Deze week was het 25 jaar geleden dat het eerste homohuwelijk in Nederland werd gesloten. Dat voelt tegelijkertijd als heel kort en heel lang geleden. Dat het toen pas kon. En dat het nu helaas in veel landen nog steeds niet kan en ook hier een recht is waarvoor je moeten blijven vechten.
In Nederland zijn er ongeveer 36 duizend huwelijken gesloten tussen mensen van hetzelfde geslacht. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte een mooi overzicht van de cijfers bij al deze huwelijken. Toevallig was ik net op zoek naar een van deze statistieken.
Een paar weken geleden stond ik namelijk op het 20-jarig huwelijksfeest van Rob en Wouter (mijn favoriete echtpaar van die 36 duizend) te praten met onze gezamenlijke vriend Pepijn. Hij vertelde dat het leeftijdsverschil bij homostellen gemiddeld groter is dan bij heterostellen (ik ben dol op mensen die me tijdens feestjes dit soort feitjes komen brengen).
Tussen de biertjes en tompouceblokjes filosofeerde ik met hem over waarom homostellen gemiddeld meer schelen in leeftijd. Pepijns hypothese was dat veel homostellen allerlei hindernissen, vooroordelen en taboes in hun omgeving moeten overwinnen, en dat een leeftijdsverschil dan minder belangrijk is.

Ik vroeg me af of het ook zou komen door symmetrie: bij man-vrouwrelaties is de norm dat de man ouder is dan de vrouw. Bij homostellen kan elk van de partners de oudste zijn. Zou dat uitmaken? Zou kinderwens een rol spelen? Hoe groot is het gemiddelde leeftijdsverschil bij stellen eigenlijk? En was er nog een verschil tussen man-manstellen en vrouw-vrouwstellen? Het was een uitstekend gespreksonderwerp voor een feestje en ik maakte een notitie op mijn telefoon om de cijfers eens op te zoeken.
Die cijfers gaf het Centraal Bureau voor de Statistiek dus deze week op een presenteerblaadje. Bij huwelijken tussen twee mannen is het leeftijdsverschil gemiddeld 7 jaar, bij vrouw-vrouwhuwelijken 5 jaar en bij man-vrouwhuwelijken 4 jaar. Deze statistieken laten natuurlijk niet alles zien: het gaat alleen over huwelijken en niet over alle relaties, er zijn daarbij ook relaties tussen meer dan twee mensen en niet iedereen past in het vakje man of vrouw. Desondanks zou ik het feitje van het feestje hiermee wel durven beoordelen als: waar.
Mannenparen die trouwen zijn ook wat ouder, gemiddeld 41, bij vrouwenparen en man-vrouwparen is dat allebei 37. Toen ik deze data naar Pepijn stuurde, vroeg hij zich af of de hogere huwelijksleeftijd van mannen misschien het grotere leeftijdsverschil mede verklaart. En was er misschien een stuwmeer van oudere mannen die lang moesten wachten voordat ze konden trouwen?
Van de 36 duizend homostellen die de afgelopen 25 jaar trouwden, zijn er overigens zo’n tienduizend gescheiden. Wat mij enigszins verraste: vrouwen scheiden vaker dan mannen. Van alle stellen die in 2015 getrouwd zijn, is 12,9 procent van de man-manstellen gescheiden, 13,3 procent van de man-vrouwstellen en 24,2 procent van de vrouw-vrouwstellen. Het CBS meldt dat eenzelfde patroon geldt voor huwelijken uit andere jaren en voor geregistreerde partnerschappen.
Ooit hoorde ik, ook op een feestje, dat bij man-vrouwscheidingen het initiatief vrijwel altijd van de vrouw komt. Eigenlijk is het dan niet zo gek dat je bij vrouw-vrouwhuwelijken ongeveer twee keer zoveel kans op een scheiding hebt. Maar waarom is het dan bij man-manhuwelijken niet de helft?
Deze column verscheen op 3 april 2026 in de Volkskrant.
