Ionica Smeets

Hoogleraar wetenschapscommunicatie – Universiteit Leiden

  • In 2025 heb ik weer veel verschillende boeken gelezen, bij Frontaal Naakt schreef ik over mijn 5 favorieten van het afgelopen jaar:

    1. Karim Amghar – Maar dat begrijp jij toch niet
    2. Christien Brinkgreve – Beladen huis
    3. Carys Davies – Clear
    4. Tom Gauld – Physics for cats
    5. Jennifer Valentine – Us in the before and after

    Hier kunt u mijn uitgebreide omschrijven van, en gedachten bij, deze fantastische boeken lezen.

  • De kinderen in onze straat maakten zich op voor het grootste sneeuwballengevecht uit hun leven, op het station stonden honderden reizigers heel hard te hopen dat er toch nog een trein zou rijden en het KNMI schaalde maar weer op van code geel naar code oranje. Mijn Finse collega liep grinnikend rond in zijn zomerjas, maar verder was de sneeuw toch wel een tikje ontwrichtend. Wat is eigenlijk het verschil tussen code geel en code oranje?

    Het KNMI geeft hier uitgebreid uitleg over op hun website. Bij code geel is er kans op gevaarlijk weer en is het advies om op te letten, vooral als je onderweg bent. Bij code oranje is er een grote kans op gevaarlijk weer en is het advies om alleen de weg op te gaan als het niet anders kan.

    Wat is dan het verschil tussen een gewone kans op gevaarlijk weer en een grote kans op gevaarlijk weer? Dat blijkt keurig gedefinieerd per weertype. Voor mist is de regel dat minder dan 200 meter zicht code geel is en bij minder dan 10 meter zicht wordt het code oranje.

    Bij gladheid door ijzel en sneeuw is de richtlijn voor code geel: ‘plaatselijke gladheid […], tot 5 centimeter sneeuw in 6 uur, tot 3 centimeter sneeuw in 1 uur.’ Bij code oranje staat: ‘op uitgebreide schaal gladheid […], vanaf 5 centimeter sneeuw in 6 uur, vanaf 3 centimeter sneeuw in 1 uur, […] driftsneeuw (vanaf 40 km per uur), leidend tot sneeuwduinen.’ Ook voor regen, onweer, windstoten, hitte, kou en mist gebruikt KNMI precies vastgelegde grenswaarden voor code geel en oranje.

    Foto door Filip Bunkens op Unsplash

    Er bestaat daarnaast nog code rood, waarbij ‘de weersituatie voor zoveel schade, letsel en overlast [kan] zorgen dat het maatschappij-ontwrichtend kan zijn’ en de dringende oproep is: ‘Ga niet op reis.’ Maar voor code rood zijn er nergens precieze definities te vinden. Nu is code rood ook behoorlijk zeldzaam, deze waarschuwing werd voor het laatst afgegeven in juli 2023 voor de storm Poly. Ter vergelijking: code oranje werd in 2025 vijf keer afgegeven en in 2024 en 2023 elk negen keer.

    Het interessante is dat code rood niet wordt gedefinieerd op basis van de weersomstandigheden alleen, maar op de verwachte impact ervan. Een onweersbui boven een groot openluchtevenement kan een code rood geven, terwijl dezelfde onweersbui op een andere plek en tijd hooguit code oranje zou zijn.

    Waarschuwingen gaan doorgaans per provincie en het KNMI geeft ze pas af na een breed overleg met partners als het Nationaal Crisiscentrum, het Verkeerscentrum Nederland, ProRail, de politie en de brandweer. Het gaat hierbij namelijk om een combinatie van expertise over de verwachte weersomstandigheden en een inschatting van de impact daarvan.

    Ik vind dit nog mooier dan een wit winterwonderland: je definieert het precies waar het kan, maar waar het nodig is, hanteer je de menselijke maat.

    Deze column verscheen op 7 januari 2026 in de Volkskrant.

  • ‘Eén gram silicagel heeft bijna hetzelfde oppervlak als twee basketbalvelden.’ Dit is een van de feitjes op de lijst van 52 dingen die consultant Tom Whitwell in 2025 heeft geleerd. Whitwell blijkt al sinds 2014 jaarlijks zo’n lijstje te maken. Slim, want iets dat je geleerd hebt samenvatten in je eigen woorden helpt enorm om het je te laten onthouden (zoals ik mijn studenten vaak voorhoud). Ik vroeg me na het zien van Whitwells lijst af wat ik het afgelopen jaar heb geleerd. Hierbij een kleine selectie van dingen die ik in januari 2025 nog niet wist en nu wél:

    • Bij allerlei diersoorten bestaan er niet-dominante mannetjes die paren met vrouwtjes, terwijl de dominante mannetjes even niet opletten. De term die (mannelijke) biologen voor deze mannetjes bedachten is: ‘sneaky fuckers’.
    • In comedy-series als The Big Bang Theory maken vrouwelijke wetenschappers vooral grappen die juist mannen leuk vinden.
    • Ruim honderd jaar geleden riepen mensen te pas en te onpas ‘23 skidoo’.
    • De eerste foto’s van sneeuwvlokken werden gemaakt door Wilson Alwyn Bentley, een boer die nooit naar school was geweest en die als een ware pionier zelf de apparatuur en techniek ontwikkelde om dit te doen.
    • Studenten van het mbo vallen niet onder de Landelijke Studentenvakbond, zij hebben hun eigen organisatie: JOBmbo.
    • Vladimir Poetin en Benjamin Netanyahu hebben allebei als sterrenbeeld weegschaal (net als ik, waar een lezer me woedend op wees nadat ik iets negatiefs over astrologie had geschreven).
    • ‘Er is één realiteit, maar er zijn verschillende ware beschrijvingen van die realiteit.’ Marjan Slob formuleerde deze ware beschrijving van de realiteit, die me enorm helpt om beter na te denken over misinformatie, meningen en feiten.
    • De noperthedron is een veelvlak met 90 hoekpunten, 240 randen en 152 zijden dat op geen enkele manier door een gat in een evengrote noperthedron past (en is daarmee het eerste convexe veelvlak dat we kennen met deze eigenschap).
    • Een demissionair kabinet kan nog eens vallen.
    • Het Zweeds heeft een woord voor ‘opruimen voor je dood’: döstädning.
    • Bij de gemeenteraadsverkiezingen kan tijdens het verdelen van de restzetels de populatieparadox voorkomen. Die treedt op als partij A evenveel stemmen krijgt als de vorige keer en partij B juist veel stemmen verliest, maar A vervolgens een zetel kwijtraakt en B níét. Dit kan gebeuren als het totaal aantal stemmers is gedaald.
    • Als je als onderzoeksinstituut eerlijk bent over de onzekerheden in je data en later moet toegeven dat je fout zat, dan geeft die openheid de meeste mensen meer vertrouwen. Alleen bij mensen die al weinig vertrouwen hebben in instituten, lijkt het omgekeerd te werken.

    Maar wat ik bovendien leerde in 2025, is dat het heel moeilijk is om je achteraf te herinneren wat je allemaal hebt geleerd. Je kunt veel beter tijdens het proces zelf consistent goede aantekeningen bijhouden (zoals ik mijn studenten vaak voorhoud). In 2026 ga ik elke week iets noteren dat ik die week leerde. Als u dat nu ook doet, kunnen we eind dit jaar uitwisselen wat we allemaal hebben geleerd. Ik verheug me er nu al op.

    Deze column verscheen op 2 januari 2026 in de Volkskrant.

  • ‘Wij zouden graag meebetalen aan het rijbewijs van onze kleinkinderen’, mailde John Havinga. Hij en zijn vrouw hebben acht kleinkinderen van tussen de 5 en 16 jaar. Ze willen die kinderen graag helpen om hun rijbewijs te halen zodra het kan: ‘Maar hoe pakken we dat handig aan?’

    Havinga’s nachtmerriescenario is dat zij tegen een kleinkind zeggen: ‘Begin maar met rijlessen, wij betalen alles’ en dat er dan honderd lessen en vijf examens volgen. Waarna opa en oma aan de bedelstaf raken en ze niets meer over hebben voor hun andere kleinkinderen.

    Onder het mom ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ zou Havinga liefst elk kleinkind eenzelfde bedrag geven. Hij weet nog precies wat het kostte toen hij zelf in 1965 zijn rijbewijs haalde. Praktijk- en theorielessen, examengeld en buskosten van en naar de stad kwamen bij elkaar uit op 185 gulden. Leuk feitje: pas vanaf 1964 moet je tijdens je rijexamen verplicht buiten de kom rijden. Havinga was dus een van de eersten die dit vernieuwde examen moest doen.

    Hoeveel is 185 gulden uit 1965 in hedendaagse euro’s? Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft een handige rekenmachinewaarmee je kunt zien wat een bedrag uit het verleden in 2024 waard zou zijn. De 185 gulden uit 1965 komt overeen met 616,80 euro in 2024. Met de 3,3 procent inflatie van 2025 erbij opgeteld, kom je op ongeveer 637 euro.

    Foto door Orkun Azap op Unsplash

    Het slechte nieuws voor de Havinga’s is dat rijles tegenwoordig een stuk duurder is. Volgens het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen zijn de gemiddelde kosten voor het halen van een rijbewijs nu 3.252 euro. Wat overigens meer is dan de 2.690 euro die grootouders in 2025 belastingvrij per kleinkind mogen schenken.

    Ik weet niet welk bedrag haalbaar is voor opa en oma Havinga (het is immers niet de bedoeling dat ze aan de bedelstaf raken). Waarschijnlijk zullen sommige van hun kleinkinderen veel minder uitgeven aan hun rijbewijs. En misschien willen sommigen helemaal geen rijbewijs halen. De mooiste oplossing lijkt mij daarom om een vast bedrag te kiezen dat alle kleinkinderen krijgen voor een ontwikkelingstraject naar keuze zodra ze 16,5 worden (de leeftijd waarop je tegenwoordig met rijles mag beginnen). En dat ze dan in overleg met opa, oma en hun ouders kiezen waaraan ze het geld willen besteden.

    Havinga vraagt zich ook af hoe hij er rekening mee moet houden dat de jongste kleinkinderen pas in 2036 aan de beurt zijn, met de inflatie die erbij hoort. Natuurlijk kan hij het vaste bedrag elk jaar aanpassen aan de inflatie. Maar ik hoop dat zijn kleinkinderen dankbaar zijn met een opa en oma die hun een zetje willen geven en niet bij elkaar gaan zitten kijken of iedereen wel tot op de laatste euro precies evenveel heeft gekregen. En ik hoop dat de kleinkinderen die hun rijbewijs halen, vaak zullen langsgaan bij hun opa en oma. Maar bovenal hoop ik dat die opa en oma het nog mogen meemaken als hun jongste kleinkind in 2036 aan de beurt is.

    Deze column verscheen op 26 december 2025 in de Volkskrant.