Categorie: Kinderen

Slimme lessen

Als ik een kwartje kreeg voor elke keer dat ik hoorde dat muziek kinderen slim maakt, dan kon ik inmiddels een puike piano kopen. Toen ik zwanger was, kreeg ik regelmatig de tip om veel Mozart te draaien, zodat ik een slim kind zou krijgen. Dat zocht ik destijds uit en het bleek totale onzin. Ten eerste dringt muziek nogal vervormd door in de baarmoeder en ten tweede maakt het luisteren naar klassieke muziek kinderen echt niet slimmer.

Nu mijn kinderen alweer een paar jaar buiten mijn buik rondlopen, hoor ik regelmatig dat muziekles kinderen slimmer maakt. Overigens hoor ik dit vooral van ouders waarvan de kinderen in mini-Einsteins zijn veranderd sinds ze een instrument leren spelen.

Op zich klinkt het heel aannemelijk dat muziekles goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Al dat oefenen, nieuwe dingen leren, dat doet vast iets met die kinderhersenen. Er is ook een dikke stapel van studies die laten zien dat kinderen die een muziekinstrument spelen beter presteren bij taal en wiskunde op school. Sterker nog: ze zijn gemiddeld ook slimmer dan kinderen die geen instrument spelen.

Alleen, wat veroorzaakt wat? Zijn het misschien toevallig de slimmere kinderen die vaker naar muziekles gaan? En hadden zij het niet net zo goed op school gedaan als ze in plaats daarvan op voetbal of ballet waren gegaan? Of als ze zelfs helemaal geen buitenschoolse activiteiten deden?

Het is tamelijk zeldzaam dat training op een bepaalde vaardigheid ook vooruitgang oplevert in een ander gebied (wat ik altijd spijtig vind om te beseffen als ik wekenlang manisch een spelletje op mijn telefoon heb gespeeld en er eindelijk fokkin goed in ben).

Wat is nu het echte effect van muziekles op kinderen? Een pas verschenen overzichtsstudie verzamelde de resultaten van bijna veertig onderzoeken naar deze vraag. In elk van deze studies werden twee vergelijkbare groepen kinderen gevolgd, waarbij de ene helft tijdens de studie aan muziekles begon en de andere helft níet. Toen de onderzoekers alle gegevens combineerden, zagen ze dat muziekles kinderen een heel klein beetje slimmer maakt en ook hun geheugen iets verbetert. Maar dat vertaalt zich niet in betere resultaten op school. En nog erger: die iets grotere slimheid en dat net wat betere geheugen zouden ook te verklaren kunnen zijn doordat een ander soort kinderen voor muziekles kiest. Daar hadden vrijwel al die studies geen rekening mee gehouden.

De overzichtsstudie concludeert zelfs dat onderzoeken die qua methode een beetje rammelden, de meest spectaculaire resultaten gaven (zoals wel vaker trouwens, het is makkelijker om te scoren als je de regels niet volgt).

Kortom: muziekles maakt kinderen waarschijnlijk niet slimmer. En dat is natuurlijk helemaal niet erg. Want het doel van die les is om kinderen te leren om een instrument te bespelen en muziek te maken. Dát is in de rest van hun leven misschien wel heel wat waardevoller dan een paar extra punten op een IQ-test.

Deze column verscheen eerder in KEK Mama

Bakerpraatjes – Zoete peuters

Bakerpraatjer_site
Zoete peuters

“Zeg, ze hebben toch niet te veel suiker gekregen?”, vraagt een boos kijkende moeder als ze haar zoon op komt halen in onze woonkamer vol wild rennende peuters. En ja, de kinderen hebben inderdaad wel wat dingen met suiker op: zelfgebakken cupcakes en later nog een paar snoepjes. Maar zouden die peuters daardoor zo druk zijn? Of komt het gewoon doordat ze moe zijn van het spelen en ze nu eenmaal driejarigen zijn?

Er is in de wetenschap geen snippertje bewijs dat kinderen druk worden van suiker. Uitgebreide studies zijn uitgevoerd. Zo kregen groepen kinderen wekenlang een dieet met extra veel suiker, terwijl anderen juist zo min mogelijk suiker kregen. De ouders merkten geen verschil in het gedrag van hun kinderen tijdens het dieet. De kinderen die bergen suiker aten werden niet drukker dan normaal en de suikerloze kinderen veranderden niet in zoete peuters. Eigenlijk gedroegen de kinderen zich stuk voor stuk net zoals voor hun dieet. Soms waren ze druk, soms waren ze rustig.

Er zijn ook soortgelijke experimenten gedaan met kinderen die volgens hun ouders extra gevoelig zijn voor suiker en met ADHD-ers. Steeds bleek suiker geen enkele invloed te hebben op het gedrag van de kinderen.

De mythe dat suiker kinderen druk maakt is waarschijnlijk in Amerika ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er was een tekort aan suiker en de overheid verspreidde allerlei negatieve berichten over suiker om te zorgen dat de bevolking minder zin kreeg in suiker. Heel effectief, want nu geloven de meeste mensen nog steeds dat suiker kinderen hyperactief maakt.

Hoe sterk dat geloof is, blijkt uit één van mijn favoriete studies. Kinderen kregen een snack en moesten daarna met hun moeder spelen. Na afloop kregen de moeders te horen wat hun kind gegeten had en moesten ze beoordelen of hun kind erg druk was tijdens het spelen. Alleen logen de onderzoekers stiekem een beetje tegen de moeders. De helft van de moeders kregen te horen dat hun kind suiker had gekregen, terwijl dat niet zo was. In deze studie had namelijk geen van de kinderen iets met suiker gekregen. De helft van de moeders wist dit, maar de andere helft dacht dat hun kind van zoete troep had zitten smullen. Het resultaat? De moeders die dáchten dat hun kind suiker had gegeten, mopperden na afloop dat hun kind zo druk was.

Kortom: je kunt na afloop van een kinderfeestje het beste tegen de ouders zeggen dat de kinderen alleen maar bleekselderij en paprika met een yoghurtdip hebben gegeten. Dan krijg je minder klachten over drukke kinderen. En het is sowieso om allerlei redenen een prima idee om kinderen ook echt meer groente in plaats van suiker te geven, maar dat is een heel ander verhaal.

Dit artikel verscheen eerder in nummer 12 van Kinderen.

Wetenschapsjournalist Ionica Smeets (35) woont samen met vriend Han en zoon Tex (3). Voor Kinderen zoekt ze elk nummer uit wat er waar is van bakerpraatjes over opvoeding.

Lekker vies

Dit is een aflevering van Bakerpraatjes uit het blad Kinderen.

Wetenschapsjournalist Ionica Smeets (32) woont samen met vriend Han en zoon Tex (1). Voor Kinderen zoekt ze elk nummer uit wat er waar is van bakerpraatjes over opvoeding.

Tex speelt graag buiten met zijn buurmeisjes; samen door de modder rollen, steentjes proeven en achter een kat aan rennen. Hij lacht dan breed vanonder een dikke laag zand, snot en grassprieten. Laat hem maar lekker vies worden, denk ik op zo’n moment, dat is goed voor zijn weerstand. Of is dat een fabeltje?

In 1989 kwam de Britse arts David Strachan voor het eerst met de hygiëne hypothese: moderne kinderen zijn te schoon en krijgen daardoor meer allergieën. Strachan was in het bijzonder geïnteresseerd in hooikoorts. Hoe kon het dat hooikoorts vanaf de jaren vijftig een groeiend probleem was, terwijl in de Westerse wereld de welvaart en hygiëne alleen maar toenamen? Ook eczeem, astma en allerlei allergieën kwamen steeds vaker voor.

Strachan ontdekte dat de jongste kinderen uit grote gezinnen minder vaak hooikoorts hadden. Hoe meer oudere broers of zussen, hoe kleiner de kans op hooikoorts. Hetzelfde gold voor eczeem. Strachan opperde dat een infectie op jonge leeftijd kinderen later beschermt. Door een vroege besmetting bouwen ze weerstand op zodat ze later geen hooikoorts, eczeem of allergie krijgen. Maar tegenwoordig is de kans op besmetting veel kleiner dan een eeuw geleden. We wassen onze handen met anti-bacteriële zeep, kinderen spelen minder buiten en gezinnen zijn kleiner. Een oudere broer met een snotneus is nu een waardevolle toevoeging: een mooie kans om jong besmet te raken.

Andere onderzoeken ondersteunen de hygiëne hypothese van David Strachan. Baby’s die in de eerste zes maanden al naar een kinderdagverblijf gaan, krijgen minder vaak eczeem en astma.
Kinderen die opgroeien op een boerderij hebben drie keer minder vaak allergieën dan hun leeftijdsgenoten uit steden of dorpen. Direct contact met allerlei dieren én het drinken van rauwe melk blijken te beschermen tegen astma. Inmiddels begrijpen we ook meer over hoe het lichaam weerstand opbouwt. Bij het voorkomen van allergieën is het vooral belangrijk dat jonge kinderen in aanraking komen met verschillende soorten bacteriën.

Natuurlijk spelen meer factoren een rol. Weinig lichaamsbeweging zorgt bijvoorbeeld voor slechtere longen en huismijt vergroot de kans op astma. Kinderen die binnen voor de televisie zitten hebben dus dubbel pech: ze zitten stil tussen de huismijten. Daarnaast zuchten televisiekijkers nogal weinig, wat ook al niet goed is voor de longen.

Kortom: laat Tex dus maar lekker vies worden, dat is inderdaad goed voor zijn weerstand. De modder waar hij door rolt is niet per se gezond voor hem. Maar buiten zijn, met andere kinderen spelen en de longen uit zijn lijf rennen zijn dat wel.

Een schorre zeehond (artikel)


bakerpraatjes

Het is zaterdagnacht en we logeren bij mijn schoonouders. We schrikken wakker van een vreemd geluid uit het ledikantje bij ons voeteneind. Het lijkt wel alsof Tex stikt, zijn ademhaling hapert, hij hapt gierend naar lucht en begint daarna hartverscheurend schor te huilen. De rest van de nacht haalt hij moeilijk adem en hoest hij als een zeehond. Wij proberen hem zo goed mogelijk te troosten, maar worden met de minuut bezorgder.

De volgende ochtend zitten we bij de huisartsenpost. De dokter vraagt of iets in het huis van mijn schoonouders een allergie kan hebben veroorzaakt. Maar er zijn geen huisdieren en het is er een stuk schoner dan bij ons thuis. De arts kijkt in Tex’ keel, luistert naar zijn longen en trekt zijn conclusie: pseudokroep. We hoeven ons geen zorgen te maken, dit komt heel vaak voor bij jonge kinderen. Het is niet gevaarlijk en gaat vrijwel altijd vanzelf over. De hoestaanvallen zullen een paar dagen duren en zijn meestal ‘s avonds en ‘s nachts het ergste. We krijgen het advies om Tex in een badkamer vol stoom te zetten als hij het erg benauwd heeft.

Als we ‘s avonds thuis zijn zoek ik op waarom de ziekte pseudokroep (onechte kroep) heet, de benauwdheid klinkt behoorlijk echt. Kroep blijkt een andere naam voor difterie. Dit was vroeger één van de meeste voorkomende doodsoorzaken bij kinderen. Dankzij de vaccinaties is difterie al meer dan twintig jaar verdwenen uit Nederland. Pseudokroep heeft dezelfde symptomen als de dodelijke kroep en lange tijd dachten artsen dat het één ziekte was. Zo kreeg pseudokroep zijn naam. Kroep komt trouwens van het Engelse werkwoord croup dat schor huilen betekent. Heel toepasselijk dus.

Pseudokroep is een virus en er is weinig aan te doen. Alleen bij zeer ernstige gevallen worden medicijnen voorgeschreven om de benauwdheid te verminderen. Stomen is al tientallen jaren het standaardadvies. Maar er is gek genoeg nooit aangetoond dat vochtige lucht helpt bij pseudokroep. Artsen vermoeden dat stomen vooral werkt doordat ouder én kind rustig worden van het ritueel. En kalmte is het allerbelangrijkste. Kinderen die in paniek raken, krijgen het namelijk alleen maar benauwder. En dan raken ze nog meer in paniek, waardoor ze het weer benauwder krijgen, enzovoorts.

Hoewel al sinds de jaren tachtig bekend is dat het stomen zelf eigenlijk niet helpt, adviseren artsen het nog steeds. Maar elke andere manier om een kind te kalmeren is net zo goed. Een bevriende huisarts vertelde me dat hij ouders aanraadt om lopend naar zijn praktijk te komen. Een half uurtje in de buitenlucht doet vaak wonderen. Niet doordat die lucht zo gezond is, maar puur doordat ouders en kind rustig worden van het wandelen.

Wij besluiten Tex tijdens de nachtelijke hoestaanvallen niet te kalmeren met stomen of wandelen, maar met zijn favoriete liedje van Elmo. Dat helpt. En na een week is hij inderdaad vanzelf weer beter.

Wetenschapsjournalist Ionica Smeets (32) woont samen met vriend Han en zoon Tex (1). Voor Kinderen zoekt ze elk nummer uit wat er waar is van bakerpraatjes over opvoeding

Dit artikel verscheen eerder in Kinderen