Ionica Smeets

Hoogleraar wetenschapscommunicatie – Universiteit Leiden

  • ‘Wij zouden graag meebetalen aan het rijbewijs van onze kleinkinderen’, mailde John Havinga. Hij en zijn vrouw hebben acht kleinkinderen van tussen de 5 en 16 jaar. Ze willen die kinderen graag helpen om hun rijbewijs te halen zodra het kan: ‘Maar hoe pakken we dat handig aan?’

    Havinga’s nachtmerriescenario is dat zij tegen een kleinkind zeggen: ‘Begin maar met rijlessen, wij betalen alles’ en dat er dan honderd lessen en vijf examens volgen. Waarna opa en oma aan de bedelstaf raken en ze niets meer over hebben voor hun andere kleinkinderen.

    Onder het mom ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ zou Havinga liefst elk kleinkind eenzelfde bedrag geven. Hij weet nog precies wat het kostte toen hij zelf in 1965 zijn rijbewijs haalde. Praktijk- en theorielessen, examengeld en buskosten van en naar de stad kwamen bij elkaar uit op 185 gulden. Leuk feitje: pas vanaf 1964 moet je tijdens je rijexamen verplicht buiten de kom rijden. Havinga was dus een van de eersten die dit vernieuwde examen moest doen.

    Hoeveel is 185 gulden uit 1965 in hedendaagse euro’s? Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft een handige rekenmachinewaarmee je kunt zien wat een bedrag uit het verleden in 2024 waard zou zijn. De 185 gulden uit 1965 komt overeen met 616,80 euro in 2024. Met de 3,3 procent inflatie van 2025 erbij opgeteld, kom je op ongeveer 637 euro.

    Foto door Orkun Azap op Unsplash

    Het slechte nieuws voor de Havinga’s is dat rijles tegenwoordig een stuk duurder is. Volgens het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen zijn de gemiddelde kosten voor het halen van een rijbewijs nu 3.252 euro. Wat overigens meer is dan de 2.690 euro die grootouders in 2025 belastingvrij per kleinkind mogen schenken.

    Ik weet niet welk bedrag haalbaar is voor opa en oma Havinga (het is immers niet de bedoeling dat ze aan de bedelstaf raken). Waarschijnlijk zullen sommige van hun kleinkinderen veel minder uitgeven aan hun rijbewijs. En misschien willen sommigen helemaal geen rijbewijs halen. De mooiste oplossing lijkt mij daarom om een vast bedrag te kiezen dat alle kleinkinderen krijgen voor een ontwikkelingstraject naar keuze zodra ze 16,5 worden (de leeftijd waarop je tegenwoordig met rijles mag beginnen). En dat ze dan in overleg met opa, oma en hun ouders kiezen waaraan ze het geld willen besteden.

    Havinga vraagt zich ook af hoe hij er rekening mee moet houden dat de jongste kleinkinderen pas in 2036 aan de beurt zijn, met de inflatie die erbij hoort. Natuurlijk kan hij het vaste bedrag elk jaar aanpassen aan de inflatie. Maar ik hoop dat zijn kleinkinderen dankbaar zijn met een opa en oma die hun een zetje willen geven en niet bij elkaar gaan zitten kijken of iedereen wel tot op de laatste euro precies evenveel heeft gekregen. En ik hoop dat de kleinkinderen die hun rijbewijs halen, vaak zullen langsgaan bij hun opa en oma. Maar bovenal hoop ik dat die opa en oma het nog mogen meemaken als hun jongste kleinkind in 2036 aan de beurt is.

    Deze column verscheen op 26 december 2025 in de Volkskrant.

  • Toon mij uw muzieksmaak en ik zeg u wie u bent. Muziekstreamingsdienst Spotify geeft gebruikers een jaaroverzicht, met een samenvatting van wat je hebt geluisterd en in welke hokjes je daarmee valt. Met deze december als nieuw onderdeel je luisterleeftijd: hoe oud je bent op basis van de muziek die je luistert.

    Bij ons thuis werden de resultaten geamuseerd besproken tijdens het avondeten. Mijn eigen luisterleeftijd zat er maar een jaartje naast: ik werd geschat op 47 in plaats van 46. Onze 15-jarige zoon bleek de muzieksmaak van een 37-jarige te hebben. Maar het kon nog erger, mijn vriend, die een jaar jonger is dan ik, had een luisterleeftijd van 89. Hoe kómen ze erop?

    Zoals altijd geeft Spotify alleen de grote lijnen van hun algoritme en niet de details. Ze kijken naar alle nummers die je het afgelopen jaar luisterde en zoeken op wanneer die nummers zijn uitgekomen. Vervolgens werken ze met de reminiscentiehobbel (reminiscence bump): mensen boven de 40 hebben relatief veel persoonlijke herinneringen aan hun jeugd. Dit geldt ook voor muziek, uit onderzoek blijkt dat zowel voor het herkennen van nummers als voor het hebben van persoonlijke herinneringen daaraan de piek ligt bij liedjes uit je adolescentie.

    Spotify rekent voor deze hobbel een periode van vijf jaar, tussen je 16de en 21ste. Hier kun je wetenschappelijk gezien het een en ander op aanmerken, bijvoorbeeld dat de periode misschien nog iets eerder zou mogen beginnen, wat langer zou kunnen duren en dat dit principe minder goed werkt bij jonge mensen. Maar het is op zich niet zo gek als grove schatting. Voor mij klopt die goed: een groot deel van mijn favoriete albums komt uit 1995  of 1996, toen ik een jaar of 16 was.

    Je kunt nu tussen alle muziek die iemand luistert, zoeken naar de verschijningsperiode van vijf jaar die het meest voorkomt, aannemen dat de luisteraar toen tussen de 16 en 21 was en daarmee de huidige leeftijd berekenen. Maar (en ik moet me inhouden om dit niet in woedende hoofdletters te typen) DAT IS NIET WAT SPOTIFY DOET (het is niet gelukt).

    In plaats daarvan kijkt het algoritme naar een vijfjarige periode waarnaar jij meer luisterde dan anderen van jouw leeftijd. Wat een rare Baron von Münchhausen-achtige truc is dit: je echte leeftijd gebruiken om je luisterleeftijd te bepalen. En dan op zo’n manier dat de kans klein is dat je bij je werkelijke leeftijd in de buurt komt, want ze vergelijken je met andere leeftijdsgenoten die precies dezelfde reminiscentiehobbel hebben als jij en filteren die er zo grotendeels uit. Het doel van Spotify is natuurlijk dat mensen verontwaardigd of juist opgetogen hun luisterleeftijd op sociale media delen, en dat gebeurt niet als hun algoritme de hele tijd keurig de echte leeftijd raadt.

    Wij snappen thuis nu in elk geval wel hoe wij aan onze luisterleeftijden komen. Mijn zoon had Graduation van Kanye West uit 2007 dit jaar op repeat en mijn vriend luisterde veel naar Bach: The Goldberg Variations van Glenn Gould uit 1956 (hij heeft geluk dat Spotify niet besefte dat de composities uit 1741 komen, anders was hij nog veel ouder geweest). En ik kreeg het voor elkaar om in de buurt van mijn echte leeftijd te komen, door buitensporig veel te luisteren naar jarennegentigbands, wat ik eigenlijk iedereen kan aanraden.

    Deze column verscheen op 12 december 2025 in de Volkskrant.

  • ‘Je kunt zien dat jouw ketting oud is. Dat hij echt iets betekent. Mooi.’ Gisteren liep een dame langs me in de trein en keek goedkeurend naar mijn Egyptische ketting. Voor ik kon antwoorden, was ze al uitgestapt.

    Mijn destijds nog kinderloze ouders reisden halverwege de jaren zeventig door Egypte. In Caïro liet mijn vader een cartouche maken voor mijn moeder, met daarop haar naam in hiërogliefen: Margo. Mijn moeder heeft die ketting vaak gedragen en altijd gekoesterd. Net voordat ze in 2021 overleed, vroeg ze of ik haar ketting wilde dragen. En later moest ik hem doorgeven aan mijn dochter, die Margo als tweede naam had gekregen.

    Het eerste jaar droeg ik de ketting elke dag. Als mensen vroegen wat hij betekende, moest ik huilen. De lijst dingen die mijn moeder niet meer meemaakte groeide gestaag: de groep-8-musical van mijn zoon, het tweede deel van Chicken Run waar ze zich zo op had verheugd, mijn stiefvader die met pensioen ging, een eredoctoraat voor mij, Dick Schoof als premier. (Nu ja, dát is haar dan in elk geval bespaard gebleven.)

    Ik bleef mijn moeder missen, maar de pijn werd langzaam minder scherp. Haar ketting was niet meer elke dag nodig. En toen raakte ik hem vorige zomer kwijt. Ik was hem niet verloren, ik had hem ergens thuis afgedaan. Ik zocht achter kastjes en onder bedden. Elke keer dat ik de stofzuiger leegde, controleerde ik het stof. Ik maakte me geen zorgen, die ketting lag ergens in ons huis.

    Tot ik op een avond een tas oude kleding in de inzamelcontainer gooide. Op het moment dat de tas in de diepte verdween, herinnerde ik me ineens hoe ik een paar weken eerder ’s avonds op de bank mijn ketting had afgedaan en in een zak van een broek had gestopt. Was dat niet de broek die ik net had weggegooid?

    De volgende ochtend belde ik direct na openingstijd met de organisatie die deze kledingcontainer leegt. Of ik alsjeblieft bij het legen mocht zijn, ik had op hun site gezien dat dit tegen betaling kon. En dat je dan mocht zoeken naar je verloren voorwerp. De medewerker vertelde me met spijt in haar stem dat de betreffende container ongelukkigerwijs net een uur daarvoor zijn wekelijkse ophaalronde had gehad. Mijn spullen waren nu niet meer terug te vinden.

    Mijn dochter was nog verdrietiger dan ik, dit was háár naamketting. Ik stelde voor om een kopie te laten maken, maar we voelden allebei dat dit niet echt zou zijn. Collega’s die onderzoek doen naar authenticiteit, bepleitten een paar jaar geleden dat ‘authentieke objecten een onderliggende realiteit hebben die niet direct kan worden waargenomen en die hen onderscheidt van andere gelijksoortige objecten’.

    Een kopie die er precies hetzelfde uitzag, zou toch de essentie missen. Hij zou nooit gedragen zijn door mijn moeder. Niet al die jaren gekoesterd. Ik probeerde mijn dochter te troosten door te zeggen dat haar oma in veel meer dan die ketting zat. We hadden zoveel goede herinneringen aan haar en inmiddels moest ik veel vaker lachen dan huilen als ik over mijn moeder praatte.

    En toen pakte ik laatst een jumpsuit achter uit mijn kledingkast en viel uit de broekzak mijn moeders Egyptische kettinkje. Sindsdien draag ik hem weer bijna iedere dag en berg ik hem zorgvuldig op als ik hem afdoe. Die dame in de trein had dus goed gezien dat ik iets authentieks droeg, jammer dat ik dit niet aan haar heb kunnen vertellen.

    Deze column verscheen op 5 december 2025 in de Volkskrant.

  • Al jaren zijn woord-van-het-jaarverkiezingen me een doorn in het oog. De uitslag wordt rustig bekendgemaakt terwijl we nog 16 procent van het jaar te gaan hebben, winnaars zijn eendagsvliegen als appongeluk of bokitoproof en de verkiezingen worden vaak gekaapt door actiegroepen. Ooit bedacht ik als grap met een paar collega’s een getal-van-het-jaarverkiezing, wat nogal uit de hand liep en eindigde met een groep BN’ers die op televisie hun favoriete getal van het jaar bejubelde.

    Ik las dan ook met enig leedvermaak dat dictionary.com dit jaar een getal tot woord van het jaar heeft gekroond: 67 (of 6-7, of in spreektaal: six-seven). Dit getal is een ongekende trend. Kinderen en jongeren roepen op allerlei momenten 6-7, met bijpassende handgebaren. Ik weet niet wat ik leuker vind aan deze meme: het ongemak waarmee mijn kinderen worstelen als ik ook een 6-7-grapje maak, of de woede van veel generatiegenoten over hoe dom deze trend is.

    Taalkundige Taylor Jones maakte een geweldige analyse van het 6-7-verschijnsel, waarbij de meeste kinderen geen idee hebben waarom ze 6-7 zeggen of wat het betekent. Jones legt uit dat eerdere generaties ook dit soort uitdrukkingen hadden, woorden die zijn bedoeld om te laten zien dat je bij de groep hoort (en degenen die deze woorden níét snappen, horen automatisch níét bij jouw groep).

    Daarmee is 6-7 een sjibbolet, een woord dat in de Hebreeuwse Bijbel gebruikt werd om bepaalde stammen te herkennen omdat zij sjibbolet anders uitspraken. Hierbij deed de betekenis van sjibbolet er niet toe, het ging alleen om de uitspraak. Jones laat zien dat het weer eens niets nieuws is wat de jeugd van tegenwoordig doet en geeft en passant ook nog de meest waarschijnlijke verklaring voor de oorspronkelijke betekenis van 6-7 (van de politiecode 10-6-7 voor een dode). Al gáát het daar dus allang niet meer om.

    Ik ben zelf vooral benieuwd tot wanneer 6-7 gebruikt zal worden. Sommige memes hebben een lange adem. Dit jaar zette ik in mijn syllabus een oproep voor studenten om als ze alles gelezen hadden mij een link naar hun favoriete nummer uit 2025 te sturen. Zo kan ik zien wanneer studenten de syllabus lezen, hebben zij een laagdrempelige manier om contact op te nemen met hun docent en leer ik ook nog eens wat nieuwe muziek kennen.

    Een student mailde dat zij vrij zeker wist dat haar huidige lievelingsnummer uit 2025 kwam, ik klikte op de link en staarde in het gezicht van Rick Astley die Never Gonna Give You Up zong. Ik was gererickrolled alsof het 2011 was.

    Zelf haalde ik deze grap al uit toen de student in kwestie nog op de basisschool zat, ik heb in tientallen mails, berichtjes en publicaties mensen naar Rick Astley gestuurd. En ik ben zeker niet de enige, er is een heerlijke analyse over hoe wetenschappers rickrolls in hun wetenschappelijke artikelen verstoppen.

    De rickroll van mijn student had net zo min betekenis als die nu zo alomtegenwoordige 6-7. Maar door haar bericht wist ik dat zij dacht dat we bij dezelfde groep hoorden. En dat betekende dan weer heel veel.

    Deze column verscheen op 28 november 2025 in de Volkskrant.