Tag: hoogtepunten

Zwangerschap & gezwets

Ionica Smeets is zwanger, maar alle goedbedoelde bakerpraatjes zijn niet aan haar besteed. Ze is wetenschapsjournalist genoeg om uit te pluizen hoe het écht zit met die beweringen.

Nu ik zwanger ben, regent het goedbedoelde tips en adviezen. Wildvreemden proberen aan de vorm van mijn buik het geslacht van mijn baby te voorspellen en vage kennissen drukken me op het hart om toch wat meer klassieke muziek te luisteren zodat ik een slim kind krijg. Net als meeste aanstaande moeders knik ik vriendelijk en laat ik al het geklets langs me heen glijden. Maar anders dan de meeste moeders duik ik ’s avonds in de wetenschappelijke studies om te kijken wat er waar is van al die bakerpraatjes. En daarom nu: vijf adviezen rond de zwangerschap die wél ergens op gebaseerd zijn.

Niks elke dag seks
Bij ons begon de goede raad al ver voordat ik zwanger was, omdat we enthousiast aan onze vrienden hadden verteld dat we graag een tweede kind wilden. Toen ik een paar maanden later nog niet zwanger was, kregen we allerlei handige tips, zoals “Je moet hem wel in het goede gat stoppen.” Goede tip, bedankt. Anderen zeiden dat we tijdens de vruchtbare periode vooral elke dag seks moesten hebben en het allerbelangrijkste was natuurlijk om het te doen op de dag van eisprong.

Eerst even over die eisprong: twee weken voor de menstruatie komt er een eitje vrij dat maar één dag in de baarmoeder zit. Net op dat moment moeten er dus wat zaadcellen langskomen om het ei te bevruchten. Timing is dus tamelijk cruciaal. Het goede nieuws is dat sperma rustig een paar dagen kan overleven in het vrouwelijke lichaam. Deze feiten samen betekenen dan ook dat het vooral slim is om vóór de eisprong te vrijen. De dag ervoor geeft de beste resultaten, maar ook twee dagen van tevoren is beter dan de grote dag zelf. En de dag ná de ovulatie is volslagen zinloos, dan is het eitje alweer weg. Het meten van je lichaamstemperatuur om je eisprong te bepalen zoals sommige vrouwen doen, heeft weinig nut. Je bent eigenlijk net te laat als het eitje al is vrijgekomen. Het is slimmer om aan de hand van je vorige menstruaties uit te puzzelen op welke dag de eisprong zal vallen: twee weken voor de dag dat je je volgende menstruatie verwacht. De week daarvoor moet je dus losgaan.

Maar elke dag seks is daarbij helemaal niet nodig, artsen adviseren juist om het om de twee of drie dagen te doen. Dat sperma zit immers wel een tijdje goed en dagelijks op commando seks hebben kan zorgen voor veel stress en dat verlaagt juist weer de kans op een geslaagde bevruchting. Dus eerst plannen en dan een beetje ontspannen. Bij ons was het overigens grappig genoeg na acht maanden proberen raak. Net toen we besloten eens een maand af te zien van schema’s en per ongeluk een romantische avond hadden op het juiste moment.

zwangerschapsplaatje
Illustratie Charlotte Dumortier

Je kunt niet zien of het een meisje is (behalve bij de echo)
Soms lijkt het alsof het raden van het geslacht van de baby een nationale volkssport is. Zodra ik mijn skinny jeans inruilde voor een zwangerschapsbroek, regende het voorspellingen. Een visagiste zei dat het met zo’n stralende huid een jongen moest zijn. Een buurvrouw riep dat de baby hoog zat en dat het dus een meisje was. Anderen hadden theorieën op basis van eetbuien, de stand van de sterren en ochtendmisselijkheid.

Het vervelendste aan dit soort voorspellingen is dat altijd ongeveer de helft van de mensen gelijk krijgt en dat ze daarna tot vervelens toe blijven zeuren dat zij het al lang wisten. Maar zit er in één van de methodes ook maar enig bewezen resultaat?

Zwangerschapshormonen kunnen je huid veranderen, maar dat doen ze zowel bij jongens als meisjes. Je kunt niet aan puistjes zien wat voor baby je draagt. De vorm van je buik hangt vooral af van je eigen bouw en hoeveel zwangerschappen je al hebt gehad. Ook van eetbuien en sterren is er wetenschappelijk nooit een voorspellende waarde gevonden. Het enige dat een hint geeft, is extreme zwangerschapsmisselijkheid. Vrouwen die daarvoor naar het ziekenhuis moeten, blijken iets vaker een meisje te krijgen (vrouwelijke hormonen kunnen de misselijkheid erger maken). Het verschil is klein: deze vrouwen hebben 55% kans op een meisje in plaats van de gebruikelijke 49%. Er zijn dus genoeg vrouwen met flinke zwangerschapsmisselijkheid die een zoon krijgen. Denk maar aan de arme Britse prinses Kate Middleton die een paar jaar terug doodziek was tijdens haar zwangerschap van prins George (en nu weer trouwens, maar het geslacht van haar huidige baby is nog onbekend). Het is dus onverstandig om een roze kinderkamer te bestellen alleen omdat je vaak misselijk bent.

Gelukkig zijn al die kruidenvrouwtje-achtige voorspellingen niet meer nodig als je graag wilt weten of je een jongen of een meisje krijgt. Bij de 20 weken echo is meestal goed te zien wat het geslacht is, al wordt zelfs daarbij heel soms een piemeltje over het hoofd gezien. Wij wisten overigens al na 14 weken dat onze baby een meisje is, omdat we een genetische test lieten doen. Grappig genoeg zeiden vrienden “Dat kun je nu nog helemaal niet zien, hoor” toen we het nieuws vertelden. Alsof wij dat zomaar zouden verzinnen. Of naar de sterren hadden gekeken.

Fuck die verhoogde kansen
Je ziet als je zwanger bent ineens overal alarmerende berichten: “Koorts tijdens de zwangerschap verdubbelt kans op autistisch kind” of “Paracetamol slikken verhoogt de kans op een kind met ADHD.” Veel van die berichten blijken bij nadere bestudering gelukkig niet zo zorgwekkend. Ten eerste gaat het meestal om onderzoek dat een verband vond tussen twee dingen, maar dat hoeft niet te betekenen dat het één het ander veroorzaakt. Er kan best iets anders achterzitten.

Zo toonde een Noors onderzoek een paar jaar terug aan aan dat zwangere vrouwen die geen foliumzuur slikken, vaker kinderen krijgen die op de kleuterschool een taalachterstand hebben. De conclusie die veel kranten hieruit trokken, is dat foliumzuur blijkbaar zorgt dat het taalcentrum in de hersenen beter wordt aangelegd. Nu is foliumzuur reuzebelangrijk bij de zwangerschap, maar dit verband is wat vergezocht. Uit de studie bleek namelijk dat juist moeders die zelf een taalachterstand hebben minder vaak foliumzuur slikken. Misschien geven zij die handicap wel domweg door aan hun kinderen.

Zelfs als er een aangetoond verband is, dan blijft het begrip verhoogde kans nogal vaag. Als je bijvoorbeeld leest dat koffie drinken je kind twee keer zoveel kans geeft op een zeldzame ziekte, dan klinkt dat heel eng. Maar als zonder koffie de kans 1 op 100.000 is, dan is een dubbele kans 2 op 100.000. En dat is nu niet direct iets waarvan je wakker hoeft te liggen.

Veel pijnlijker zijn de kansen die je te horen krijgt als je een combinatietest laat doen omdat je wilt testen op Downsyndroom. De uitslag van die test is een kans en als die groter is dan één op tweehonderd is er sprake van een verhoogde kans en volgt verder onderzoek. Een vriendin kreeg van haar arts te horen dat zij een kans van 1 op 75 had op een Downie. Zij schrok enorm, dit klonk wel heel negatief. Ze moest twee weken wachten op de uitslag van het vervolgonderzoek en vertelde huilend dat ze zich niet meer durfde te verheugen op de baby. Maar een verhoogde kans is nog geen grote kans. Van de 75 vrouwen die eenzelfde uitslag krijgen als mijn vriendin, dragen er 74 een kind zonder Down. Daarmee is de kans 98,7% dat er niets aan de hand is. Toen ik dit mijn vriendin voorrekende, was ze een stuk minder ongerust. En gelukkig bleek uiteindelijk alles oké met haar kind. Ik zou willen dat artsen die verhoogde kans wat beter uitlegden, zeker aan vrouwen die toch al tot hun kruin vol zitten met hormonen en om alles moeten huilen. Dus echt, fuck al die verhoogde kansen.

zwangere ionica (1)

 

Wissel Mozart in voor Aqua
Natuurlijk doe ik alles dat ik kan doen om een gezond kind te krijgen: ik slik braaf mijn foliumzuur, drink geen alcohol en onderdruk mijn lust naar rood vlees. Zelfs de opvoeding begint nu al. De baby in mijn buik kan inmiddels aan het vruchtwater proeven wat ik heb gegeten en studies laten zien dat kinderen vast aan die smaken wennen. Wat ze al kennen uit de baarmoeder, eten ze later makkelijker. En omdat goed voorbeeld goed doet volgen, eet ik nu braaf allerlei dingen die ik zelf helemaal niet zo lekker vind zoals bloemkool en broccoli.

 

Illustratie Claudie de Cleen

Nu beweren kennissen dat ik ook eens wat vaker Mozart en andere klassieke muziek moet opzetten, want daar wordt mijn kind slim van. Alleen word ik altijd bloednerveus van klassieke muziek, ik luister liever iets met gitaren, pa-pa-pa-koortjes en een zanger die van enthousiasme een beetje vals zingt. Wat krijgt de baby daar überhaupt van mee in de baarmoeder? De oren ontwikkelen zich stap voor stap en zijn pas bij 36 weken helemaal klaar. Vanaf de zesde maand kan de baby wel al geluiden herkennen. Maar de baby hoort vooral het rammelen van je darmen en het pompen van je bloed. Zachte pianomuziek maakt waarschijnlijk weinig indruk.

Bovendien is het sowieso een mythe dat kinderen slimmer worden door naar Mozart te luisteren. In mijn favoriete wetenschappelijk onderzoek ooit besloten Nieuw-Zeelandse onderzoekers deze theorie te testen met de stompzinnigste muziek die ze konden bedenken: Aqua (van de mega-hit Barbie-girl). Ze lieten twee groepen kinderen IQ-tests maken, de ene helft kreeg tussendoor sonates van Mozart te horen, de andere de stuiterpop van Aqua. En het maakte niets uit. De muziek had in beide groepen geen enkele invloed op hun testscores. Dus draai gewoon lekker wat je zelf leuk vindt, want een blije moeder levert een blij kind. En dat is wel bewezen.

Een keizersnede is kut
Actrice Denise Richards regelde een keizersnede tegen het einde van haar zwangerschap, omdat het handig was om niet op een spontane bevalling te wachten: “We plannen dingen graag.” Zangeres Christina Aguilera had geen zin om uit te scheuren en hield niet zo van verrassingen, dus ook zij plande haar keizersnede. In Nederland is het officieel niet toegestaan om zonder medische reden vrijwillig voor een keizersnede te kiezen, maar ook hier heb ik wel eens BN-ers horen roepen dat zij geen zin hadden om te bevallen omdat het zo onhandig en vies is. Dat is heel dom, want een bevalling is in vrijwel elk opzicht beter dan een keizersnede voor moeder én kind.

Zelf kreeg ik aan het eind van mijn eerste zwangerschap een ernstige zwangerschapsvergitiging en mijn zoon moest met een spoedkeizersnede gehaald worden. De arts kwam dat heel voorzichtig meedelen, maar ik was op dat moment zo ziek en apathisch dat ik alles best vond. Ik besefte pas veel later hoe zwaar die keizersnede was geweest toen ik op bezoek ging bij een vriendin die drie weken daarvoor bevallen was. Zij kwam me vrolijk met de kinderwagen van het station halen, terwijl ik drie weken na mijn keizersnede al blij was als ik de trap af kon om de post te halen. Het duurde een paar maanden voordat ik weer een beetje normaal rondliep.

Natuurlijk is het geweldig dat de keizersnede bestaat, de operatie redt jaarlijks vele levens (zoals dat van mij en mijn zoon). Maar als je kunt kiezen, dan is een bevalling toch echt een beter idee, hoe pijnlijk en naar die ook kan zijn. De harde cijfers: bij een bevalling overlijden zes van de 100.000 baby’s, na een keizersnede achttien. Dat zijn er drie keer zoveel. Deze cijfers komen uit een internationale studie waarbij alleen vrijwillige, probleemloze keizersnedes en gezonde bevallingen zijn vergeleken. Ook de moeder heeft bij een keizersnede meer kans om te overlijden dan bij een bevalling.

En zelfs als alles relatief goed gaat, dan is het gemiddelde herstel na een keizersnede veel zwaarder, het is een zware buikoperatie. Van de vaginaal bevallen vrouwen voelt driekwart zich zes weken na hun bevalling weer fit, bij moeders met een keizersnede is dit slechts één op drie. Ook hebben vrouwen na een keizersnede vaker negatieve gedachten over zichzelf en hun kind, met alle gevolgen van dien. Kortom: een bevalling is niet per se leuk, maar een keizersnede is gewoon kut.

Ionica Smeets is freelance wetenschapsjournalist en schrijft voor Kek Mama maandelijks over allerlei bakerpraatjes.

Dit bericht verscheen op 15 november 2014 in Volkskrant Magazine

Zomergasten

Ionica Smeets bij zomergastenOp 17 augustus 2014 was Ionica te zien in zomergasten, waar ze onder anderen vertelde over verschillen tussen alfa’s en bèta’s, de bevlogenheid van nerds, de oneindigheid van priemgetallen en de ananas van Spongebob.

Haar keuzefilm hierbij was Moonrise Kingdom.

De wiskundemeisjes leggen het nog één keer uit (aan amateur-wiskundigen)

Beste amateur-wiskundigen,

Bedankt voor alle zelfgemaakte bewijzen die u me stuurt. De chef van de wetenschapsredactie moppert wel eens dat dit de enige rubriek is waarop zoveel handgeschreven post binnenkomt. Die chef fietst overigens persoonlijk langs mijn huis om uw brieven te brengen, dus zijn gemopper is allemaal nogal goedmoedig.

De oogst van de afgelopen weken was drie korte bewijzen voor de laatste stelling van Fermat (een berucht resultaat uit de getaltheorie waarvan het bestaande bewijs ruim honderd pagina’s telt) en een constructie van een zevenhoek met een passer en latje. Die laatste won de bonusprijs voor originaliteit, want zoiets had ik nog nooit eerder gekregen. Aardig is daarnaast dat al lang bewezen is dat die constructie onmogelijk is.

Helaas heb ik geen tijd om alle bewijzen die u me stuurt uitgebreid te bestuderen. Dat betekent niet dat ik uw werk niet serieus neem. De wiskunde is bij uitstek het vak waar een buitenstaander voor een verrassende doorbraak kan zorgen. Je hebt er geen duur laboratorium voor nodig en hoeft geen proefpersonen te ronselen. Met wat goed nadenken, een stapel boeken, potlood en papier kun je een heel eind komen.

Daarom hierbij wat advies om u verder op weg te helpen. In de eerste plaats heeft het weinig zin om uw bewijs naar individuele wiskundigen te sturen. Dat is een beetje alsof u een recept naar Jonnie Boer van De Librije stuurt en vraagt of hij kan zorgen dat u ook drie sterren van Michelin krijgt. Zo werkt het nu eenmaal niet. Al ben ik overigens meer de Swedish Chef van de wiskunde dan de Jonnie Boer.

De gebruikelijke manier om resultaten te verspreiden is om ze in een artikel naar een wetenschappelijk tijdschrift te sturen. Vervolgens geeft de redactie uw werk aan een aantal referenten die beoordelen of de wiskunde correct, relevant en origineel is. Dat beoordelen kan nogal lang duren, reken gerust op een jaar voor u iets hoort. U kunt ook uw artikel alvast zelf op internet verspreiden, de site arxiv.org is daarvoor gemaakt.

Als u wilt dat mensen uw bewijs lezen, dat doet u er goed aan om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de heersende conventies. Gebruik de notatie die andere wiskundigen al eeuwen gebruiken en voer niet zelf allerlei nieuwe tekens in. Schrijf zo helder mogelijk op wat uw probleem is, hoe u het heeft aangepakt en laat uw bewijs stap voor stap zien. Smeek uw meest wiskundige vriend(in) om het artikel te lezen en eerlijk te zeggen wat er niet duidelijk is.

Kijkt u voordat u begint te schrijven eerst hoe wiskundige artikelen er ongeveer uitzien. Zoek een paar wetenschappelijke publicaties in de hoek van uw eigen bewijs. Zo raakt u vertrouwd met de gebruikelijke notatie, opbouw en schrijfstijl. Daarnaast kunt u in de referenties zien in wat voor tijdschriften dit soort resultaten verschijnen. Zo weet u waar u uw werk naartoe moet sturen.

Misschien ontdekt u gaandeweg dat uw oorspronkelijke idee toch niet helemaal klopt. Dat geeft niets. Weinig wiskundigen bereiken in één keer een groot resultaat. En om de metafoor met de Librije nog eens te gebruiken: Jonnie Boer deed er ook elf jaar over om zijn drie Michelin-sterren te verzamelen.

Bork, bork, bork!

Ionica

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Neem een nerd (artikel)

Een tip voor alle vrouwen die ongelukkig zijn in de liefde: zoek een bèta. Over de onverwachte voordelen van een exacte geliefde.

Toen ik een jaar of vijftien was, fluisterde de moeder van een vriendin me toe: “Let op de stille jongens die goed zijn in natuurkunde, dat worden later de leukste mannen.” Jarenlang sloeg ik haar wijze raad in de wind. Sterker nog, toen ik zelf aan de Technische Universiteit ging studeren, nam ik me één ding voor: in mijn bed geen bèta. Het leek me oneindig veel interessanter om verkering te hebben met een jongen van de kunstacademie of een wilde muzikant. Ik geloofde in tegenpolen die elkaar aantrekken. Bovendien was ik als twintigjarige best onzeker. Bij bèta’s was ik bang dat ze vooral graag een vriendin wilden en dat het niet zoveel uitmaakte wie dat was. Ik vermoedde dat ze niet van me zouden houden om wie ik was. Maar als een bloedmooie artistieke jongen die de hele dag tussen de meisjes zat mij uitkoos, dan moest ik wel bijzonder zijn.

Dus ging ik jarenlang van de ene ingewikkelde relatie naar de andere. Spannend was het allemaal, maar ook een tikje vermoeiend. Tot ik pal na mijn afstuderen smoorverliefd werd op een natuurkundige. Voor het eerst ging alles makkelijk en zag ik hoe zeer die moeder jaren geleden gelijk had. Op feestjes met natuurkundigen en andere bèta’s stikte het van de leukerds, op een of ander moment waren die stille jongens van vroeger veranderd in zelfverzekerde mannen. Toch knappen veel vrouwen nog steeds af als ze horen dat een man elektrotechniek, of iets in die hoek, heeft gestudeerd. Ze weten niet wat ze missen.


Stay Nice maakte geweldige illustraties bij dit artikel. Wie goed kijkt, herkent de begeerlijke bèta's die aan het eind van dit artikel staan.
Stay Nice maakte geweldige illustraties bij dit artikel. Wie goed kijkt, herkent de begeerlijke bèta’s die aan het eind van dit artikel staan (klik voor een grotere versie).

Zelf ben ik inmiddels al jaren erg gelukkig met mijn natuurkundige, hebben we samen een zoon en kan ik alle vrouwen een exacte man aanraden. Ook degenen die zelf nog geen negen met vier kunnen vermenigvuldigen. Daarom hier de voordelen van een bètaman op een rij met daarna tips om zelf zo’n held aan de haak te slaan.

De zeven voordelen van een bètaman

  1. Hij is slim
    Het zijn slimme jongens, die bèta’s. Intelligentie is een ondergewaardeerde eigenschap in de liefde. Het klinkt als iets koels, emotie lijkt veel belangrijker. Maar stel je eens voor dat je geliefde een verrassingsuitje voor jou verzint met zijn superbrein waarmee hij normaal aan de quantumcomputer werkt. Ik kan je verzekeren dat zorgvuldig geplande logeerpartijen in romantische kasteeltjes geen uitzondering zijn. Als rijkdom je doel is, dan is het ook handig om een slimme bèta aan de haak te slaan. Denk bijvoorbeeld aan Bill Gates of die multimiljonairs achter Google.
  2. Hij is volwassen
    De typische bèta zat tot zijn vijfentwintigste in de boeken/achter de computer/aan de soldeerbout. Daardoor is hij nooit een jongen geweest met een brallende vriendenclub en allerlei jongenshobby’s. Je zit dus niet opgescheept met zo’n zo’n eeuwige jongen uit Nick-Hornby’s romans. Zo’n man die wegrent voor elke verantwoordelijkheid of vastigheid en alleen maar uren over bandjes en sport wil praten. Een bèta slaat die hele fase over en stelt zich niet zo aan. Hij weet wie hij is en is trots op wat hij kan, zonder dat hij daarover loopt te patsen.
  3. Hij is enthousiast
    Schrijver en übernerd John Green beschreef eens waarom het geweldig is om een nerd te zijn. Die mogen namelijk enthousiast zijn zonder ironie. Ze mogen van vreugde op en neer springen in hun stoel als ze iets tof vinden. En er is weinig aanstekelijker dan oprecht en onverdund enthousiasme, zelfs als het voor een obscure nieuwe technologie uit Japan is. De bètaman doet niet aan cool en onverschillig zijn en dat is de op de lange termijn wel zo gezellig om mee samen te wonen.
  4. Hij is handig
    Er zijn ook praktische voordelen aan een bètaman. Je krijgt overal in huis razendsnel draadloos internet, je fiets loopt als een zonnetje en als de wasmachine kapot gaat, hoef je geen monteur te bellen. Terwijl je man staat te knutselen, kun jij mooi met vriendinnen de stad in. Als je geluk hebt, krijg je een bèta die ook nog een beetje kan timmeren of waterleidingen aanleggen. Wel even goed opletten dat je niet per ongeluk een theoretisch natuurkundige aan de haak slaat, want die is vooral goed met pen en papier.
  5. Hij heeft een baan
    Ook handig in deze tijden van crisis: de bètaman heeft een baan. Let hierbij vooral op de statistici. Econoom Hal Varian, een van de eindbazen bij Google, voorspelde in 2009 dat dit het sexy beroep van het decennium zal zijn. “Mensen denken dat ik een grap maak, maar wie had gedacht dat computeringenieur het sexy beroep van de jaren negentig zou zijn?” Goed, dat had ik even gemist in de jaren negentig en Varian heeft waarschijnlijk een iets andere definitie van sexy dan ik, maar die statistici moet je dus hebben, met hun baan.
  6. Hij heeft tijd voor je
    De gemiddelde (of modale) bètaman houdt niet van sport, heeft weinig sociale verplichtingen en geen lange lijst van ex-en waarmee hij nog bevriend is. Hij heeft dus tijd genoeg voor jou. Je hoeft niet te smeken om een avond iets samen te doen. En als jij liever juist een keer zonder hem op stap gaat, dan vermaakt hij zichzelf wel, dat is hij namelijk gewend. Als je trouwens graag een man helemaal zonder ex-en wilt, dan is een wiskundige of scheikundige aan te bevelen. Bij een enquête onder Amerikaanse studenten hadden die studies het hoogste percentage maagden (83 procent). Merkwaardig genoeg scoorden de informatici beter dan de filosofen, psychologen en economen.
  7. Hij leert snel
    Het allergrootste voordeel van de bètaman is misschien wel dat hij snel leert. Ooit sprak ik een personeelsmanager bij een IT-bedrijf dat de slimste nerds selecteerde (en ja, dat waren vrijwel alleen mannen). Zij vertelde dat haar bedrijf niet verwachtte dat die jongens ook nog eens heel vlot gekleed waren of supergoed waren in presentaties. Daarvoor organiseerde zij wat communicatietrainingen en ging ze zelf een paar keer mee winkelen met nieuwe werknemers. Binnen een paar maanden waren hun werknemers niet alleen slim maar ook hip. Als een man snapt hoe een zevendimensionale Banachruimte werkt, dan kan hij ook leren wat voor broek in de mode is. Hij moet alleen een goede reden hebben om dat te willen weten (bijvoorbeeld een leuke vriendin).


Nog zo'n fijne illustratie van  Stay Nice.
Nog zo’n fijne illustratie van Stay Nice (klik voor de grotere versie).

Op zoek naar de ware
Goed, nu wil je ook een bèta, maar hoe vind je er één? Vroeger herkende je hem aan zijn laptop en bril, maar tegenwoordig zit iedereen in koffietentjes interessant te doen met een MacBook en een grote zwarte bril. Je kunt op het scherm gluren of hij zit te programmeren, maar je kunt de bèta beter zoeken in zijn natuurlijk habitat.

Een goede beginplek is de Robocup, eind deze maand in Eindhoven. Robots die voetballen: daar moet het toch lukken om een leuke techneut op te pikken. Ook een goede plek zijn reparatiescafé’s op allerlei plaatsen in Nederland. Neem een kapot apparaat mee en zoek de knapste knutselaar. Als het niet lukt een leuke man te vinden, heb je in elk geval een gratis reparatie. Verder zijn evenementen waar iets met fantasy, science-fiction of hacken gebeurt altijd goede plekken om veel bèta’s te ontmoeten. Al is het de vraag of daar de leukste exemplaren lopen. Is er niet een datingsite waar je op studierichting kunt selecteren?

Misschien is het wel het makkelijkste om eens een dagje naar Delft te gaan. Een studievriend nam zijn Amerikaanse neef eens mee naar de kroeg. Na een kwartier vroeg de neef voorzichtig of dit soms zo’n beruchte Nederlandse gay-bar was: er zaten alleen maar mannen. Maar nee, dit was het bekende Delftse mannen overschot, de bevolkingspiramide van Delft laat een prachtige uitstulping zien bij de mannen tussen de 20 en 29. En raad eens waar die mannen vandaan komen? Juist, allemaal bèta’s van de Technische Universiteit. (Voor de bètamannen die dit stuk per ongeluk lezen: jullie kunnen wel raden dat bijvoorbeeld Leiden een overschot aan dames tussen de 20 en 29 heeft. Overweeg eens een leuke keuzevak bij psychologie.)

Zodra je ergens een knappe bètaman spot, zul je waarschijnlijk zelf in actie moeten komen om hem te versieren. Korte jurkjes en diepe decolletés maken minder indruk op hem dan bij andere mannen. De liefde van de bèta gaat door het brein. Zorg daarom dat je iets hebt om over te praten. Je hoeft heus niet de hele dag sommen te maken, maar het helpt als je subtiel laat zien dat je zijn wereld kent.

Kijk naar The Big Bang Theory om een indruk te krijgen van de grappen die bèta’s leuk vinden. Als iemand bijvoorbeeld uitroept dat je nooit kan raden wat hij net meemaakte, antwoord dan iets als “Je ging de gang in, viel in een wormgat en belandde vijfduizend jaar in de toekomt, gebruikte de technologie om een tijdmachine te bouwen en nu kom je terug om mij te halen.” (Ook een prima openingszin trouwens.)

Lees zeker The Hitchhikers Guide To The Galaxy. Een vriendin die tussen de bèta’s werkt, bekende dat ze nadat ze dit boek las eindelijk de grapjes aan de lunchtafel begreep. Nu wist ze wat er zo bijzonder is aan het getal 42, waarom de online vertaalmachine Babelfish heet en wat “So Long, and Thanks for All the Fish” betekent. Haar collega’s stapten daarna prompt over op grapjes uit Disc World, dus lees die boeken ook even. Verder is de meeste science-fiction en fantasy geschikt studiemateriaal, maar daarbij moet je even kijken hoe ver je wilt gaan. Zorg in elk geval dat je het verschil kent tussen Star Trek en Star Wars en vermijd iedereen die verkleed gaat als een personage uit één van de twee. Veel plezier met jouw bèta.

Begeerlijke bèta’s


Wie is deze begeerlijke bèta? Ook deze is natuurlijk gemaakt door  Stay Nice (klik voor de vergroting).
Wie is deze begeerlijke bèta? Ook deze is natuurlijk gemaakt door Stay Nice (klik voor de vergroting).

Richard Feynman
Het prototype van de aantrekkelijke bèta moet wel natuurkundige Richard Feynman zijn. Deze Nobelprijswinnaar was charismatisch, razendslim en lekker excentriek. Hij deed zijn natuurkunde soms in een stripclub, speelde de bongo en haalde rare grappen uit met zijn collega’s. En hij schreef prachtige brieven. Zijn mooiste liefdesbrief schreef hij anderhalf jaar nadat zijn eerste vrouw overleed aan tuberculose. Hij beschrijft hoeveel hij nog van haar houdt en hoe alle meisjes die hij ontmoet na een paar afspraakjes op as lijken. “Jij, dood, bent zoveel beter dan wie dan ook die leeft.” Pak wat zakdoeken en klik op “I love my wife. My wife is dead.”“ voor de complete brief. Gelukkig vond Feynman jaren later alsnog nieuw geluk in de liefde. Helaas is hij inmiddels zelf overleden.

Chris Hadfield
Springlevend is de Canadese astronaut Chris Hadfield. Deze fitte vijftiger zette vorige maand zijn versie van David Bowies Space Oddity op YouTube, opgenomen terwijl hij door het internationale ruimtestation zweefde. Veel cooler dan dat kun je toch niet worden. Deze luchtvaart-ingenieur is dan ook erg populair op internet met meer dan een miljoen volgers op Twitter. Op Valentijnsdag tweette hij vorig jaar een luchtfoto van een hartvormig stuk zee. Hoe romantisch. Helaas was die foto voor zijn vrouw Helene, met wie hij al sinds de middelbare school samen is.

Freek Vonk
De Nederlandse bioloog Freek Vonk mag natuurlijk niet ontbreken in dit lijstje. Hij is stoer, mannelijk én een echte wetenschapper. Je zou het niet zeggen als je hem met ontbloot bovenlijf ziet, maar Vonk schrijft artikelen met titels als Axial patterning in snakes and caecilians: evidence for an alternative interpretation of the Hox code. Sexy! Het leukste aan hem is zijn belachelijke enthousiasme als hij in de jungle een piepkleine slang ontdekt, terwijl op de achtergrond onopgemerkt een kudde olifanten voorbijkomt. Helaas is dit alfamannetje onder de bèta’s al gekaapt door Eva Jinek.

Nate Silver
Getallenwonder Nate Silver voorspelt akelig precies de uitslag van allerlei verkiezingen en sportwedstrijden. Zijn nauwkeurigheid leverde hem zijn eigen internet-meme op met grappen van wat Silver allemaal zou voorspellen als hij dronken is: op een bruiloft de datum van de echtscheiding, aan wildvreemden in de metro wanneer ze overlijden en hoe lang deze grap leuk zou blijven. Silver bekende later lachend dat hij als hij dronken is net zo zulke domme discussies heeft als iedereen. Het goede nieuws is dat Silver nog vrijgezel is. Het slechte nieuws is dat hij op mannen valt. Een buitenkansje dus voor homoseksuele mannen die ook een echte bèta willen: go get him!

Dit artikel verscheen op 22 juni 2013 in Volkskrant Magazine.

Over fatsoenlijke tarieven (column)

Beste congres-organisatie,

Wat leuk dat jullie me vragen voor een lezing, natuurlijk kan ik een verhaal vertellen over onverwachte toepassingen van wiskunde! Het is alleen jammer dat jullie geen budget hebben voor sprekers. Jullie boeken voor je congres een prachtig landgoed, huren een dure cateraar, maar de inhoud moet bijna gratis komen. Dat is toch merkwaardig. Ik kan als zelfstandige geen lezing komen geven voor 150 euro. Ik zal nog één keer uitleggen wat een fatsoenlijk tarief is.


Zie mij eens lekker staan op dat podium.
Zie mij eens lekker staan op dat podium.

Laten we eens kijken naar wat iemand in loondienst kost. Neem mijn oude studievriend Bert, hij verdient 3.600 euro bruto per maand. Dat is bovenmodaal, maar voor onze werkervaring en opleidingsniveau onder het gemiddelde. Voor zijn werkgever komen er bovenop dat brutoloon nog werknemersverzekeringen, sociale premies en vakantiegeld. Bij elkaar zijn de werkgeverskosten ongeveer 59.000 euro per jaar. En dan heb ik de bonus van Bert nog niet eens meegeteld.

Bert heeft ook een mooie werkplek, een telefoon, laptop plus een hele lading kantoorspullen van de zaak en hij mag diverse onkosten declareren. Moet hij naar een vergadering in Sneek? Zijn baas betaalt de reiskosten, eten onderweg en als het nodig is een hotel. Zeg dat al dit soort kosten nog eens zesduizend euro per jaar zijn. Dan komen we voor een werkgever op 65.000 euro aan kosten.

Hoeveel kost Bert daarmee per uur? Hij werkt full-time, maar lang niet al zijn uren zijn declarabel. Hij maakt regelmatig eens praatje bij de koffie-automaat of zit even voor zich uit te staren. Verder zijn er vergaderingen, cursussen, het beantwoorden van talloze emails, het oplossen van computerproblemen en al die andere dingen die naast zijn eigenlijk werk moeten gebeuren. Daarnaast gebruikt Bert zijn volle zesentwintig vakantiedagen en ligt hij wel eens met griep in bed. Zeg dat hij uiteindelijk duizend uur declarabel werk per jaar overhoudt. Dan kost Bert zijn werkgever uiteindelijk per uur 65 euro. Uit betrouwbare bron weet ik dat Bert het dubbele kost als hij eens aan een ander bedrijf wordt verhuurd.

Het lijkt me dus zeer redelijk dat ik als zelfstandige 65 euro per gewerkt uur reken. Op het eerste gezicht houd ik meer geld over dan Bert, maar ik heb veel meer onzekerheid en kosten dan hij (en leuker werk, dat dan weer wel). Mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering is duurder dan die van een werknemer en pensioen moet ik op een of andere manier zelf opbouwen. Verder gaan opdrachtgevers wel eens failliet of krijg ik een tijdje domweg geen opdrachten terwijl Berts loon elke maand binnenkomt. Kortom: 65 euro per uur is echt het minimum.

Probeer nu eens te schatten hoeveel tijd een lezing op jullie conferentie me kost. Ik moet de vorm en inhoud met jullie overleggen, de juiste voorbeelden opduiken, een presentatie maken en oefenen. Op de dag zelf kom ik naar jullie afgelegen landgoed (in totaal vijf uur reizen), ben ik een uur van tevoren aanwezig om de techniek te testen en blijf ik op verzoek van jullie nog tot na de pauze zodat ik vragen kan beantwoorden. Na afloop stuur ik jullie netjes mijn presentatie en aanvullende informatie voor de deelnemers. Alles bij elkaar kost dit me makkelijk twee complete dagen. Reken zelf maar even uit voor welk bedrag jullie me kunnen boeken.

Hopelijk tot ziens,

Ionica

ps Zoals ik al schreef is 65 euro per uur het absolute minimum. Niet schrikken als ik af en toe wat meer vraag dus.

Deze column verscheen afgelopen weekend in de Volkskrant Met dank aan mijn onvolprezen boekhouder Marina Clausing die meedacht over de juiste vergelijking..