De afgelopen weken zat ik thuis met een ontstoken brandwond, pijnstillers en antibiotica. Ooit blufte ik dat ik elk onderwerp met wiskunde kon verbinden (pun intended). Lukt dat me deze week ook met brandwonden?
Eerst een bredere wetenschappelijke vraag: waarom moet je brandwonden tientallen minuten koelen? Een student vroeg zich deze week hardop af hoelang het duurt voordat verbrande huid en weefsel weer terug zijn op de normale temperatuur. Hij schatte dat het niet langer dan een paar minuten zou duren. Waarom is het dan ook daarna nog nuttig om te blijven koelen?
Ik dook (met één hand) in de literatuur. Veel kennis over brandwonden blijkt te komen van onderzoek met varkens. Ik las vol afgrijzen een twintig jaar oude studie waarbij onderzoekers verschillende brandwonden maakten op de rug van biggen en die wonden op verschillende manieren koelden. De conclusie was dat langdurig koelen weefselschade vermindert, ook als het koelen pas een half uur na de verbranding begint. Gewoon kraanwater werkt daarbij prima, ijswater maakt de wond juist erger.
Hadden we hier destijds echt nog een dierenstudie voor nodig? De onderzoekers meldden dat de biggen verdoofd waren tijdens het maken van de brandwonden en later bij het verwisselen van hun verband, maar ik vrees dat de dieren in de tussentijd veel pijn gehad hebben.
En dan zegt dit dus nog niets over waarom langdurig koelen helpt bij brandwonden. Een overzichtsstudie uit 2015 beschrijft de mechanismen achter de voordelen van langdurig koelen. Of eigenlijk beschrijft deze studie welke mechanismen allemaal géén goede verklaringen zijn.
Het is ten eerste niet puur het afvoeren van warmte, want de onderhuidse temperatuur is bij de meeste patiënten al teruggekeerd naar normale waarden voordat ze beginnen met koelen. En als ze daarna alsnog hun wond onder lauw stromend water houden, dan geneest die wond uiteindelijk beter. Een andere mogelijke verklaring was dat koelen leidt tot minder oedeem (zwelling door vochtophoping), maar oedeem blijkt dan weer nauwelijks samen te hangen met weefselbeschadiging. Ook verklaringen met histaminen bleken niet te kloppen.
Ten slotte gaat de studie in op mogelijke verandering op celniveau, met genexpressies, mRNA en andere dingen die misschien wél tot meer inzicht kunnen leiden. Ik snap er met mijn verdoofde hoofd maar weinig van. Waar is Maarten Keulemans als je hem nodig hebt? Ik notuleer alleen de conclusie van de studie: ‘Koelen helpt, maar we begrijpen nog amper hoe het werkt.’ Troostrijk eigenlijk wel, dat er nog altijd zoveel te ontdekken valt.
En dan nu terug naar de wiskunde van brandwonden. Ooit hoorde ik een verhaal over een Delftse wiskundige die werkte aan numerieke modellen voor de genezing van brandwonden. Hij belandde op vakantie met zijn gezin in een foltermuseum. Hij maakte een foto van de brandijzers die ze daar hadden en thuis stopte hij de vormen daarvan in zijn model. Hij ontdekte dat brandijzers geoptimaliseerd leken om wonden te maken die moeilijk genezen. En die arme gemartelden mochten natuurlijk al helemaal niet koelen.
Deze column verscheen op 27 maart 2026 in de Volkskrant.
