Tag: geld

Een ‘wat als’-vraag beantwoorden, dat loopt nogal eens uit de hand

Beste Ionica,
Wat als je alle telefoons op de wereld zou verkopen, hoeveel zou dat opleveren?
Een anonieme scholier

Beste scholier,

Jij was een van de ongeveer zeventig scholieren die laatst op een zondagochtend om 11 uur naar mijn jeugdcollege bij Rijksmuseum Boerhaave kwamen. Ik vertelde daar over levensvragen waaraan je kunt rekenen, liet dat rekenwerk zien en vroeg vervolgens naar jullie rekenlevensvragen. Dat leverde grappige vragen op (‘Hoeveel pannekoeken kan een mens eten zonder misselijk te worden?), bezorgde vragen (‘Is hoogbegaafd zijn echt fijn?’) en praktische vragen (‘Hoe weet je hoeveel wc’s en douches je op een camping moet bouwen?’).

Het leuke aan jouw vraag vind ik dat het een ‘wat als’-vraag is. De Amerikaanse striptekenaar Randall Munroe maakte geweldige boeken waarin hij allerlei hypothetische wat-als-vragen op wetenschappelijke wijze beantwoordt. Vaak loopt het bij hem nogal uit de hand. Een onschuldig klinkende vraag eindigt al snel in de aarde die implodeert.

Maar laat ik proberen jouw vraag te beantwoorden. Er zijn ongeveer 8 miljard mensen op aarde en er zijn naar schatting pakweg 6,5 miljard mobiele telefoons in gebruik. (Ik neem aan dat je vraag over mobiele telefoons ging, omdat mensen van jouw leeftijd me altijd uitlachen als ik vertel dat ik thuis nog een vaste lijn heb.) Hoeveel geld kun je vragen voor een tweedehandstelefoon? Het ligt natuurlijk een beetje aan het model, er zijn waarschijnlijk vooral een heleboel oude telefoons die niet zo veel meer waard zijn, maar aan de andere kant heb jij wel een uniek monopolie als je alle telefoons op de wereld gaat verkopen.

Laten we voorzichtig met gemiddeld 50 euro per telefoon werken. Als je 6,5 miljard telefoons voor 50 euro verkoopt, dan levert dat je 325 miljard euro op. Daarmee ben je dan in één klap de rijkste persoon ter wereld. De Franse zakenman Bernard Arnault, van onder meer Louis Vuitton, zakt dan naar nummer 2, met zijn geschatte vermogen van iets minder dan 200 miljard euro.

En dit is dan als je alleen de telefoons verkoopt die nu in gebruik zijn. Er zijn daarnaast ook nog talrijke afgedankte telefoons ergens in laatjes of kastjes plus gloednieuwe ongebruikte telefoons in magazijnen of winkels. Als je die ook allemaal weet te verkopen, dan levert dat nóg meer op. Dit brengt me wel op de vraag aan wie je die telefoons dan wilt verkopen. Je hebt vast geen zin in de logistiek van miljarden losse verkopen, ik hoop dat je een aanbieding hebt van een buitenaardse beschaving die de hele partij in één keer wil kopen.

Ik ga niet vragen hoe je aan alle telefoons op de wereld denkt te komen, maar ik wil je wel voorzichtig waarschuwen dat ze waarschijnlijk niet in jullie huis passen en dat je sowieso even moet controleren hoe stevig jullie fundering is. Een ouderwetse Nokia weegt ongeveer 80 gram, een iPhone 15 Pro Max ruim 200 gram. Als we een gemiddeld gewicht van 150 gram nemen, dan wegen die 6,5 miljard telefoons bij elkaar zo’n 975 miljoen kilo. Dat is vergelijkbaar met het gewicht van net iets minder dan honderd Eiffeltorens. Ik laat het aan iemand als Randall Munroe over om door te rekenen of het mogelijk is om hiermee de aarde te laten imploderen.

Deze column verscheen op 24 mei 2024 in de Volkskrant.

Nieuwe adviesvragen zijn van harte welkom. Liefst persoonlijke vragen die op het eerste gezicht he-le-maal niets met wiskunde te maken hebben. U kunt ze insturen via ionica@volkskrant.nl.

Lees hier ook de andere columns van de reeks.

284.500.000.000 euro

Dinsdag verscheen de miljoenennota en dat was natuurlijk smullen voor iemand die van getallen houdt. Een totale begroting van 284.500.000.000 euro, 4,1 miljard inkomsten uit motorrijtuigenbelasting, een overschot van 7,8 miljard en 425 miljoen voor ‘koopkrachtreparatie kwetsbare groepen’. Heerlijk, al duizelde het zelfs mij al snel van al die miljoenen en miljarden.

Gelukkig vond ik op de website van de overheid een handige poster met een samenvatting van de miljoenennota én de bijbehorende docentenhandleiding. Daarin stonden fijne opdrachten voor in de klas. In de eerste opdracht moeten leerlingen een tijd bijhouden hoe zij geld verdienen en waaraan ze het uitgeven. Bij opdracht twee gaan ze hun eigen financieel overzicht vergelijken met de miljoenennota.

Eerst moest ik daarom lachen. Scholieren hebben over het algemeen geen tig miljard uit te geven, hebben zelden inkomsten uit motorrijtuigenbelasting en doen weinig aan koopkrachtreparatie. Maar toen bedacht ik dat zo’n vergelijking al die duizelingwekkende getallen een stuk tastbaarder maakt.

Voor mezelf maakte ik een vergelijking met iemand die 28.450 euro per jaar te besteden heeft. Dat is wat te hoog voor een scholier, maar het zit aardig in de buurt van een modaal netto jaarinkomen. Als je met dat bedrag een zelfde begroting maakt als de overheid, geef je € 27.670 uit en houd je daarmee 780 euro over. In dat perspectief klinkt het begrotingsoverschot van 7,8 miljard ineens iets minder indrukwekkend. Het komt neer op 65 euro per maand sparen als je elke maand meer dan tweeduizend euro hebt om uit te geven.

Nog veel interessanter wordt het als we naar de uitgaven kijken. Herinnert u zich de 425 miljoen ‘koopkrachtreparatie kwetsbare groepen’ nog? Dat is in deze vergelijking € 42,50 op die 28.450. Dat is dus een avondje uit eten met zijn tweeën qua kostenpost.

De grootste uitgave van de overheid is zorg met €8.040, bijna één derde van het totale bedrag. Als ik dit vergelijk met mijn eigen jaarbegroting, dan zijn mijn zorgkosten gelukkig een stuk lager, zelfs als het eigen risico omhoog gaat. Op twee van overheidsuitgaven staat sociale zekerheid en arbeidsmarkt met 7.900 euro. Met een fikse afstand volgt op nummer drie onderwijs, cultuur en wetenschap met 3.540 euro.

Ik begin te vermoeden dat de miljoenennota in niets te vergelijken is met mijn persoonlijke begroting. Mijn grootste uitgaven zijn de woonlasten, maar bij de miljoenennota komt de post wonen (samen met de rijksdienst) op slechts 390 euro. En het gaat natuurlijk ook nog eens over een heel ander soort woonlasten.

Wel krijg ik door mijn vergelijking veel meer gevoel bij de grote getallen die voorbij vliegen. Als ik hoor dat defensie 8,4 miljard krijgt, dan denk in eerste instantie: ‘Wat veel.’ Omdat een miljard nu eenmaal onvoorstelbaar veel geld is. Maar als ik besef dat het 840 euro zou zijn op een jaarbedrag van 28.450 euro, dan lijkt het ineens weer een vrij bescheiden bedrag.

Kortom, het lijkt me een prima idee als scholieren hun eigen financieel overzicht gaan vergelijken met de miljoenennota. Ten slotte nog één ding: is miljoenennota niet een wat gekke naam voor een nota die over honderden miljarden gaat? Het is alsof wij ons financieel overzicht voor die € 28.450 een dubbeltjesnota zouden noemen.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Ionica rekent af – Hoe verdeel je de uitgaven in een relatie? (deel 3)

Klik hier voor deel 1 van dit artikel
Klik hier voor deel 2 van dit artikel

Een paar weken terug vroeg ik hier uw advies over het fictieve stel Jo en Robin met ongelijke inkomens. Jo verdient 1.500 euro per maand, Robin 2.500. Ze hebben 2.400 euro aan gezamenlijke lasten. Hoe delen ze die lasten zo eerlijk mogelijk?

U stuurde me meer dan driehonderd oplossingen. Vorige week schreef ik al dat ongeveer één derde van de lezers het eerlijk vindt om de kosten naar rato te delen: ieder legt hetzelfde percentage van zijn inkomen in de gezamenlijke pot.

Diverse lezers beschrijven echter dat ze ooit zo begonnen, maar dat dit systeem op een gegeven moment begon te wringen. Wat gebeurt er als de ene partner minder gaat werken, bijvoorbeeld doordat er kinderen komen? Dan houdt diegene veel minder geld over voor privé-uitgaven. Is dat eerlijk? En wat als de één helemaal geen inkomen heeft, mag die dan nooit iets voor zichzelf uitgeven? Ook al houdt hij het complete huishouden draaiend?

Maar liefst veertig procent van u vindt dat allebei de partners recht hebben op een zelfde bedrag aan “zakgeld”. Sommigen noemen dit het SP-systeem: iedereen krijgt evenveel, ongeacht wie wat binnenbrengt. In het geval van Jo en Robin betekent dit dat ze ieder 800 euro per maand voor zichzelf houden. Jo stort 700 naar de gezamenlijke rekening en Robin 1.700. (Al merken veel verstandige lezers terecht op dat ze er goed aan zouden doen om ook nog te sparen.)

Het mooie is dat dit systeem ook goed werkt als één van de partners geen inkomen heeft: dan maakt de kostwinnaar gewoon het zakgeld over naar de ander. Ook is het zeer elegant bij wisselende inkomens: je kunt domweg al het geld op de gezamenlijke rekening laten binnenkomen en steeds elk hetzelfde bedrag aan zakgeld eraf halen.

spaarvarken

Er zijn lezers die nog een stap verder gaan en verschillende systemen combineren tot een heuse vlaktaks: “Robin en Jo krijgen elk een heffingsvrije voet van 500 euro en betalen 80% over de rest van hun inkomen.” (In dit geval betaalt Jo 800 euro en 1.600 euro van de vaste lasten.) Prachtig, maar ik vrees dat mijn vriend me wazig aan zal kijken als ik dit idee voorstel.

Ik zag tientallen verschillende oplossingen en veel daarvan had ik nooit zelf bedacht. Het aardige is dat veel lezers schrijven dat ze denken dat er maar één goede oplossing bestaat: zoals zij het thuis doen. De meesten van u zijn dan ook dik tevreden met hun eigen systeem, of ze nu de minst-of juist meestverdienende partner zijn.

De mooiste reactie kwam van een weduwe die schreef dat zij ruim veertig jaar lang alles met haar man in één pot deed. Zij was zuinig, haar man gaf makkelijk geld uit. Ze zegt dat ze spijt heeft dat ze het niet anders gedaan hebben. Tot ze aan het eind van haar brief bedenkt dat ze het in context moet zien: haar man was heel royaal voor haar en hun dochter heeft een goede jeugd gehad. Ze besluit dat ze gaat proberen in zijn geest te genieten van haar (en zijn) pensioen.

Dat lijkt me het beste advies voor Jo en Robin: bekijk in het de context van jullie, hopelijk liefdevolle, relatie.

Dit bericht verscheen eerder in de Volkskrant.

Ionica rekent af – hoe verdeel je de uitgaven in een relatie? (deel 2)

Klik hier voor deel 1 van dit artikel
Klik hier voor deel 3 van dit artikel

Een paar weken terug vroeg ik hier aan u hoe u geld in een relatie zou verdelen. Dat heb ik geweten. Ik ontving honderden zeer openhartige mails met verhalen over verstopte kassabonnetjes, stukgelopen relaties en de pikante details van uw financiële situatie. Bedankt daarvoor.

Mijn concrete vraag ging over Jo en Robin die respectievelijk 1.500 en 2.500 euro per maand verdienen. Ze hebben 2.400 euro aan gezamenlijke lasten en ik vroeg u welke verdeling van die lasten u het eerlijkst leek.

Een zeer kleine minderheid vindt dat ieder gewoon 1.200 euro moest betalen. Eén lezeres schrijft dat Jo maar een beter betaalde baan moet zoeken, in plaats van te profiteren van Robin. De meerderheid van de reacties is gelukkig een stuk milder en heeft het over samen delen en harmonie in een relatie. Een handvol lezers vraagt zich af wat überhaupt het probleem is: zij gooien al jarenlang hun geld op één (al dan niet grote) hoop. Waarom zou je eigen geld willen?

Op die vraag geven dan weer tientallen andere lezers uitgebreid antwoord: ze beschrijven hoe fijn ze het vinden om eigen geld te hebben zodat ze zonder onderhandelen of schuldgevoel dingen kunnen doen die zij zelf belangrijk vinden. Hun partner mag het onzin vinden dat ze alweer een nieuwe smartphone/handtas/karperset kopen, het is hun eigen geld en er is geen discussie of ruzie over. Overigens schrijven veel lezers dat zij het onprettig vinden om gezamenlijk geld voor zichzelf uit te geven, maar moppert vrijwel niemand over de privé-uitgaven van de ander. Ook lief is dat veel lezers expliciet noemen dat ze het fijn vinden om eigen geld te hebben om cadeautjes voor de ander te kopen.

Kortom: hulde dus voor de eigen rekening. Maar hoeveel gaat daarvan naar de gezamenlijke rekening? Ruim één derde van u verdeelt de inkomens op precies dezelfde manier zoals wij thuis: naar rato. Ieder stort daarbij hetzelfde percentage van zijn inkomen op de gezamenlijke rekening. Toen ik mijn oproep schreef, was ik er eigenlijk van overtuigd dat dit de beste oplossing was. Daarom komen de getallen bij Jo en Robin ook zo keurig uit: Jo verdient 3/8 van het totale inkomen en moet een zelfde deel van de vaste lasten betalen: 900 euro. Robin betaalt de overgebleven 1.500 euro. Robin betaalt het meeste, maar houdt ook meer geld voor zichzelf over. Eerlijker kan niet, toch?

portomonnee

Diverse lezers noemden deze oplossing per ongeluk “naar ratio” in plaats van “naar rato”, vermoedelijk omdat het zo’n heerlijk rationele oplossing is. Ook grappig zijn degenen die uitleggen waarom ze dit systeem het eerlijkste vinden, gevolgd door “maar zelf doen we het anders.”

Diverse lezers merken op dat ze deze oplossing zo vanzelfsprekend vinden, dat ze zich niet kunnen voorstellen dat er een andere oplossing is. Maar zelf ben ik inmiddels aan het twijfelen gebracht. Meer dan veertig procent van de lezers verdeelt het geld het namelijk op een andere manier en ik begin te geloven dat hun methode eerlijker is. Hoe zij het doen? Dat leest u hier volgende week.

Klik hier voor het vervolg van dit artikel

Dit bericht verscheen eerder in de Volkskrant.

Ionica rekent af – Hoe verdeel je de uitgaven in een relatie? (deel 1)

Klik hier voor deel 2 van dit artikel
Klik hier voor deel 3 van dit artikel

Laatst kocht ik via Marktplaats een fijn kastje. Bij het afrekenen wilde de verkoper mij een tientje teruggeven, alleen had hij dat niet in zijn portemonnee. Gelukkig had zijn vrouw wel een tientje. Terwijl ik mijn kastje wegsjouwde, hoorde ik haar tegen haar man roepen dat hij dat geld wel snel naar haar moest overmaken.

Het verbaasde me hoe nauwgezet dit stel de onderlinge boekhouding bijhield. Wij hebben thuis ook aparte rekeningen naast onze gezinsrekening, maar letten alleen een beetje op de grote lijnen. En sommige vrienden vinden ons al neurotisch omdat we überhaupt nog eigen rekeningen hebben en niet alles op één grote hoop gooien.

Volgens het NIBUD houdt ongeveer een kwart van de Nederlandse stellen hun geld volkomen gescheiden. De rest doet in elk geval een deel van de uitgaven vanaf een gezamenlijke rekening. Hoe dat precies gaat verschilt van stel tot stel. Twintig jaar geleden analyseerde sociologe Jan Pahl van duizenden echtparen hoe zij hun geld beheren. Onder de titel His money, her money beschrijft Pahl de meest voorkomende systemen: van compleet gezamenlijk beheer tot de man die zijn vrouw wat huishoudgeld geeft. Andere studies laten talrijke varianten zien, geldbeheer kent vele vreemde vormen.

geld

Pahl waarschuwt dat de gekozen taakverdeling grote gevolgen kan hebben voor het gezin. Geld is immers macht. Als één partner geen inkomen heeft, kan het erg ongemakkelijk zijn als de ander al het geld beheert. Veelzeggend is dat in haar studie zowel mannen als vrouwen hun eigen inkomen beschrijven als geld dat naar het gezin gaat, terwijl ze het inkomen van hun partner zien als een soort persoonlijk zakgeld van de ander. Het voelt blijkbaar goed om de kostwinnaar te zijn.

Zelfs met een harmonieus beheerde gezamenlijke rekening blijven er nog steeds keuzes over: hoeveel moeten de partners inleggen? Ik ben heel benieuwd hoe u hierover denkt. Laten we als concreet voorbeeld de tweeverdieners Jo en Robin nemen (zie mij eens handige unisex-namen gebruiken zodat dit zowel een hetero-stel als homo-koppel kan zijn). Zij besteden maandelijks 2.400 euro aan gezamenlijke lasten: hypotheek, boodschappen en al dat soort dingen. Ze werken evenveel, maar Jo verdient 1.500 euro per maand en Robin 2.500. Hoeveel zouden Jo en Robin volgens u per maand naar de gezamenlijke rekening moeten overmaken? Wat lijkt u het eerlijkste? Mijn email-adres staat onder deze column en ik zal over een paar weken uw reacties samenvatten.

Wel hoor ik u alweer denken: wat is die Ionica toch een kil en calculerend type. Het gaat in een relatie toch om De Liefde en niet om dit soort gecijfer? Maar juist om de liefde goed te houden, is het slim om eens over financiën te praten. Uit enquête na enquête blijkt dat geld het onderwerp is waarover geliefden het meeste ruzie maken. Daarover wordt meer gekibbeld, geschreeuwd en koppig gezwegen dan huishouden, kinderen of werk.

Ik durf te wedden dat stellen die samen heldere afspraken gemaakt hebben, veel minder snel ruzie krijgen over geld. Zelfs als ze daarbij zo ver gaan om elk tientje onderling te verrekenen.

Klik hier voor het vervolg van dit artikel

Dit bericht verscheen eerder in de Volkskrant.