Een lezersvraag veranderde hoe ik naar de wereld kijk. Letterlijk. Gerda Westinga mailde me een paar maanden terug over zelfportretten: maak je die via een spiegel of via een foto? ‘De spiegel komt dichter bij het echte leven maar is dus in spiegelbeeld. Zo zien anderen mij niet.’ Westinga vroeg zich ook af hoe schilders dit deden voordat de fotografie was uitgevonden. Als zij zichzelf via een spiegel schilderden, zijn hun zelfportretten dan in spiegelbeeld?
Sinds Westinga me dit schreef, denk ik aan deze vraag bij elk zelfportret dat ik zie. Kijk ik naar een gespiegelde versie van de maker, zoals ze zichzelf zagen? Of zie ik hen zoals anderen hen zagen? Bij een zelfportret uit 1907 van Paula Modersohn-Becker meldt de audiogids dat Modersohn-Becker twee bloemen vasthoudt in haar linkerhand. Op het schilderij staan die bloemen rechts, dus Modersohn-Becker heeft zichzelf geschilderd zoals anderen haar zien. Waarschijnlijk heeft zij dit (overigens prachtige) portret gebaseerd op een foto. Op een zelfportret uit 1911 van Vilhelm Hammershøi is hij aan het schilderen, met zijn linkerhand. Op een informatiebordje staat dat de schilder rechtshandig is en dat Hammershøi dit zelfportret dus via een spiegel heeft gemaakt.
Ik denk ook aan de vragen van Westinga wanneer ik een selfie maak. Op mijn telefoonscherm zie ik mezelf in spiegelbeeld, zoals mijn eigen gezicht me vertrouwd is. Maar als de foto is opgeslagen, is die omgedraaid en weer zoals andere mensen me zien. Probeer het maar eens terwijl u een stuk tekst (bijvoorbeeld deze column) naast uw gezicht houdt. De tekst op het scherm is gespiegeld terwijl u de foto maakt, maar zodra de foto is opgeslagen, staat de tekst weer goed en bent u zelf teruggespiegeld.

Westinga stuurt me nog dieper in de mysteries van de spiegelwereld. Het is een klassieke wetenschapsquiz-vraag hoe het kan dat in een spiegelbeeld links en rechts verwisseld lijken (en de clou is dat een spiegel voor-en-achter omwisselt). Maar Westinga wijst me erop dat je spiegelbeeld altijd precies even groot blijft, ook als je dichterbij of verderaf van de spiegel gaat staan. Het is een eigenschap van vlakke spiegels die me nooit eerder was opgevallen: ze beelden voorwerpen af op ware grootte. Ook dit is een aanrader om zelf eens goed naar te kijken (en eventueel met een uitwisbare stift te controleren).
Zelfportretten uit de tijd voordat de fotografie was uitgevonden, zijn toch niet altijd in spiegelbeeld gemaakt. We weten dat sommige schilders lenzen en spiegels gebruikten om een beeld van zichzelf te projecteren zodat ze dat na konden schilderen. Er zijn onderzoekers die beweren dat het mogelijk en waarschijnlijk is dat Rembrandt van Rijn deze techniek gebruikte bij zijn zelfportretten. Maar we weten het niet. Hier denk ik nu dus aan, bij alle zelfportretten waarop kunstenaars me aankijken die allang gestorven zijn. Uiteindelijk gaat een zelfportret niet om hoe je jezelf ziet, en ook niet om hoe anderen je zien. Het gaat erom hoe je wilt dat anderen je zien.
Deze column verscheen op 8 oktober 2026 in de Volkskrant.
