Ionica Smeets

Hoogleraar wetenschapscommunicatie – Universiteit Leiden

‘Waarom loop je niet links, trut?’ Tja, waarom liep ik eigenlijk niet links?


Om te vieren dat het na het Jeugdjournaal nog steeds licht was, maakte ik een kleine avondwandeling over het fietspad dat, kronkelend tussen tussen slootjes en knotwilgen, de slagader van onze wijk vormt. Op dit fietspad gaan pubers ’s morgens naar school, lopen buren nog even snel naar het winkelcentrum, leren kinderen uit de buurt fietsen, wandelen vogelaars met hun verrekijkers richting de Kagerplassen, halen echtparen in scootmobiel een frisse neus, beginnen hardlopers aan hun rondje en blokkeren zwanen regelmatig een kruispunt. Doorgaans gaan fietsers, wandelaars en zelfs fatbikers hier vreedzaam samen. Maar deze avond niet. Een haastige fietser zag me wat laat en schreeuwde: ‘Waarom loop je niet links, trut?’

Kijk, als je mij zo’n vraag stelt, dan ga ik daarover nadenken. Waarom liep ik eigenlijk niet links? In dit geval omdat iets daarvoor, toen ik nog wel links liep, een groep voetgangers me tegemoet kwam die aan hun rechterkant en dus aan mijn linkerkant van de weg liepen. Het leek me efficiënter als ik in mijn eentje overstak dan om te wachten tot die hele groep opzij ging. Daarna was ik rechts blijven lopen, bij mezelf denkend dat het handig is als voortaan alle voetgangers op het fietspad aan dezelfde kant zouden lopen, in plaats van de ene helft links en de andere helft rechts.

Foto door Yves Moet op Unsplash

De fietser bleek niet oprecht geïnteresseerd in mijn antwoord, want die was al lang weer doorgejakkerd. Desondanks bleef ik nog iets langer over zijn vraag nadenken. Was er misschien een regel dat je links moest lopen? En had dat iets te maken met dat je dan fietsers op jouw weghelft zag aankomen, in plaats van dat ze je van achteren inhaalden? En zou dat dan eigenlijk een goede regel zijn? In veel bochten zie je juist niets als je links loopt.

Stomtoevallig stuurde wijkgenoot Christa Nederstigt me een dag later een column uit het Noordhollands Dagblad waarin Henk-Jan den Ouden van leer trekt tegen voetgangers die aan de linkerkant van het fietspad lopen. Zijn belangrijkste argument: ‘Een linkslopende voetganger en een fietser naderen elkaar veel sneller. Een fietser die 18 kilometer per uur rijdt, komt met 24 kilometer per uur recht op je af (als je 6 km/u wandelt). Als je hardloopt, is het snelheidsverschil al zo’n 30 kilometer per uur.’ En andersom: ‘Als je gewoon rechts loopt, komt een fietser je met een snelheidsverschil van 12 kilometer per uur achterop. Als je hardloopt, is dat zelfs maar 6 kilometer.’ Een fietser heeft veel meer tijd om te reageren op een voetganger die rechts loopt en hoe harder de fietser gaat, hoe sterker dit argument geldt.

Ooit was er een advies aan voetgangers om buiten de bebouwde kom aan de linkerkant te lopen, maar al sinds 1990 staat er in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens dat voetgangers op het fietspad mogen lopen als er geen trottoir of voetpad is, waarbij de kant van de weg vrijgelaten wordt. Veilig Verkeer Nederlandadviseert voetgangers om hierbij zelf te bedenken welke kant het veiligst is. En dat kan op een fietspad dus best eens de rechterkant zijn.

Deze column verscheen op 15 mei 2026 in de Volkskrant.