speeches in een kille aula, maar herinneringen aan haar ophalen in een Twentse borg vol kaarsjes. Na haar dood vonden we nog een lijstje met extra wensen. Zo moesten we ‘Doe het toch maar’ van Babs Gons een rol geven. Familieleden lazen dit gedicht voor bij haar uitvaart en we zetten de laatste regels op haar rouwkaart:

‘doe het toch maar

ook nadat je tot bloedens toe

op deuren hebt geklopt die dicht voor je blijven

bouw je eigen huizen

wacht niet tot ze je uitnodigen

vier je eigen feestje

doe het toch maar

klim maar uit bed op die ochtenden dat

de vermoeidheid je hoop en ledematen lamlegt

ook als je denkt dat de wereld je niet lijkt op te merken

en nog minder zit te wachten

op jou en je verhalen

vertel ze toch maar

doe het gewoon

want ergens weet je

dat dit het enige is waardoor je

in vrede met jezelf en de wereld kan leven’

Och, dacht ik, dat is precies hoe zij in het leven stond. En het is haar allerlaatste cadeautje voor iedereen die ze achterlaat. Op de momenten waarop we niet meer weten waarvoor we het doen, zullen we haar bemoedigende stem in ons hoofd horen: ‘Doe het toch maar.’

Deze column verscheen op 7 januari 2022 in de Volkskrant.

Laten we van Vivaldi’s Vier jaargetijden Zes jaargetijden maken

Toen deze week de herfst officieel begon, moest ik weer eens aan Kurt Vonnegut denken. Hij vond namelijk dat er geen vier seizoenen zijn, maar zes. Hij mopperde dat de lente vaak niet voelt als lente en dat november helemaal niet klopt voor de herfst – en dat mensen misschien wel daarom zo vaak somber zijn.

‘Hier is de waarheid over de seizoenen: de lente dat zijn mei en juni. Wat is er lente-achtiger dan mei en juni? De zomer dat zijn juli en augustus. Heel erg warm! De herfst dat zijn september en oktober. Zie je die pompoenen? Ruik je de brandende bladeren? Daarna komt het seizoen dat luiken heet. November en december zijn geen winter. Zij zijn luiken. Daarna komt de winter, januari en februari. Oh wat koud! Wat komt er daarna? Geen lente. Eerst komt ontluiken. Wat kunnen die wrede maand maart en de slechts iets minder wrede april anders zijn? Maart en april zijn geen lente, ze zijn ontluiken.’

Vonnegut hield dit pleidooi in de Amerikaanse staat New York, maar voor Nederland klopt deze indeling ook heel aardig. Tijdens de koude en natte lente van dit jaar dacht ik vaak: ‘Dit is geen lente. Dit is ontluiken.’

Hoe onze tijd is ingedeeld in jaren, maanden, weken en uren heeft natuurlijk van alles te maken met hoe de aarde om de zon draait. Ooit sprak ik iemand die probeerde om de 168 uur in een week niet meer in te delen in de traditionele zeven dagen van 24 uur. Nee, diegene maakte er zes dagen van 28 uur van, daarmee kom je ook op precies 168 uur. Met deze indeling hoefde hij maar zes keer acht uur te slapen en kreeg zo acht uur extra per week om andere dingen te doen. Het idee bleek in de praktijk toch iets minder goed te werken, met slaapperioden die steeds verschoven en regelmatig nogal onhandig overdag vielen. Onze zeven dagen van 24 uur zijn toch net iets beter afgestemd op wat de aarde doet.

Maar met die vier seizoenen weet ik dat nog zo net niet. Er blijken al systemen te zijn die het jaar indelen in zes seizoenen, zoals de Hindoekalender die een extra voor-winter en nazomer kent. Ik zie nog meer voordelen van zes seizoenen: er kunnen twee extra vioolconcerten gemaakt worden bij Vivaldi’s De vier jaargetijden. En wat te denken van de pizza quattro stagioni met de vier kwarten die staan voor de seizoenen: met artisjokken voor de lente, basilicum voor de zomer, paddestoelen voor de herfst en olijven voor de winter. Daar komen dan nog twee punten bij, doe mij maar verse spinazie voor het ontluiken en rode biet voor het luiken.

Ach, ik verwacht niet dat Nederland ooit zal overstappen op een systeem met zes seizoenen. Vonnegut hield zijn betoog al in 1978 en in de tussentijd is er niets veranderd. Maar waar leven volgens een week met zes dagen van 28 uur nogal onpraktisch blijkt, is er geen enkele reden om niet te leven alsof er zes seizoenen zijn. Ik ga vast op zoek naar een goede luikjas.

Deze column verscheen op 24 september 2021 in de Volkskrant.

Over fatsoenlijke tarieven (column)

Van onderstaande column uit 2013 is een nieuwe, geactualiseerde versie verschenen als Kakkerlakje – een klein boekje om te sturen naar alle opdrachtgevers die denken dat je voor een boekenbon/fles wijn komt en naar alle zzp’ers die je een hart onder de riem wilt steken. Te koop in de boekhandel of via https://loopvis.nl/jebenthetwaard/.

Beste congres-organisatie,

Wat leuk dat jullie me vragen voor een lezing, natuurlijk kan ik een verhaal vertellen over onverwachte toepassingen van wiskunde! Het is alleen jammer dat jullie geen budget hebben voor sprekers. Jullie boeken voor je congres een prachtig landgoed, huren een dure cateraar, maar de inhoud moet bijna gratis komen. Dat is toch merkwaardig. Ik kan als zelfstandige geen lezing komen geven voor 150 euro. Ik zal nog één keer uitleggen wat een fatsoenlijk tarief is.

Zie mij eens lekker staan op dat podium.
Zie mij eens lekker staan op dat podium.

Laten we eens kijken naar wat iemand in loondienst kost. Neem mijn oude studievriend Bert, hij verdient 3.600 euro bruto per maand. Dat is bovenmodaal, maar voor onze werkervaring en opleidingsniveau onder het gemiddelde. Voor zijn werkgever komen er bovenop dat brutoloon nog werknemersverzekeringen, sociale premies en vakantiegeld. Bij elkaar zijn de werkgeverskosten ongeveer 59.000 euro per jaar. En dan heb ik de bonus van Bert nog niet eens meegeteld.

Bert heeft ook een mooie werkplek, een telefoon, laptop plus een hele lading kantoorspullen van de zaak en hij mag diverse onkosten declareren. Moet hij naar een vergadering in Sneek? Zijn baas betaalt de reiskosten, eten onderweg en als het nodig is een hotel. Zeg dat al dit soort kosten nog eens zesduizend euro per jaar zijn. Dan komen we voor een werkgever op 65.000 euro aan kosten.

Hoeveel kost Bert daarmee per uur? Hij werkt full-time, maar lang niet al zijn uren zijn declarabel. Hij maakt regelmatig eens praatje bij de koffie-automaat of zit even voor zich uit te staren. Verder zijn er vergaderingen, cursussen, het beantwoorden van talloze emails, het oplossen van computerproblemen en al die andere dingen die naast zijn eigenlijk werk moeten gebeuren. Daarnaast gebruikt Bert zijn volle zesentwintig vakantiedagen en ligt hij wel eens met griep in bed. Zeg dat hij uiteindelijk duizend uur declarabel werk per jaar overhoudt. Dan kost Bert zijn werkgever uiteindelijk per uur 65 euro. Uit betrouwbare bron weet ik dat Bert het dubbele kost als hij eens aan een ander bedrijf wordt verhuurd.

Het lijkt me dus zeer redelijk dat ik als zelfstandige 65 euro per gewerkt uur reken. Op het eerste gezicht houd ik meer geld over dan Bert, maar ik heb veel meer onzekerheid en kosten dan hij (en leuker werk, dat dan weer wel). Mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering is duurder dan die van een werknemer en pensioen moet ik op een of andere manier zelf opbouwen. Verder gaan opdrachtgevers wel eens failliet of krijg ik een tijdje domweg geen opdrachten terwijl Berts loon elke maand binnenkomt. Kortom: 65 euro per uur is echt het minimum.

Probeer nu eens te schatten hoeveel tijd een lezing op jullie conferentie me kost. Ik moet de vorm en inhoud met jullie overleggen, de juiste voorbeelden opduiken, een presentatie maken en oefenen. Op de dag zelf kom ik naar jullie afgelegen landgoed (in totaal vijf uur reizen), ben ik een uur van tevoren aanwezig om de techniek te testen en blijf ik op verzoek van jullie nog tot na de pauze zodat ik vragen kan beantwoorden. Na afloop stuur ik jullie netjes mijn presentatie en aanvullende informatie voor de deelnemers. Alles bij elkaar kost dit me makkelijk twee complete dagen. Reken zelf maar even uit voor welk bedrag jullie me kunnen boeken.

Hopelijk tot ziens,

Ionica

ps Zoals ik al schreef is 65 euro per uur het absolute minimum. Niet schrikken als ik af en toe wat meer vraag dus.

Deze column verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant Met dank aan mijn onvolprezen boekhouder Marina Clausing die meedacht over de juiste vergelijking..

Kinderboekenweek 2021: Rekenen voor je leven met Edward van de Vendel en Ionica Smeets

Wat gebeurt er als een klas de saaie sommen mag vervangen door rekenvragen die met hun eigen leven te maken hebben?

Hoe win je alle spelletjes? Is plassen onder de douche echt goed voor het milieu? Zijn ijsjes overal en altijd even koud? Hoe word je rijk?

Je leest het in Rekenen voor je leven. Of kom, voor of tijdens, de Kinderboekenweek (van 6 t/m 17 oktober) naar een van de optredens van Edward van de Vendel en Ionica Smeets. Je kunt je boek dan ook laten signeren.

Boekhandel Blokker
Datum: 30 september
Tijd: 19.30 uur
Locatie: Boekhandel Blokker, Heemstede
Meer informatie

Boekhandel Groenendijk
Datum: 15 oktober
Tijd: 19.00 uur
Locatie: Theater De Meenthe, Steenwijk (ism Boekhandel Groenendijk)
Meer informatie

Rijnlandse Boekhandel
Datum: 16 oktober
Tijd: 13.30 uur
Locatie: Rijnlandse Boekhandel, Oegstgeest
Meer informatie

Boekhandel De Toverlantaarn
Datum: 17 oktober
Tijd: 14.00 uur
Locatie: Boekhandel De Toverlantaarn, Leeuwarden
Meer informatie

Deze podcast was precies wat ik nodig had na anderhalf jaar corona

Deze zomer kwam Karine Hoenderdos op het vier-sterren-idee om aan mensen te vragen wat hun favoriete podcast-afleveringen zijn en die bij elkaar te zetten in de Spotify-playlist PodcastParels. Dankzij haar ontdekte ik veel moois en één aflevering was zelfs zo goed, dat ik daarvan inmiddels de complete podcast beluisterd heb. Dat is The Anthropocene Reviewed van John Green.

Green is de schrijver van jeugdboeken zoals The Fault in Our Stars en een van de makers achter het educatieve YouTube-kanaal Crash Course. Ik ben al lang fan van hem, maar had zijn podcast op de een of andere manier helemaal gemist.

In The Anthropocene Reviewed recenseert Green elke aflevering één of twee aspecten van het antropoceen: het geologisch tijdperk van de mens. De besproken onderwerpen lopen uiteen van Super Mario Kart tot platanen en van Dr. Pepper light tot zonsondergangen. Een onderwerp kan maximaal vijf sterren krijgen.

Foto van The Anthropocene Reviewed, van Complexly and WNYC Studios.

Toen ik begon te luisteren, dacht ik aan de recensiekoning die een paar jaar terug ook de gekste dingen besprak en destijds één ster gaf aan de kerstkaarten van de Staatsloterij . Maar de recensies van The Anthropocene Reviewed bleken iets heel anders: het zijn autobiografische essays waarin Green zeer openhartig reflecteert op zijn eigen tekortkomingen en op die van de hele mensheid.

De aflevering waarin hij het lied Auld Lang Syne bespreekt is bijvoorbeeld één grote ode aan zijn overleden vriendin en mentor Amy Krouse Rosenthal. Green vervlecht de op zichzelf al heel interessante geschiedenis van het minstens 400 jaar oude lied met zijn persoonlijke geschiedenis van hoe Krouse Rosenthal hem hielp aan het begin van zijn carrière en hoe Green later tekort schoot toen zij hem vertelde dat ze kanker had en hij huilend antwoordde ‘Hoe kan dit gebeuren? Je doet zoveel yoga.’ Je hoort in zijn stem hoeveel spijt hij nog steeds heeft dat hij op dat moment niets beters wist te zeggen. Toen Green aan het einde van die aflevering een breekbare versie van Auld Lang Syne inzette, zong ik zacht huilend mee. De vijf sterren die het lied kreeg, waren natuurlijk allemaal voor Amy Krouse Rosenthal.

Het is zo’n slim idee om recensies, die natuurlijk per definitie een subjectieve ervaring weergeven, te gebruiken als vorm voor deze essays die een mix zijn van feitelijke informatie en heel persoonlijke verhalen. En ik geniet van de ironie dat Green enthousiast advertenties voor levensverzekeringen inspreekt en aan het einde van elke bespreking van die platte sterren geeft. Het net verschenen boek The Anthropocene Reviewed krijgt op Good Reads overigens gemiddeld 4,51 sterren, wat bijna net zo goed is als zonsondergangen die van Green vijf sterren kregen.

Deze podcast was precies wat ik nodig had na anderhalf jaar corona. Een terugkerend thema is de verwoestende kracht van de mensheid als geheel versus de machteloosheid van het individu. Als Green spreekt over hoe hij weet dat de mensheid iets moet doen om de drastische daling van de biodiversiteit te stoppen, verzucht hij dat het hem niet eens lukt om zijn kinderen hun ontbijt te laten eten. Maar een even vaak terugkerend thema is hoop: mensen die ondanks alles proberen om er iets van te maken en elkaar te helpen.

Ik geef The Anthropocene Reviewed vijf sterren.

Deze column verscheen op 3 september 2021 in de Volkskrant.