Auteur: Eva de Roode

De getallenrij 16 6 22 11 25 26: waarom gebruikt een bedrijf dit soort idiote testvragen in een sollicitatieprocedure?

‘Kun je ons helpen met een cijferreeks? 16 6 22 11 25 26. Antwoord: 24 25 71 of 69.’ Ik vraag de vrienden die me dit appen niet eens waar dit rijtje getallen vandaan komt, of waarom het een meerkeuzevraag is. Nee, ik begin gelijk naar de getallen te staren. Automatisch bereken ik de verschillen tussen de opeenvolgende getallen en de verschillen die daar weer tussen zitten. Hmm…ik zie zo snel geen patroon. Gek ook dat de reeks soms omhoog en soms omlaag gaat.

Gelukkig heb ik een geheim wapen: De on-line encyclopedie van getallenrijen van wiskundige Neil Sloane. Ik typ het gevraagde rijtje in bij deze encyclopedie die meer dan 350.000 verschillende getallenrijen kent. Helaas blijkt 16 6 22 11 25 26 daar niet tussen te zitten. Overigens noemen wiskundigen iets als 16 6 22 11 25 26 een getallenrij en geen getallenreeks. Een reeks is wiskundig gedefinieerd als een oneindige optelling en een rij is in de wiskunde een opeenvolging van objecten (zoals getallen, maar het kunnen ook letters, woorden of functies zijn). In 16 6 22 11 25 26 kan ik geen optelling vinden, misschien moet ik het in de richting van letters gaan zoeken.

Alle getallen in het gegeven rijtje liggen tussen de 1 en 26, misschien zijn het wel letters. Omzetten van de getallen naar de bijbehorende letters met de eenvoudige codering waarbij a=1 en z=26 geeft pfvkyz. Mmm…wat zou de volgende letter dan zijn? Ik kijk hoopvol of ik misschien met wat letters verschuiven op een bestaand woord kom, maar ook dat spoor loopt dood.

Chagrijnig app ik mijn vrienden of ze me iets meer context kunnen geven, waar komt dit rijtje getallen vandaan? Het blijkt een vraag uit een testronde voor een assessment in de sollicitatieprocedure waarin één van mijn vrienden zit.

Nog chagrijniger besluit ik de vraag dan maar te google-en. Op de heerlijke website wisfaq.nl (‘een plek waar je vragen kunt stellen over allerlei wiskundige onderwerpen en dan antwoord krijgt’) blijken verschillende wiskundigen zich over deze vraag te hebben gebogen. Ene Lieke is net zo geïrriteerd als ik en schrijft dat zo’n vraag een waardeloze test is, want je kunt bij elk rijtje getallen een formule bedenken waaraan die rij voldoet en zo de volgende term uitrekenen. ‘Helaas is dat meestal niet wat de opdrachtgever had bedoeld.’ In dit geval levert zo’n formule inderdaad als zevende term iets op dat niet bij de meerkeuze-antwoorden zit.

Hierop besloot vragensteller John om het bedrijf van de test te mailen om het goede antwoord te vragen. Het antwoord: dit zijn eigenlijk twee rijtjes door elkaar en je moet alleen letten op de oneven termen: 16 22 25, waarbij je +6 en +3 doet en de volgende term dan met +0 als juiste antwoord 25 geeft.

Waarom gebruikt een bedrijf dit soort idiote testvragen in een sollicitatieprocedure? Willen ze echt mensen die hier het goede antwoord op geven? Wat zegt het in vredesnaam over de kwaliteiten van een kandidaat als hij dit vergezochte antwoord vindt? Of zijn ze stiekem aan het testen of ze nieuwe werknemers door allerlei idiote hoepels kunnen laten springen?

Mijn vriend heeft de baan uiteindelijk niet gekregen. Ik geloof dat hij heel blij mag zijn dat hij niet bij een bedrijf werkt dat dit soort stomme testen gebruikt.

Deze column verscheen op 2 september 2022 in de Volkskrant.

Ionica Smeets en Alex Verkade kwartiermakers nationaal centrum voor wetenschapscommunicatie

Minister Dijkgraaf (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) heeft Ionica Smeets en Alex Verkade aangesteld als kwartiermakers van een nieuw nationaal centrum voor wetenschapscommunicatie. Dit nieuwe centrum stimuleert het gesprek tussen wetenschappers en de samenleving en gaat expertise verzamelen en delen, om zo wetenschapscommunicatie doeltreffender te maken. Ionica Smeets en Alex Verkade zetten zich allebei al jaren in voor een nationaal centrum wetenschapscommunicatie.

Ionica Smeets is hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden en hoofd van de afdeling Science Communication & Society die de gelijknamige master-specialisatie verzorgt. Daarnaast doet ze aan wetenschapscommunicatie met columns, boeken en discussies in (sociale) media. Alex Verkade is MT-lid bij Regieorgaan SIA, dat kwaliteit en impact van praktijkgericht onderzoek stimuleert. Hij zet zich al zijn hele carrière in voorverbinding tussen onderzoek en samenleving en werkte ruim 20 jaar in de wetenschapscommunicatie, zowel in de praktijk als in het beleid.

Fundament
Minister Dijkgraaf heeft het nieuwe centrum voor wetenschapscommunicatie in mei van dit jaar in mei van dit jaar aangekondigd. De dialoog tussen de samenleving en wetenschap moet gehouden worden, daar ligt een rol voor de wetenschap. Maar minister Dijkgraaf wil ook dat we als land steviger staan voor de wetenschap en degenen die de wetenschap beoefenen. Hiervoor is een stevig fundament onder onze wetenschapscommunicatie nodig. Voor een goede verbinding tussen wetenschap en maatschappij is de dialoog namelijk essentieel. Wetenschapscommunicatie kan zorgen voor een gelijkwaardige dialoog op basis van begrip en vertrouwen. Onderzoek en het samenbrengen van kennis over effectieve manieren om dat gesprek te voeren zijn daarbij erg belangrijk. Ook hiervoor ziet de minister een rol voor het nieuwe centrum voor wetenschapscommunicatie.

Ionica Smeets en Alex Verkade zijn per 1 oktober aangesteld om het nieuw op te richten nationaal centrum op te gaan zetten. De minister gaf de 2 kwartiermakers de vrije opdracht mee om alle energie op het vlak van wetenschapscommunicatie te bundelen. Het doel: niet méér, maar betere wetenschapscommunicatie. Het centrum gaat niet bepalen wat goede wetenschap is en zal zelf ook niet communiceren over wetenschap, maar stimuleert het gesprek tussen wetenschappers en mensen in de samenleving. Smeets en Verkade presenteren de minister volgend voorjaar een blauwdruk voor het nieuwe centrum.

Uitwisselen expertise
Ionica Smeets: “Wetenschapscommunicatie gebeurt op zoveel plekken en in zoveel vormen. En zoveel mensen moeten daarbij elke keer opnieuw het wiel uitvinden. Er valt veel te winnen door expertise uit te wisselen.”

Alex Verkade: “Wetenschapscommunicatie is een belangrijk onderdeel van een grotere beweging naar meer open wetenschap, waar wetenschappers ook gewaardeerd worden voor hun inzet om in gesprek te gaan met de samenleving. Zo gaan wij als kwartiermakers ook te werk: in een open gesprek met het veld, in de breedste zin van het woord.”

Minister Dijkgraaf: “Met hun verschillende achtergronden, brede ervaring en grote netwerk zijn Ionica en Alex de ideale kwartiermakers. Ik waardeer het dat de Universiteit Leiden en SIA hen beschikbaar hebben gesteld om samen met het veld een kenniscentrum op te gaan zetten. Ionica en Alex vertegenwoordigen een schat aan kennis en connecties en ze zijn goed gepositioneerd om het brede vakgebied van wetenschapscommunicatie bij elkaar te brengen. Dat daaraan behoefte is, blijkt uit de vele positieve reacties op het initiatief voor een nationaal centrum. Die brede betrokkenheid geeft de noodzaak van samenwerken en kennisdeling weer.”

Ionica daagt u uit: Speel met de regels

Een goed gekozen set randvoorwaarden leidt pas écht tot originele uitdagingen. Ionica Smeets daagt u uit deze zomer. Aflevering 6: Speel met de regels

Een vriendin zag hoe haar zoon nog steeds niet binnen de lijntjes kleurde, terwijl zijn fijne motoriek al best goed was. Toen ze hem hiernaar vroeg, keek hij haar verbaasd aan. Was dát de bedoeling van die kleurplaten? Dat had niemand hem verteld. Nou, dan wilde hij een volgende keer best binnen de lijntjes kleuren. En inderdaad de volgende kleurplaat bleef hij keurig binnen de lijntjes. Je moet de regels kennen voordat je je eraan kunt houden. Sterker nog: je moet flink wat regels kennen, voor je zelf je eigen regels kunt gaan bepalen.

De afgelopen weken heb ik u uitgedaagd om met verschillende regels en randvoorwaarden iets bijzonders te doen. Deze keer is de uitdaging van een hoger niveau: ik daag u uit om zelf nieuwe regels te verzinnen.

Religiewetenschapper James Carse schreef in de jaren tachtig dat er minstens twee soorten spelen zijn: eindige en oneindige. Bij eindige spelen zijn er regels en gaat het om winnen of verliezen. Denk aan sport, maar ook aan politiek of oorlog. Bij het oneindige spel (er is er maar één volgens Carse) is het enige doel om zo lang mogelijk door te blijven spelen. Bij dit spel zoeken spelers niet naar macht of winst, maar naar kracht.

In alle eerlijkheid: ik snap niet helemaal wat Carse bedoelt en ik heb zijn boek niet gelezen. Maar ik zag zijn citaat ‘Eindige spelers spelen binnen grenzen; oneindige spelers spelen met grenzen.’ als motto in een ander boek en bedacht toen dat ik dolgraag een oneindige speler wil zijn. Ik wil niet binnen of buiten de lijntjes kleuren, ik wil zelf die lijntjes tekenen.

Vanzelfsprekend kan ik u niet vertellen wat u nu moet doen met deze uitdaging, maar laat ik wat voorbeelden geven van mensen die zichzelf bijzondere regels of randvoorwaarden oplegden.

George Perec schreef een roman zonder woorden met de letter e. Laura Dekker besloot dat zij de jongste persoon wilde zijn die solo rond de wereld zeilde. Drs. P legde zichzelf op dat de ij nooit mocht rijmen op de ei. Kinderen voor Kinderen liep met één béén op de stoep. Student Sairam Gudiseva schreef een essay over natuurkundige Niels Bohr waarbij de eerste woorden van elke regel het refrein vormden van Rick Astley’s Never gonna give you up.

Lee Redmond liet haar nagels dertig jaar groeien tot ze een totale lengte van ruim 7,5 meter hadden. Raymond Queneau beschreef hetzelfde verhaaltje in 99 verschillende stijlen. Jeroen van Merwijk maakte een lied over Partycentrum Waselink in Winterswijk waarbij de drie coupletten moesten rijmen op respectievelijk Winterswijk, Waselink en partycentrum. Floor de Goede legt zichzelf regels op als hij personages tekent, zo mocht één bepaald meisje bijvoorbeeld alleen kleding krijgen die Amelie Poulet zou kunnen dragen. Hoogleraar translationele genetica Annemieke Aartsema-Rus bespreekt elke dag een wetenschappelijk artikel op Twitter. George Perec schreef een roman waarin de e de enige klinker was.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. De mogelijkheden voor een oneindige speler zijn oneindig. Ik wens u veel plezier.

Deze column verscheen op 20 augustus 2022 in de Volkskrant.

Lees hier ook de andere columns van de reeks:
Aflevering 1: Reis zo ver mogelijk in 24 uur
Aflevering 2: Leg een verzameling aan met een gek criterium
Aflevering 3: Doe iets dat bijna in uw naam zit
Aflevering 4: Spaar ze allemaal
Aflevering 5: Breng meer willekeur in uw leven

Ionica daagt u uit: Breng meer willekeur in uw leven

Een goed gekozen set randvoorwaarden leidt pas écht tot originele uitdagingen. Ionica Smeets daagt u uit deze zomer. Aflevering 5: Breng meer willekeur in uw leven.

Ik weet niet hoe het bij u thuis gaat, maar wij zitten altijd op dezelfde plek aan tafel. Ik zit op de stoel het dichtste bij de keuken. Mijn man zit op zijn zelfgemaakte rode Rietveldstoel daarnaast. Onze zoon zit aan de kop van de tafel en onze dochter zit daarnaast, tegenover mijn man. Als één van de vrienden van onze kinderen blijft eten, dan schuift die naast mijn dochter.

Laatst hoorde ik van een gezin dat geen vaste plaatsen heeft, zij gingen elke maaltijd gewoon zitten waar het uitkwam. Onwillekeurig rekende ik even uit hoeveel opties dat bij ons thuis zou geven. Als we de stoel naar mijn dochter meenemen en elk steeds willekeurig één van de vijf stoelen kiezen, dan kunnen we op 120 verschillende manieren aan tafel gaan zitten.

Het wiskundige onderzoeksinstituut Oberwolfach organiseert conferenties waarbij de deelnemers tijdens de maaltijden aan ronde tafels zitten, ingedeeld volgens een gerandomiseerd schema om het aantal mogelijke ontmoetingen en gesprekken te maximaliseren. Het Oberwolfach probleem is een onopgelost probleem in de wiskunde dat vraagt of het altijd mogelijk is om een tafelschikking te maken zodat tijdens een reeks maaltijden alle mogelijke duo’s van deelnemers precies één keer naast elkaar zitten.

Ineens besefte ik dat we op vakantie géén vaste plaatsen hebben. Of we nu eten op de terrastafel bij ons huisje, of neerploffen bij een strandtent, we zitten steeds anders. Misschien moeten we dit thuis ook invoeren: iets minder vaste patronen en wat meer willekeur.

Richard Wiseman noemt in zijn boek The Luck Factor het maximaliseren van toevallige mogelijkheden als één van de belangrijkste eigenschappen van mensen die zichzelf geluksvogels vinden. Op vakantie is het makkelijk om nieuwe dingen te proberen met stadjes die je niet kent, menukaarten vol mysterieuze gerechten en overal onbekende gezichten. In een vertrouwde omgeving kan willekeur je helpen om meer nieuwe dingen mee te maken.

Kies een andere stoel en je ziet de kamer vanuit een nét ander perspectief. Vraag aan je buren wat zij die avond gaan eten en maak hetzelfde. Neem niet je vaste route, maar sla eens een andere zijstraat in om daar te kijken. Of maak eens een random walk waarbij je gaat wandelen en op elke kruising willekeurig kiest welke richting je neemt (bijvoorbeeld door een muntje te gooien of een dobbelsteen te rollen). Tijdens lockdowns deed ik dit regelmatig met mijn zoon en we kwamen op plekken in onze wijk die we nog nooit eerder gezien hadden. We aaiden allerlei buurtkatten en bewonderden kunst die mensen voor hun raam hadden gezet. Het goede nieuws is dat George Pólya heeft bewezen dat je met zo’n random walk bijna zeker terugkomt bij je beginpunt. Het slechte nieuws is dat het wel héél lang kan duren, maar je kunt natuurlijk op een willekeurig moment besluiten dat het mooi geweest is en snel weer teruglopen naar je eigen vertrouwde eettafel.

Deze column verscheen op 12 augustus 2022 in de Volkskrant.

Lees hier ook de andere columns van de reeks:
Aflevering 1: Reis zo ver mogelijk in 24 uur
Aflevering 2: Leg een verzameling aan met een gek criterium
Aflevering 3: Doe iets dat bijna in uw naam zit
Aflevering 4: Spaar ze allemaal
Aflevering 6: Speel met de regels

Ionica daagt u uit: Spaar ze allemaal

Een goed gekozen set randvoorwaarden leidt pas écht tot originele uitdagingen. Ionica Smeets daagt u uit deze zomer. Aflevering 4: Spaar ze allemaal.

Het was de zomervakantie van 1990 en mijn neef Bas logeerde bij ons. We waren tien en wij verveelden ons. Mijn vader stelde voor om naar de bioscoop te gaan voor Back to the Future III, maar Bas en ik hadden de eerste twee delen nog niet gezien. Toevallig kwam die avond het eerste deel op televisie. De dag erna gingen we naar de videotheek voor deel twee en weer een dag later zaten we in de bioscoop voor deel 3. Dit alles was zeer bevredigend, niet alleen omdat we drie heerlijke films over tijdreizen keken. Het was dat voldane gevoel als je het laatste plaatje van een verzamelalbum inplakt, of op een vrijmarkt die ene paperback ontdekt waarmee je eindelijk de hele reeks compleet hebt. Er is weinig bevredigender dan een goed afgebakende set helemaal compleet maken.

Bedenk deze zomer wat u zou kunnen sparen. Dit kan op veel manieren. U kunt bijvoorbeeld proberen om alle 54 nog zichtbare hunebedden in Nederland te bezoeken. Om het extra interessant te maken, kunt u proberen om de kortst mogelijke route langs al die hunebedden te bepalen. Dat is een variant van het berucht moeilijke handelsreizigersprobleem.

Een paar jaar terug vroeg ik lezers om een ander variant van dit probleem op te lossen door een zo snel mogelijk treinreis te maken langs stations in alle twaalf provincies. Dat leverde veel bezoekjes op aan station Rilland-Bath en een winnende tijd van zes uur en vijfenvijftig minuten. Kan het in de huidige dienstregeling sneller? Ik hoor het graag als iemand dit lukt. In dezelfde categorie kun je ook de snelste route langs alle Amsterdamse metrostations zoeken, of die in een buitenlandse stad waar je op vakantie bent. Of je kunt langs treinstations reizen tot je alle letters van het alfabet in de stationsnamen hebt gehad (veel plezier in Usquert!)

Verzamelen kan natuurlijk ook op een heel andere manier. Je kunt proberen om bepaalde dieren te spotten – voor wie naar Afrika reist, is daar de klassieke big five: buffel, leeuw, luipaard, neushoorn en olifant. Dichterbij huis kun je ook proberen in Nederland ree, edelhert, wild zwijn, zeehond en bever te zien in het wild. En voor de urban explorers heeft Rotterdam zijn eigen 10 van 010 met dieren én planten.

Voor wie helemaal niet de deur uit wil is er een interessant kunstproject van Soraya Perry dat erom schreeuwt om nagevolgd te worden: bel alle contacten die in je telefoon staan en maak een praatje met hen. Eén voor één. Allemaal. De oom die je al jaren niet meer sprak, de namen waarvan je niet wie het zijn en de ex die per ongeluk nog steeds in je telefoon staat. Emmanuel Dzotsi van Reply All probeerde het dit jaar en haakte af voor hij bij het einde van zijn lijst was, maar maakte wel een mooie podcast van de gesprekken die hij voerde. Overigens is die podcast-reeks voor nu gestopt, wat betekent dat de afleveringen op dit moment óók een mooi afgebakende set vormen die je kunt verzamelen door ze stuk voor stuk te luisteren.

Deze column verscheen op 5 augustus 2022 in de Volkskrant.

Lees hier ook de andere columns van de reeks:
Aflevering 1: Reis zo ver mogelijk in 24 uur
Aflevering 2: Leg een verzameling aan met een gek criterium
Aflevering 3: Doe iets dat bijna in uw naam zit
Aflevering 5: Breng meer willekeur in uw leven
Aflevering 6: Speel met de regels

Ionica daagt u uit: Doe iets dat bijna in uw naam zit

Een goed gekozen set randvoorwaarden leidt pas écht tot originele uitdagingen. Ionica Smeets daagt u uit deze zomer. Aflevering 3: Doe iets dat bijna in uw naam zit.

Weet u wie de bedenker is van het populaire online spel Wordle, waarbij je een woord moet zien te raden? Het is…John Wardle. Ik vraag me af hoe het ging toen hij een naam zocht. Hij wilde vast iets met ‘word’ erin, omdat dit de lading goed dekte en dan nog iets erbij. En toen was het een kleine stap van Wardle naar Wordle.

Heerlijk toch om iets zo subtiel naar jezelf te vernoemen. Ik moest denken aan de geweldige Straatnaambordjesblues die Jeroen van Merwijk schreef voor Harrie Jekkers. In dat lied vraagt Jekkers zich af wat mensen als Adriaan van Ostade en Peerke Donders hebben gedaan zodat ze met hun naam op een straatnaambordje kwamen te staan. Maar dan loopt hij door Monseigneur Bekkerslaan (‘Nouja zeg, nooit van gehoord al hebt-ie vast wel wat gedaan’) en maakt Jekkers daar met een viltstift de Monseigneur Jekkerslaan van.

Er zijn prachtige voorbeelden van aptoniemen: mensen die een beroep hebben dat perfect bij hun naam past, zoals bijvoorbeeld Ferry Kok die kok is op een ferry, Henny de Haan die voorzitter was van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders of de Amerikaanse advocaat Sue Yoo.

Ook is er onderzoek dat laat zien dat mensen graag een beroep of woonplaats kiezen die past bij hun naam, zoals het in 2002 verschenen artikel met de toffe titel: Why Susie Sells Seashells by the Seashore: Implicit Egotism and Major Life Decisions. Daarin laten de auteurs onder andere zien dat in Amerika Laura en Larry relatief vaak lawyer worden (zouden ze in Nederland dan eerder laborant worden?), terwijl Denise en Dennis oververtegenwoordigd zijn onder dentists.

Iemand die zijn naam op twee manieren wist te gebruiken is William Crush, die in 1896 werkte voor een Amerikaanse spoorwegmaatschappij. Hij bedacht een publiciteitsstunt met een botsing van twee oude locomotieven, waar dan duizenden mensen naartoe konden komen (met de trein, zodat de spoorwegmaatschappij flink verdiende aan dit evenement). Er werd een speciaal dorpje langs het spoor opgericht voor dit spektalen en Crush noemde dat heel bescheiden: Crush – en het evenement heette ‘Crash at Crush’. Ook weer één letter verschil met zijn achternaam. Helaas ging de botsing helemaal mis, boilers ontploften, brokstukken vlogen door de lucht, twee toeschouwers overleden en anderen raakten gewond. Crush werd diezelfde avond ontslagen, maar een dag later opnieuw aangenomen, kreeg volgens de geruchten een bonus en werkte tot zijn pensioen voor dezelfde spoorwegmaatschappij. Toch zou ik u niet aanraden om zijn voorbeeld al te letterlijk op te volgen.

Maar wat kunt u wél doen dat op één letter na in uw naam zit? Cornald Maas kan allerlei kanten op en kan bijvoorbeeld minister president worden (Cornald Baas), astronaut (Cornald Mars) of gastro-enteroloog (Cornald Maag). Mijn voormalige assistente Stefanie Brackenhoff wierp tegen dat dit vooral leuk is voor mensen met een korte achternaam, wat kon zij nu bedenken met haar naam? Een dag later appte ik haar: ‘Autosloperij Wrackenhoff’. Als haar promotie in de sterrenkunde mislukt, heeft zij nu een prima plan B. Voor mezelf heb ik dat ook: ik kan emigreren naar Nieuw-Zeeland en een snoepwinkel beginnen: Ionica Sweets.

Deze column verscheen op 29 juli 2022 in de Volkskrant.

Lees hier ook de andere columns van de reeks:
Aflevering 1: Reis zo ver mogelijk in 24 uur
Aflevering 2: Leg een verzameling aan met een gek criterium
Aflevering 4: Spaar ze allemaal
Aflevering 5: Breng meer willekeur in uw leven
Aflevering 6: Speel met de regels

Ionica daagt u uit: Leg een verzameling aan met een gek criterium

Een goed gekozen set randvoorwaarden leidt pas écht tot originele uitdagingen. Ionica Smeets daagt u uit deze zomer. Aflevering 2: Verzamel met een gek criterium.

Dit voorjaar was ik in het Duitse Museum Ritter. In een klein dorpje, pal naast de gelijknamige fabriek die de vierkante chocoladerepen maakt, staat een groot vierkant gebouw. Daarin bevinden zich een chocoladewinkel, een expositie over chocolade, een café en mijn nieuwe lievelingsmuseum. Museum Ritter laat werken zien uit de verzameling van Marli Hoppe-Ritter, de kleindochter van de oprichter van de chocoladefabriek. Het thema van haar kunstcollectie is ‘vierkant’, met bijvoorbeeld schilderijen van Vera Molnar, gevouwen vilt van Peter Weber en een sculptuur als een drie-dimensionale Mondriaan van Jean Gorin. De collectie bestaat inmiddels uit bijna 1200 schilderijen, objecten, sculpturen en andere werken. (Ik zou zelf streven naar een verzameling van 1225 stuks, want dat is een kwadraat en dat past mooi in het thema.)

Wat een heerlijk idee om je verzameling op te bouwen rond het thema ‘vierkant’! Ik vertelde de afgelopen weken aan allerlei mensen over dit briljante selectiecriterium. Het grappige was dat bijna iedereen enthousiast was, behalve een vriendin die verstand heeft van collectiebeheer. Zij werd gék bij het idee: je krijgt hierbij werken uit allerlei tijdvakken, met allerlei verschillende materialen en technieken – hoe heb je dan ooit de expertise om dat goed te conserveren en waar nodig te restaureren? Nuja, ik weet wie ik níet vraag om mijn collectie te beheren als ik ooit een excentrieke miljardairs-verzameling ga aanleggen.

Ook met een kleinere beurs kun je een verzameling met een heerlijk criterium beginnen. Wiskundedocent Andrea Hoofs verzamelt boeken met een niet-uitgeschreven getal in de titel. Het aardige is dat ze daardoor boeken ontdekte die ze nooit gelezen zou hebben, zoals Boy 7 of Vak 127.

Wie niet zo van vierkanten, getallen of boeken houdt, kan een héél ander soort verzameling aanleggen. Quirien van Haelen schreef ooit het gedicht Côte d’Azur. Dat begint zo:

Brigitte, Verona, Eva, Kim, Marieke
Aurora, Mäde, Tina, Claire, Yvon
Yolanda, Nina, Daisy, Sue, Manon
Martine, Lilly, Nancy, Annemieke,

Daarna komen nog meer meisjesnamen, gevolgd door een paar witregels en dan de conclusie: ‘Het volgend jaar een busreis naar Lloret. Wellicht haal ik daar wél een heel sonnet.’

Dit is natuurlijk een prachtige verzameling, maar de selectieregels zijn nog wat aan te scherpen, want alleen wat rijm en genoeg namen om een sonnet te vullen is wat makkelijk. Zelf hield ik als student de beginletters bij van de voornamen van de mensen waarmee ik had gekust en ik hoopte het alfabet vol te sparen – een heel helder criterium. Alleen ging dat wel eens mis, bijvoorbeeld als ik in lawaaierige discotheek dacht dat ik Jörg versierd had (eindelijk de letter J!) en een uur later ontdekte dat ik zijn naam verkeerd had verstaan en nu de T dubbel had. Ik heb deze verzamelpoging lang geleden gestaakt, maar nog steeds veer ik even op als ik een Quirien tegenkom: ‘Dat is een goede voor de Q!’.

Deze column verscheen op 22 juli 2022 in de Volkskrant.

Lees hier ook de andere columns van de reeks:
Aflevering 1: Reis zo ver mogelijk in 24 uur
Aflevering 3: Doe iets dat bijna in uw naam zit
Aflevering 4: Spaar ze allemaal
Aflevering 5: Breng meer willekeur in uw leven
Aflevering 6: Speel met de regels

Ionica daagt u uit: reis zo ver mogelijk in 24 uur

Een goed gekozen set randvoorwaarden leidt pas écht tot originele uitdagingen. Ionica Smeets daagt u uit deze zomer. Aflevering 1: reis zo ver mogelijk in 24 uur.

Op 30 maart om 7.01 ’s morgens stapte Jo Kibble in zijn woonplaats Londen op de Eurostar naar Parijs. Dat was het begin van een spannende reis, want Kibble wilde kijken hoever hij kon komen in 24 uur. Wat was (hemelsbreed) het verste punt dat hij binnen één dag per trein kon bereiken?

Zijn reis was live online te volgen. Van Parijs naar Strassbourg en van daaruit door naar Basel. Je voelde zijn zenuwen als een trein ergens even stilstond, kon hij zijn overstap halen? Verschillende mensen probeerden te voorspellen waar Kibble zou eindigen. Hij nam een Italiaanse trein naar het zuiden. Zou hij de laatste spoorpont van Europa nemen om de Straat van Messina over te steken en in Sicilië te eindigen? Maar een boot was natuurlijk te langzaam voor Kibble die zo ver mogelijk probeerde te reizen in 24 uur. Hij eindigde uiteindelijk na een reis van 23 uur 59 minuten en 15 seconden op het station van Bova Marina in Calabrië – hemelsbreed 1964,6 kilometer van zijn beginpunt.

Nu is natuurlijk de vraag: kan het verder in 24 uur? Je hoeft niet in Londen te beginnen, misschien kom je wel verder als je in Amsterdam of Arnhem begint. Het interessante aan deze uitdaging is dat hij uit twee delen bestaat. Je moet eerst thuis flink puzzelen op dienstregelingen om de ideale route te bepalen. Maar daarna komt er een tweede deel waarbij je de reis ook echt moet maken. Een traject met heel krappe overstappen kan op papier het snelste zijn, maar als er onderweg iets misgaat, valt je hele plan in het water. Hoe robuust ga je je reis plannen?

Kibble maakte overigens vorig jaar ook al een zover-mogelijk-in-24-uurs-reis, maar toen met de bus – waarbij hij alleen lijnen van het openbaar vervoer mocht gebruiken. Tijdens een lockdown boog hij zich avonden over kaarten, dienstregelingen en busroutes. In augustus besloot hij om het traject dat hij had berekend ook echt af te leggen, die keer eindigde hij in Morecambe (iets minder dan 340 kilometer van zijn beginpunt). Het aardige van zo’n 24-uurs-openbaar-vervoer-busreis is dat die helemaal niet zo duur is, het kostte Kibble omgerekend minder dan 70 euro.

Als je helemaal geen budget hebt, dan kun je ook kijken hoever je kunt fietsen, lopen of wandelen in 24 uur. Al wordt het dan meer een Maarten-van-der-Weijden-achtige sportieve uitdaging dan een wiskundige puzzel.

Of je kunt gaan liften, waarbij toeval een grote rol speelt en je niet alles zelf vooraf kunt plannen. Maar zou je daarmee verder kunnen komen dan met de bus? Ik kreeg laatst de tip om een liftbordje te maken waarop een spelfout staat. Betweterige automobilisten zullen stoppen om je op die fout te wijzen – en dan kun je hen gelijk om een lift vragen.

Deze column verscheen op 15 juli 2022 in de Volkskrant.

Lees hier ook de andere columns van de reeks:
Aflevering 2: Leg een verzameling aan met een gek criterium
Aflevering 3: Doe iets dat bijna in uw naam zit
Aflevering 4: Spaar ze allemaal
Aflevering 5: Breng meer willekeur in uw leven
Aflevering 6: Speel met de regels

Dalend vertrouwen in de wetenschap?

‘Het is ironisch hoeveel misinformatie er is over misinformatie’. Dat zei socioloog Massimiano Bucchi een paar weken geleden in Brussel op een conferentie over de toekomst van de wetenschapscommunicatie. Sindsdien denk ik elke week een paar keer aan zijn lezing.

Bijvoorbeeld toen deze week een collega-onderzoeker een lang betoog hield over het verband tussen misinformatie op sociale media, de bedreigingen van Marion Koopmans en het dalende vertrouwen in de wetenschap.

Ja, beaamde ik: er is allerlei misinformatie op sociale media en de bedreigingen aan Marion Koopmans en andere wetenschappers zijn onacceptabel. Maar…het vertrouwen in de wetenschap daalt helemaal niet. Sterker nog: het is juist gestegen de afgelopen jaren.

Het Rathenau Instituut meet sinds 2012 het vertrouwen dat Nederlanders in de wetenschap hebben. Een representatieve steekproef van burgers geeft daarbij aan hoeveel vertrouwen ze hebben in verschillende instituties op een schaal van 1 (geen enkel vertrouwen) tot 10 (volledig vertrouwen). Wetenschap kreeg in 2021 een 7,4 – het hoogste cijfer van de onderzochte instituties. Kranten kregen bijvoorbeeld een 6,1 en het slechtst scoorden ‘grote bedrijven’ met een 5,5.

Een 7,4 voor de wetenschap, dat is een meer dan ruime voldoende – en het is hoger dan de 7 à 7,1 waartussen het vertrouwen schommelde in de metingen sinds 2012.

Toen ik dit tegen mijn collega zei, antwoordde hij dat hij dit niet wist, maar dat de groep mensen die wetenschap wantrouwde natuurlijk wel groeide. Ook dat klopte niet met de cijfers: bij de meest recente meting gaf 90% van de bevolking hun vertrouwen in de wetenschap minstens een 6, en ook dit percentage was hoger dan in eerder jaren.

Hoe komt het dat collega’s deze cijfers niet kennen? Daar ging die lezing van Massimiano Bucchi in Brussel dus ook over. Zijn titel was: Wantrouwend en slecht geïnformeerd? Ideologische stereotypen van burgers in wetenschapscommunicatie. Bucchi gaf direct aan het begin de spoiler dat het antwoord op zijn vraag natuurlijk ‘nee’ was. Burgers zijn over het algemeen niet wantrouwend en slecht geïnformeerd. De resultaten van hoog en zelfs groeiend vertrouwen in de wetenschap zien we over heel Europa terug.

Toch gebruiken wetenschappers en beleidsmakers graag dit soort stereotypen. Die combineren ze vaak met het achterhaalde idee dat dé oplossing voor alle bestaande problemen ligt in het overbrengen van ‘de feiten’. Bucchi bepleitte dat dit handig uitkomt voor wetenschappelijke en politieke instituten, omdat ze de verantwoordelijkheid daarmee kunnen schuiven naar burgers, (sociale) media en onderwijs. Zelf kunnen ze op een lekker paternalistische manier aan wetenschapscommunicatie blijven doen en hoeven ze niets te verbeteren.

En dat is jammer. Want hoewel het vertrouwen hoog is, vindt slechts 20% van de Nederlanders dat wetenschappers voldoende tijd besteden aan ontmoetingen met mensen zoals zij om hun werk uit te leggen. Je zou bijna mopperen dat wetenschappers wantrouwend en slecht geïnformeerd zijn over de samenleving, maar laat ik niet in makkelijke stereotypen vervallen.

Deze column verscheen op 7 juni 2022 in de Volkskrant.

Zilveren Griffel en Bronzen Penseel

Rekenen voor je leven is bekroond met een Zilveren Griffel en een Bronzen Penseel. Ionica en Edward van de Vendel vielen in de prijzen wegens de positiviteit en leerzaamheid van het boek, en Floor de Goede werd gecomplimenteerd voor zijn aanvullende en unieke illustraties. De jury-rapporten leest u hieronder.

Jury-rapport Zilveren Griffel in de categorie Informatief

Rekenen voor je Leven

Alle juryleden zouden het boek Rekenen voor je leven in hun jeugd op de basisschool hebben willen lezen. De in het boek beschreven aanpak zou het plezier in rekenen enorm hebben vergroot. De titel van het boek geeft de urgentie van het rekenen aan: je hebt het nodig in het dagelijks functioneren. De leerlingen van groep zeven van basisschool De rover Hoepsika mogen rekenvragen verzinnen die met hun leven te maken hebben. Dat levert vragen op over het klimaat, de puberteit, echtscheiding en verliefdheid; maatschappelijke kwesties die allemaal tot een rekenvraag leiden. Met levendige dialogen en beeldende vergelijkingen neemt Edward van de Vendel de lezer mee in de belevingswereld van de kinderen. Hun rekenvragen vloeien voort uit hun belevenissen en zo ontstaat er een mooi spel tussen taal en rekenen. Ionica Smeets verstaat de kunst om de vragen op begrijpelijke wijze om te zetten in rekensommen en de illustraties van Floor de Goede zijn niet alleen grappig, maar helpen ook om de rekenkundige bewerking te kunnen volgen. De jury waardeert het dat de leerlingen uit verschillende culturen afkomstig zijn en dat dit benadrukt wordt in zowel de tekst als het beeld. Ook is de jury blij met de specifieke aandacht voor vrouwelijke rekenwonders. Op alle fronten is Rekenen voor je leven een positief en leerzaam boek.

Jury-rapport Bronzen Penseel in de categorie Informatieve Boeken

Floor de Goede met het Bronzen Penseel, Ionica Smeets en Edward van de Vendel met de Zilveren Griffel

Met Rekenen voor je leven geeft de veelvuldig bekroonde illustrator Floor de Goede ons een boek dat leren leuk maakt. Vlotte en krachtige tekeningen verhelderen en geven vorm aan prangende rekenvragen van kinderen uit groep 7 van de Rover Hoepsikaschool. Vragen over oneindigheid, muren, bruggen, kortingen, water en recepten, en nog veel meer. Elke vraag heeft letterlijk een eigen kleur gekregen en bestaat uit een afwisseling van gekaderde striptekeningen en losse illustraties. Hierin wordt ook de veelzijdigheid van de op het oog ‘eenvoudige’ vragen weergegeven. Levensechte voorvallen en maatschappelijke thema’s worden geïllustreerde rekensommen, die op hun beurt met kleur, precieze details en humor allerlei interpretatielagen belichten. Beeld en tekst gaan hier hand in hand. Onverwachts ‘boeiend en soms een beetje gek’ zoals het boek zelf zegt, maar altijd uit het leven gegrepen; de vragen van groep 7 krijgen ruimte, kleur en lading door de illustraties. Tekst en beeld verhelderen elkaar en zijn niet los van elkaar te zien. Ze complementeren elkaar exact op dat ongedefinieerde gebied van details in lijn, kleur, klank, diepte en vorm. Beeldvullende illustraties waarin het verhaal met kracht in duidelijke lijnen en kleurvlakken wordt neergezet, worden afgewisseld met stripachtige cartoons voor de rekenlessen. Complexe vragen krijgen vlotte tekeningen waarin ernst en humor prima samengaan. Sprankelend door vrolijkheid, origineel door allerlei vormen van beeldtaal, karakteristiek kleurgebruik in een verrijkende symbiose tussen beeld en tekst. Dit kan hét boek zijn om vragen van levensbelang nu eens anders te behandelen. De illustraties maken het verhaal; ze zorgen ervoor dat je de tekst gaat lezen en tegelijkertijd van rekenen gaat houden. Precies hoe je de illustraties in een informatief boek wilt hebben: aanvullend en uniek.